Purist De Kam duldt geen onkruid in zijn fiscale tuintje; Fiscaal purisme is het streven de Nederlandse belastingheffing "puur' te houden en aanvallen daarop van de politiek te bestrijden.

De overheid beschikt over verschillende beleidsinstrumenten om een bijdrage te leveren aan bijvoorbeeld de ontwikkeling van de economie, de werkgelegenheid, een goed milieu en de internationale concurrentiekracht. De praktijk in de Westerse industrielanden laat zien dat het belastinginstrumentarium daarbij een belangrijke plaats inneemt. De afgelopen jaren heeft dit instrument in veel landen nog aan belangrijkheid gewonnen. Mede door de inzet van fiscale (investerings) faciliteiten, speciale lage tarieven, soepele fiscale afschrijvingssystemen, bijzondere fiscale regimes voor internationale dienstverlening en specifieke belastingvrijstellingen trachten deze landen de toegenomen internationale (fiscale) concurrentie het hoofd te bieden. Daarbij gaat het vooral om het scheppen van een aantrekkelijk (fiscaal) vestigings- en investeringsklimaat voor internationaal opererende bedrijven. Ook de inzet van de belastingheffing voor milieudoeleinden wordt steeds gebruikelijker. Datzelfde geldt voor het gebruik van de fiscale wetgeving om langdurige werkloosheid te bestrijden en het fiscaal bevorderen van de economische ontwikkeling in zwakke economische regio's.

Deze internationale fiscale trend gaat veelal gepaard met het afschaffen van allerlei subsidies. De harde praktijk heeft overal uitgewezen dat subsidies in het merendeel van de gevallen ondoelmatig en niet doeltreffend zijn onder meer wegens de aanvraagbureaucratie, het rondpompen van geld, de administratieve rompslomp, de ingewikkelde eigen wetgevingsstructuur, de fraudegevoeligheid. Daarom wordt in toenemende mate de voorkeur gegeven aan fiscale regelingen ingebed in een bestaande belastingstructuur, uitgevoerd en gecontroleerd door een en dezelfde instantie.

Tegen deze achtergrond is het opvallend dat Flip de Kam in zijn column van 6 april aan deze ontwikkeling volledig voorbijgaat en vrolijk pleit voor directe subsidies in plaats van fiscale regelingen. Omdat ik weet dat de blik van De Kam verder reikt dan zijn studeerkamer, moet er een andere verklaring zijn voor zijn voorkeur voor subsidies. Die is er: consistentie. En dat is een geruststellende gedachte.

Reeds in de jaren zeventig was De Kam een van de eersten die stelling namen tegen de geneigdheid van politici het fiscale stelsel mede aan te wenden voor economische en andere doeleinden. Als fiscalist vindt De Kam dat belastingheffing primair dient om de schatkist te vullen. Volgens dit leidende beginsel is het dan ook niet gewenst het belastingstelsel te belasten met fiscale regelingen en faciliteiten voor het realiseren van andere doelstellingen van overheidsbeleid. Geen onkruid in het fiscale tuintje, dat was en is nog steeds de gouden hoofdregel van Flip de Kam.

Daarmee is De Groningse hoogleraar een van de meest prominente voormannen van wat bekend staat als het fiscaal purisme. Politici die wat willen bevorderen of afremmen moeten als het even kan van de fiscaliteit afblijven. Voor dergelijke doeleinden moet, aldus De Kam, de voorkeur worden gegeven aan subsidies. Het voordeel daarvan - nadelen noemt De Kam niet - is volgens hem dat deze uitgaven voor het parlement zichtbaar vermeld worden in de verschillende begrotingen.

Parlementariërs die iets bevorderen via een fiscale regeling hollen volgens De Kam hun eigen budgetrecht uit; de uitgaven die daarmee gemoeid zijn, zouden niet terug te vinden zijn in de begrotingshoofdstukken. Als voorbeeld noemt De Kam de wet Vermeend/Melkert (fiscaal vrije afschrijving voor milieu-investeringen). Dit is een verkeerd voorbeeld. Het is De Kam blijkbaar ontgaan dat de wetgever hier een van zijn aanbevelingen ter harte heeft genomen. Bij deze fiscale faciliteit is een budget vastgesteld waarvan het beslag jaarlijks wordt gevolgd. Bovendien is dit budget met zodanige waarborgen omkleed dat overschrijdingen daarvan worden tegengegaan.

Ik ben geen aanhanger van het fiscaal purisme. Belastingheffing hoe eenvoudig en puur ook heeft per definitie effect op het (economische) gedrag van burgers en bedrijven en kan niet los worden gezien van internationale ontwikkelingen. Gegeven dit feit zal naar mijn mening de keuze voor de inzet van een bepaald instrument steeds moeten plaatsvinden op basis van de criteria doelmatigheid en doeltreffendheid.

Op grond daarvan is de keuze bij de wet Vermeend/Moor en de wet Vermeend/Melkert niet gevallen op bureaucratische subsidieregelingen, maar op relatief eenvoudige fiscale regelingen die een lastenverlichting geven en voor het parlement goed zichtbaar zijn in de begroting. Ik ben dan ook vereerd dat De Kam deze benadering de geschiedenis wil laten ingaan als "Vermeenditis'.

Ik doe graag wat terug. Daarom introduceer ik hierbij de leer van het Flippisme. Deze leer wordt gekenmerkt door het streven de Nederlandse belastingheffing puur te houden en aanvallen daarop van politiek "Den Haag' in woord en geschrift te bestrijden.

Wie, zoals Flip de Kam, bijna twintig jaar zonder aarzeling en consistent deze leer toepast, verdient zonder meer dat deze naar hem wordt genoemd. En voor alle duidelijkheid: ik zou het Flippisme niet willen missen.