Soepel, lang en vooral braaf

De basisstukken van onze komende zomergarderboe zijn oersaai. In gebroken wit, ivoor, champagne, beige, of "greige': de ongeverfde ecostuff grijnst je vanuit alle winkels tegemoet.

Nu al kan ik geen gebroken wit meer zien. En ook geen zandkleur of beige of greige of hoe het allemaal heet, ivoor, champagne, roomkleurig (heerlijk woord overigens: roomkleurig), al die ongebleekte, ongeverfde eco-stuff, jakkes wat is het saai. De winkels puilen ervan uit, van de chicste zaak tot de eenvoudigste t-shirtenhandel, allemaal hebben ze ongebleekte truien van zijde met katoen hangen, die er in de meeste gevallen meteen al wat armoedig pukkelig en lubberig uitzien en dat sluit dan weer mooi aan bij de grunge-trend. Je zou van de weeromstuit alleen maar knalrood of flessegroen willen gaan dragen maar dat is er niet. Behalve als het om de herontdekte jaren zeventig-look gaat, maar dan horen er uitlopende pijpen bij, psychedelische krullen, gehaakte truitjes, leren vetertjes, zes verschillende stoffen in banen aan elkaar gestikt voor een jasje - oh wat waren we destijds toch speels. Het is net of je weer opnieuw met je vormpjes in de zandbak zou gaan zitten.

Hoe moet dat nu, de komende maanden? De winkels hebben een enorm aanbod van rechte linnen en katoenen rokken met splitten en knoopjes, die heel leuk staan als iemand net een foto heeft weten te nemen op het moment dat één been daar voordelig uit te voorschijn kwam, maar die een neiging tot sloomte hebben als je nét net de treeplank van een oude auto beklimt.

Stel je een dag op een bureaustoel voor met zo'n linnen rok. Hoe die rok er dan uit ziet om half zes. "Leinen knittert edel' staat er altijd op de kartonnen kaartjes in linnen kledingstukken, maar daar moet je wel hartstochtelijk in blijven geloven wil je niet het gevoel hebben er als een te oude aardappel uit te zien in je wild gekreukte vod. Praktische bezwaren tellen niet in de mode, dat weet ik ook wel, maar toch denkt iedereen wel eens aan het leven van alledag.

Naast die rechte linnen rokken zijn er ook lange rechte stretchkatoenen rokken en jurken (meestal on-ecologisch zwart), waar we kort over kunnen zijn: prachtig maar je moet het "kunnen hebben'. Alleen voor volmaakt slanke en symmetrische meisjes.

Een ander "onmisbaar basisstuk' voor deze zomer heet het witte katoenen herenoverhemd te zijn. Dat schrijft iedereen in de damesbladen en Parijs denkt er ook zo over, en in tweedehandswinkels schijn je voor een prikje zoiets onmisbaars aan te kunnen schaffen - en dan? Gewoon weer je spijkerbroek met een wit overhemd? Dat dragen we allemaal al honderd jaar en er is niets tegen, maar ik geloof niet dat dat de nieuwe voorjaarsmodebedoeling is. Het actuele overhemd moet helemaal op zichzelf staan. In de Elle van april wil men ons doen geloven dat een reusachtige witte onderbroek onder een wijd doorschijnend wit overhemd "een zweem van maagdelijkheid' aan de draagster geeft. Het geeft vooral een zweem van kinderachtigheid, zoniet van professorale verstrooidheid: vergeten een lange broek aan te trekken.

Waarom doet de mode zo vervelend? Niet dat sommige van die zand- en ivoorkleurige truitjes niet heel mooi zijn. Niet dat sommige soepele lange rokken geheel te versmaden zijn. Maar toch. Al dat soepele en wijde en lange, in al dat verantwoorde "want natuurlijke' linnen en katoen, het is allemaal zo Spa-blauw-achtig, zo braaf en gezond, zo van groenten uit het water en nooit een glaasje drank, van een licht briesje aan een wijde zee en niets geen uitlaatgassen, kletterregens en bitterballen, het is een mode voor niet-rokers, puur, ongezellig en vormeloos.

Men beweert dat we genoeg hebben van mantelpakjes en colberts, dat we helemaal gebreid en golvend willen zijn, niet zakelijk maar los. Hadden we eindelijk eens iets waarin we serieus genomen konden worden, moeten we weer meisjesachtig worden. Soms wilde ik wel eens een man zijn, die mogen gewoon dragen wat ze goed staat, want wat eigenlijk iedereen wel goed staat: jasje, overhemd, t-shirt, broek. De variatiemogelijkheden daarbinnen zijn (denk aan stof, snit en kleur) nog heel groot, men kan kiezen voor wel of geen das, vandaag maar eens geen jasje maar alleen een zijden overhemd, men kan Goois zijn met geruite of speels met bepalmboomde sokken - wat zijn mannen eigenlijk gelukkig.

Maar laat ik niet overdrijven. Rokken en jurken zijn fantastische uitvindingen waar mannen het helemaal zonder moeten stellen en dat is niets benijdenswaardig. En dat de mode wat meer aan het milieu denkt, dat is prijzenswaardig natuurlijk, niet iets om je tegen te verzetten. En dat er mensen zijn die dan maar helemaal niets nieuws meer willen hebben: des te beter, want nog milieuvriendelijker. Bovendien zal er heus nog wel iets moois te vinden zijn, iets waarboven een zakelijk colbertje wel staat, iets waarin men nog best een glaasje oude jenever kan drinken of een zakelijk gesprek voeren. En anders zijn er altijd nog al die ouderwetse mantelpakjes. Back to the eighties.