School ontdekt remedie voor Habiba-syndroom

Sommige Marokkaanse kinderen komen naar Nederland zonder ooit een school van binnen te hebben gezien. Hoe leren zij lezen en schrijven? Het "Mesker-bord' biedt uitkomst.

Soad (14) draagt boven haar glimmend blauwe trainingspak een gebloemd hoofddoekje. Nauwelijks twee maanden geleden is ze uit Marokko gekomen en ze spreekt nog geen woord Nederlands. Als haar iets wordt gevraagd giechelt ze verlegen terug. Abdelsalam (15), die met zijn snelle suède jack en stoere gebaren wat meer zelfvertrouwen probeert uit te stralen dan zijn jongere zus, verstaat evenmin Nederlands.

Beiden zijn verwezen naar de J.W. Willemsen-prinses Irene Scholengemeenschap in Amsterdam-west, één van de twee scholen voor voortgezet onderwijs in de hoofdstad waar analfabete "zij-instromers' terecht komen. Soad heeft nog nooit een school van binnen gezien. Abdelsalam heeft weliswaar een "Koranschool' bezocht, maar wat hij daar heeft geleerd, is moeilijk te achterhalen voor leerkrachten Miriam Stern en Harry van Grunsven. Het gesprek met de vader wil ook al niet erg vlotten. Meer dan ""berg, niet stad'' komen de twee docenten niet te weten over de achtergrond van de kinderen.

Terwijl vader even naar een belendend vertrek wordt geloodst, vraagt Miriam Stern gebarend aan Abdelsalam of hij voor het "Meskerbord', een speciaal schoolbord, wil komen zitten en er met een krijtje in elke hand slingerfiguren op wil tekenen. Abdelsalam dreigt even iets van zijn zelfvertrouwen kwijt te raken als blijkt dat zoiets kinderachtigs als tekenen lastiger uitpakt dan hij had gedacht. Harry van Grunsven staat achter hem en noteert op een formulier hoe de test verloopt. Als even later Soad achter het bord zit blijkt direct dat bij haar nog geen enkele ontwikkeling is naar rechts- of linkshandigheidheid. ""De slingerbewegingen die ze met beide handen maakt zijn absoluut symmetrisch'', zegt Van Grunsven. Als Soad met deze geringe motorische ontwikkeling naar de klas voor analfabeten wordt gestuurd, zal er van lezen en schrijven niets terecht komen. Ze is wat Stern en Van Grunsven noemen een ""primaire leerling''.

Bos en Lommer

Sinds een jaar of vijf krijgt de Amsterdamse scholengemeenschap steeds vaker te maken met kinderen tussen de twaalf en de zestien die rechtstreeks uit een Marokkaans gehucht of het platteland van Ghana in een Amsterdamse buitenwijk terecht kwamen. ""Vanaf de ezel in het vliegtuig naar Bos en Lommer'', zoals Miriam Stern het omschrijft. Nogal wat van deze kinderen hebben nooit onderwijs gehad. Daarom zijn voor hen aparte alfabetiseringsklassen gevormd. Miriam Stern, gespecialiseerd in het geven van Nederlands als tweede taal en remediale hulp, merkte echter dat een deel van de leerlingen maar niet tot lezen en schrijven kon komen. ""Hoewel toen nog niet tot ons doordrong wat er met deze kinderen aan de hand was, hadden we er wel een naam voor: het "Habiba-syndroom', genoemd naar een meisje dat niet dom of zwakbegaafd was, maar ondanks alle inspanningen maar niet leerde lezen en schrijven.'' Vaak zie je dat niet aan de kinderen af. Zoals bij Regina en Sarah, beiden vijftien en afkomstig uit Ghana. Hun mollige lichamen zijn in strakke spijkerbroeken en modieuze t-shirts gestoken, hun ogen zijn opgemaakt, hun lippen geverfd en ze giechelen als echte pubermeiden. Maar als zichzelf moeten tekenen, komt er met veel zuchten en steunen een soort kleutertekening op papier.

Slurfmotoriek

Stern en Van Grunsven konden bij dergelijke kinderen aanvankelijk niet de vinger op de zere plek leggen. Ze schakelden orthopedagoge Wally van Grunsven in, die kinderen met leermoeilijkheden behandelt volgens de ideeën van P. Mesker. Deze neuroloog (1905 -1985) had een kliniek voor kinderen met leerstoornissen en schreef ondermeer een boek over De menselijke hand. Mesker zag een relatie tussen verschillende fases van de motorische ontwikkeling en de mogelijkheid tot cognitief begrip te komen. Babies ontwikkelen als ze gaan kruipen een slurfmotoriek, waarbij een beweging in de ene lichaamshelft een tegenbeweging in het andere deel van het lichaam oproept. Peuters en kleuters oefenen vooral de symmetrische bewegingen, waarbij spieren in beide lichaamsdelen tegelijk geactiveerd worden. Zo grijpt een peuter met twee handen naar een fles. In een latere fase ontwikkelt een van beide handen zich tot de dominante hand en krijgt de andere een ondersteunende, helpende rol. Ook de tastzin maakt in deze tijd een ingrijpende ontwikkeling door, waarbij de duim een vooraanstaande rol speelt. Met de dominante hand gaat een kind ten slotte schrijven. Naarmate dat meer ingesleten raakt ontstaat er een vaste, beproefde route die ook nodig is om letters en klanken te kunnen combineren met schrijfbewegingen. Door kinderen op het door hem ontwikkelde "Meskerbord' met twee handen lussende bewegingen volgens vaste patronen te laten maken wordt deze motorische ontwikkeling gestimuleerd. Of Meskers theorieën van begin tot eind kloppen kunnen ook Miriam Stern en Harry van Grunsven niet zo goed beoordelen - maar eigenlijk kan het ze niet eens zoveel schelen. ""We gaan ons niet in die discussie begeven'', zeggen ze. ""We beweren ook niet dat wat wij doen het beste is. We merken dat deze aanpak werkt.''

Pen vasthouden

De "successtory' van het Marokkaanse meisje Hanan (13) liet dat voor het eerst duidelijk zien. Miriam Stern: ""Ze had een volstrekt onderontwikkelde motoriek, een pen kon ze amper vasthouden.'' Na drie maanden aan het Meskerbord maakte ze al soepele bewegingen, eerst slurfend, daarna symmetrisch en langzamerhand begon de rechterhand het voortouw te nemen en de linkerhand te volgen. Na een jaar primaire educatie kon ze door naar de klas van "gevorderde analfabeten'.

In 1990 stapte Miriam Stern naar de schoolleiding met een plan om voor deze groep leerlingen een apart lesprogramma te ontwikkelen. Om te beginnen werden alle analfabete leerlingen èn de leerlingen die vastgelopen waren in de alfabetiseringsklas door Wally van Grunsven getest. In het schooljaar 1991/92 draaiden drie primaire klassen met elk acht leerlingen. De orthopedagoge begeleidde de training aan het Meskerbord en legde alle fasen die de leerlingen doormaakten vast op video. Inmiddels hebben 32 leerlingen de nulde klas doorlopen en in een jaar tijd hun achterstand grotendeels ingelopen. Slechts één jongen kwam niet tot lezen en schrijven - bij hem werd een gehoorstoornis ontdekt.

""Het eerste jaar was een rampjaar'', herinnert Harry van Grunsven zich. ""De leeftijd van de leerlingen varieerde van dertien tot twintig jaar en een aantal van hen had in de alfabetiseringsklas al met hun boeken en pennen lopen paraderen. Ze vonden de primaire klas duidelijk beneden hun stand en er ontstond weerzin tegen de Meskerbordlessen.'' Dat is een van de redenen waarom alle analfabeten die nu aangemeld worden op de scholengemeenschap eerst een test moeten doen op het bord. Miriam Stern: ""Voorkomen moet worden dat kinderen eerst helemaal vastlopen in het alfabetiseringsonderwijs en dan pas bij ons terecht komen.'' Het aantal leerlingen van de primaire klassen is verhoogd van acht naar twaalf, daar staat tegenover dat er gedurende vijftien uur per week twee docenten in de klas zijn. Uitgangspunt is dat alle primaire leerlingen elke schooldag een half uurtje achter het Meskerbord zitten en schrijfoefeningen doen.

Hardop zeggen

Sadia, Fatima en Nimo kunnen inmiddels aardig schrijven. ""Schrijf maar op'', zegt Van Grunsven tegen ze, ""Fatima is met lijn dertien gekomen.'' Als Fatima "dirtien' in plaats van "dertien' schrijft, spoort Van Grunsven haar aan de woorden hardop te zeggen. Fatima (16) kwam op haar veertiende naar Nederland en was in Marokko nooit naar school geweest. Harry van Grunsven herinnert zich hoe ze worstelde met de multomap die ze de eerste schooldag kreeg. ""Dat ging letterlijk gepaard met bloed en pleisters, want ze had totaal geen fijne motoriek.'' Alle drie hebben ze nu een "schrijvende hand' ontwikkeld en binnenkort worden ze getest om te kijken of de dominantie volledig is. Dan zijn ze "schoolrijp' en kunnen ze doorstromen naar de "halfabetenklas'.

Hun achterstand in "schoolrijpheid', die tussen de twee en vier jaar bedroeg, is binnen één jaar weggewerkt. In de 23 uur Nederlands die de leerlingen van de primaire klas elke week krijgen is hun taalvaardigheid flink vooruit gegaan. Tijdens deze lessen is er speciale aandacht voor bezigheden die je nog het beste zou kunnen omschrijven als "volwassen kleuteractiviteiten'. Zaken die voor elke Nederlandse kleuter normaal zijn - plakken, knippen, kleuren en kleien - zijn voor deze leerlingen geheel nieuw. Miriam Stern: ""Het is niet vanzelfsprekend dat je boven aan een papier begint, dat je als je bladzijde vol is op de volgende bladzijde verder gaat en dat je dan wéér boven aan het papier begint. Ze weten niet hoe je een potlood vasthoudt, dat je een punt van een potlood wel kunt slijpen maar een krijtje niet.''

Mahdi (15), die nu achter de typmachine met zichtbaar genoegen hele verhalen in het Nederlands zit te tikken begon ruim een jaar geleden in de alfabetenklas. Na twee maanden liep hij volledig vast. Nu, na een jaar primaire klas, schrijft op de typmachine: ""Papa en moeder gaan met ze alle naar marokko en ik blijf in nederland en zaterdag ga ik naar de markt en ik koop vies en appel en dan ga ik naar huis en ik kook de vies en ik heb lekker gegeten en gedronken.'' Zonder hulp.