Predikante wil klooster voor protestantse nonnen; "Sinds de reformatie is het huwelijk de enige mogelijkheid'

Een nonnenklooster voor protestantse vrouwen, zonder kloostermuren maar met celibaat. De 62-jarige predikante A. van der Pers polst komende maand of er voldoende belangstelling bestaat.

HOOGVLIET, 15 APRIL. Nietsvermoedend sloeg de pedagoge drs. A. van der Pers in het voorjaar van 1974 het nieuwste nummer op van Het Beste. Haar oog viel op een kadertje: “Als u morgen zou sterven, wat zou u dan spijten dat u niet gedaan had? Zie voor het antwoord elders in dit nummer”. Ze bladerde verder en vond het antwoord: “Waarom begint u er dan vandaag niet aan?” Haar sluimerend verlangen zette ze meteen om in een daad: ze ging theologie studeren.

Afkomstig uit een hervormd milieu maakte ze begin jaren tachtig de overstap naar het gereformeerde geloof. Ze studeerde af aan de theologische universiteit van de gereformeerde kerken in Kampen en schreef een scriptie over "De evangelisatorische waarde in het werk van Huub Oosterhuis". In 1985 werd zij beroepen in het Friese Akkrum, waar de gereformeerder kerk toen 300 lidmaten telde. Bij haar vertrek waren het er 400. Ze zag zichzelf niet haar hele werkzame leven in één gemeente staan, stelde zich andermaal beroepbaar en vertrok in 1991 naar Hoogvliet. “Hier zijn 1500 lidmaten en eigenlijk zouden er twee predikanten moeten zijn. Maar er is nog steeds een plaats vacant, dus heb ik mijn handen vol”, zegt de nu 62-jarige predikante.

Haar handen vol - aan kerkdiensten, begrafenissen, huwelijksinzegeningen èn aan de voorbereiding van misschien wel haar liefste wens: het opzetten van een contemplatief klooster voor Nederlandse protestantse vrouwen. Op 15 mei moet tijdens de zogenoemde roepingenconferentie in Amersfoort blijken hoe groot de belangstelling is. Van der Pers schrijft in de begeleidende folder het jammer te vinden dat “met de reformatie de kloosters uit het gezichtsveld van het protestantse volksdeel zijn verdwenen. Werd voordien het kloosterleven hoger geplaatst dan het huwelijksleven, mét de reformatie werd iedere waarde aan kloosterlijk leven ontzegd. Leven binnen huwelijk en gezin werd bijkans de enige mogelijkheid. Een àndere mogelijkheid, namelijk een leven van gebed en inzet, een leven geheel en al gericht op God en de naasten, verdween.”

Protestantse Nederlandse vrouwen die zich geroepen voelen, moeten ten onrechte emigreren, aldus Van der Pers. Naar Reuilly in Frankrijk, waar eind vorige eeu de "gemeenschap van de monastieke diakonessen' werd opgericht. Of naar Grandchamp in Zwitserland: daar kozen in de jaren dertig drie vrouwen voor een leven van gebed en toewijding. Het aantal protestantse nonnen bedraagt daar nu ongeveer 70.

Van der Pers loopt al lang met het idee rond om in Nederland een klooster te beginnen, eigenlijk al sinds haar eerste bezoek begin jaren tachtig aan de oecumenische gemeenschap van Taizé in Frankrijk. “Ik was met een paar vriendinnen op weg naar het zuiden toen we het bordje Taizé zagen. We zeiden: laten we daar eens een kijkje nemen. Het was er stampvol met jonge mensen. Ze zaten in een kring, in het midden lag een ikoon. Eén jongen stond op, stapte over de rest heen, knielde bij het kruis neer en verzonk in gebed. Anderen volgden onder een doodse stilte. Het greep mij erg aan, dit zoeken naar een verborgen omgang met God.”

Sindsdien brengt ze met vriendinnen elk jaar een bezoek aan Taizé en was ze te gast bij de protestantse gemeenschap van Grandchamp in Zwitserland. Uit contacten met Nederlandse collega's bleek Van der Pers dat ook zij belangstelling hadden voor contemplatie en gebed. “Maar ze stonden alleen, konden er geen richting aan geven. Eind jaren tachtig besloot ik het contemplatief verband van predikanten op te richten. We hebben nu 45 leden en 20 belangstellenden”. De achtergrond van de predikanten varieert van Luthers, Nederlands Hervormd tot Gereformeerd en Doopsgezind. Vier keer per jaar worden ontmoetingsdagen georganiseerd met inleidingen over bijvoorbeeld mystiek en meditatie. En er is ruimte voor stil gebed.

Ook binnen haar gemeente groeit de belangstelling voor het op een andere manier omgaan met religie. Van der Pers leidt op dit moment drie bezinningsgroepen voor gebed en meditatie. De jongste deelneemster is nog geen dertig, de oudste loopt tegen de 70. “Kijk, dit is mijn gebedsruimte”, zegt ze terwijl ze de deur van een kamer in de pastorie opent. Er branden twee kaarsen, in het midden staat een knielbankje, tegen de muur een standaard met daarop het gebedenboek van Grandchamp.

Discipline en volharding zijn volgens haar onlosmakelijk verbonden met het kiezen voor een leven met God. Evenals de keuze voor het celibaat want “dat garandeert de volledige toewijding tot God”. Deze levensstijl vereist zeker 6 à 7 jaar voorbereiding, zegt ze. “Pas dan weet je of je "ja' kunt zeggen tegen de roepstem van God, zoals je "ja' zegt voor de ambtenaar van de burgelijke stand wanneer je gaat trouwen”.

Het klooster dat zij voor celibataire protestantse vrouwen voor ogen heeft, moet vooral niet op een afgelegen plek liggen en door muren omgeven zijn. “Ik zou het liefst een paar naast elkaar staande huizen willen en bijvoorbeeld de schuur ombouwen tot een kapel. Dat is mij liever dan een afgesloten complex”. Een deel van de behuizing zou volgens haar moeten worden gebruikt als gastenverblijf - alleen vrouwelijke gasten wel te verstaan. “Op die manier zijn we voor een deel verzekerd van inkomsten.”