Rake typering van vulgair artistiek burgermansmilieu

Voorstelling: De miraculeuze come-back van Mea L. Loman van Guus Vleugel en Ton Vortenbosch door Mug met de gouden tand. Regie: Porgy Franssen; Hans Klasema; spel: Mouna Goeman-Borgesius, Marcel Musters, Joan Nederlof, Rafaël Troch, e.a. gezien: 9/4 Toneelschuur Haarlem. Tournee t/m 29/5.

Mug met de gouden tand is een theatergroep die haar toneelprodukties meestal zelf maakt. Slechts heel af en toe grijpen ze terug op een bestaand stuk zoals nu met De miraculeuze come-back van Mea L. Loman, een tekst uit 1979 van Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch waarvan Gerardjan Rijnders bij Globe tien jaar geleden een memorabele voorstelling maakte. Ditmaal is het stuk geënsceneerd door Porgy Franssen, die met deze voorstelling debuteert als regisseur.

Anders dan tien jaar geleden, toen de voorstelling zich afspeelde tegen een realistisch burgermansdecor van Paul Gallis, is het toneelbeeld nu kaal. Op de vloer ligt slechts een groot wit kleed. Dat voor deze minimale aankleding een vormgever (Hans Klasema) nodig was, zoals in de programmatoelichting staat vermeld, is moeilijk voor te stellen, tenzij ook gedoeld wordt op de kostumering. De acteurs verkleden zich veel tussen de rekken met kleren op de achtergrond en elke keer weer typeren ze daarmee heel raak hun milieu: burgerlijk, en op een vulgaire manier artistiek.

Vooral Mea Loman wil graag voor artistiek doorgaan. Ze draagt zwierige hoeden en wijde felgekleurde jassen. Het is een stijl die ze overgehouden heeft aan de tijd dat ze met de amateurartiesten van vereniging Zon en Vreugd optrad in bejaardentehuizen om er Franse chansons te zingen. Ze is ermee opgehouden omdat haar zoon niet tegen haar uithuizige bestaan kon, maar nu ze vijf jaar verder zijn wil ze, aangespoord door de buurvrouw, proberen haar comeback te maken. Recht op zelfontplooiing noemt de buurvrouw dat.

Mea's werkloze echtgenoot Huib is het er niet mee eens: hij bedankt ervoor om drie keer in de week zelf in de keuken te moeten gaan rotzooien. Marcel Musters zet hem neer als een botte bulderende man, type autohandelaar met witte sokken en een zegelring aan zijn pink. Mouna Goeman-Borgesius speelt een sterke rol als Mea. Ze is een vlotte, babbelende meid die weigert in te zien hoe tragisch haar leven is: zelfs als haar zoon zelfmoord heeft gepleegd, Huib door de buurvrouw is ingepikt en zij niet meer welkom blijkt bij Zon en Vreugd haalt ze naast het graf van haar zoon nog flink uit met het lied "Non, je ne regrette rien".

Het melodrama wordt door de acteurs stevig aangezet in flitsend gespeelde scènes die er misschien niet meer zo inhakken als tien jaar geleden, maar nog steeds even vals en geestig zijn. De scènes met buurvrouw Teuni zijn vaak hilarisch. Het is om te beginnen al een grote vreugde om Joan Nederlof telkens op te zien komen in weer een nieuwe waanzinnige creatie. Daar komt bij dat ze precies de juiste toon en timing heeft waardoor deze bemoeizieke en van elk psychologisch inzicht gespeende buurvrouw uitgroeit tot een van de meest markante figuren in het stuk. Gedenkwaardig zijn ook met name Yolanda Entius als Loes de Haas van de muziekvereniging en Rafaël Troch als zoon Freek: een jongen die zo lijkt weggelopen uit een tekening van Peter van Straaten.