Oude vos Andreotti vecht verbeten terug; Commissie Senaat beslist volgende week

ROME, 15 APRIL. Het hoofd nog dieper tussen de schouders dan anders, de lippen als twee kleine dunne streepjes, het bleke gezicht een strak masker waarachter twee allesziende ogen het tumult om hem heen bekijken: zo ging oud-premier Giulio Andreotti gistermiddag naar de Senaat, om zich te verdedigen tegen de aanklacht dat hij de mafia heeft beschermd en direct betrokken is bij twee mafiamoorden.

Lijfwachten en ordedienst moeten voor hem een weg banen door de horde wachtende journalisten, die zodra Andreotti uit zijn grijze Fiat Croma stapt, een stormloop op hem begint - een Italiaanse gewoonte waaraan de tientallen buitenlandse cameramensen zich snel hebben aangepast. Zonder op een vraag te antwoorden loopt Andreotti naar binnen, vastberaden zijn huid duur te verkopen.

De onschendbare, zo werd hij genoemd. En ook: de intramontabile, de politicus wiens zon nooit ondergaat. Nu blijkt ook de 74-jarige Andreotti kwetsbaar, zeven keer premier, het symbool van 45 jaar christen-democratische heerschappij. Zijn eigen partij heeft discreet laten weten dat de beschuldigingen zo ijzingwekkend zijn dat het land het zich niet kan permitteren ze niet verder uit te zoeken. En als zelfs Andreotti moet buigen, wat voor hoop hebben de andere oude kopstukken dan nog, christen-democraten als Arnaldo Forlani en Antonio Gava, socialisten als Bettino Craxi en Gianni De Michelis?

Maar Andreotti heeft zich nog niet overgegeven. In een memorandum van 76 pagina's vecht hij terug. En tegenover de Senaatscommissie die een besluit moet nemen over het verzoek zijn parlementaire onschendbaarheid op te heffen, begint hij zijn toelichting met beheerste woede.

“Sta mij toe dat ik wijs op de woede en het ongeloof die ik voel voor een initiatief dat mij beledigt,” zegt Andreotti. “Ze noemen me een beschermer van dieven en moordenaars, ze raken me in mijn diepste waarden, waaraan ik mij moreel, politiek, en als u mij toestaat, ook religieus gebonden voel.”

Giuseppe Grassi kan zich niet meer inhouden. Zij is in de Senaat gekomen nadat haar man Libero is vermoord door de mafia, omdat hij had geweigerd zich te laten afpersen. “Hoe durft u te praten over verdriet,” roept zij Andreotti toe. “U weet niet wat voor verdriet en wanhopige woede de mafia heeft veroorzaakt en veroorzaakt.”

Andreotti kijkt verrast op. “Ik wilde zeker niet mijn verdriet met het uwe vergelijken,” antwoordt hij. Maar dan gaat hij verder met zijn verdediging. De mafialeiders die hij zou hebben ontmoet? Nooit gekend. De beschuldigingen van de pentiti, de spijtoptanten van de mafia? Onbetrouwbare informatie van horen zeggen, soms ingefluisterd door de rechters. De justitie in Palermo die hem beschuldigt? Onbetrouwbaar, vooringenomen. Het lijkt op “een theorema waarin de schuld van senator Andreotti het punt van vertrek lijkt te zijn”, staat in zijn verweer.

Instigator van het complot is volgens Andreotti Leoluca Orlando, een oud-burgemeester van Palermo die een paar jaar geleden uit de christen-democratische partij is gestapt en nu een anti-mafiapartij leidt. Maar sinds een paar dagen haalt Andreotti er ook de Verenigde Staten bij. Had de New York Times niet een paar maanden terug geschreven dat pentiti hem hadden beschuldigd van banden met de mafia? En kan het toeval zijn dat James Woolsey, de directeur van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, gisteravond in Rome is aangekomen voor een bezoek waarop niemand commentaar wil geven?

Verwacht wordt dat de Senaatscommissie volgende week een eerste besluit neemt over Andreotti, waarna de voltallige Senaat de knoop moet doorhakken. Sommige commissieleden hebben al gezegd het verweer van Andreotti te vaag te vinden. Ook zijn partijgenoot Nicola Mancino, minister van binnenlandse zaken, zegt dat Andreotti geen keus heeft. “Andreotti moet het proces aanvaarden. Wanneer het beeld van een man zich vermengt met dat van de staat, moet hij zijn vertrouwen in de magistratuur uitspreken,” aldus Mancino.

Nadat eerder de beschuldigingen zijn bekendgemaakt waarin Andreotti wordt omschreven als het politieke referentiepunt voor de mafia, zijn gistermiddag de aanvullingen hierop openbaar gemaakt van Tommaso Buscetta en Francesco Marino Mannoia, twee pentiti die in de Verenigde Staten wonen onder bescherming van het Witness Protection Program.

Beiden beginnen hun verklaring met de opmerking dat hierna niet alleen meer de mafia hun dood zal willen. En Mannoia voegt daaraan toe wat Buscetta eind vorig jaar zei, in zijn weigering om alles te vertellen wat hij wist over de banden tussen mafia en politiek: “Ze zullen zeggen dat ik gek ben.”

De hardste beschuldigingen komen van Buscetta, de eerste pentito, de man die in samenwerking met de vorig jaar vermoorde Giovanni Falcone het maxiproces tegen de mafia van midden jaren tachtig mogelijk maakte. Centraal in zijn verklaring staat de christen-democratische leider Aldo Moro, in 1978 ontvoerd en na een paar maanden vermoord door de linkse terreurgroep de Rode Brigades. Buscetta vertelt dat Andreotti, toen premier, via de familie Salvo, vertrouwelingen van Andreotti op Sicilië, contact heeft opgenomen met mafialeider Stefano Bontade voor een eventuele bemiddelingspoging inzake Moro. Hij zegt ook dat christen-democratische leiders niet wilden dat Moro werd bevrijd, waarbij onduidelijk blijft of daarbij Andreotti wordt bedoeld of andere christen-democraten.

Het meest-belastende deel betreft de periode daarna. Moro heeft in zijn gevangenschap brieven geschreven waarin hij zijn angst beschrijft, maar ook felle kritiek uit op zijn partij. Een aantal daarvan is gepubliceerd, maar er is steeds gespeculeerd dat sommige brieven geheim zijn gehouden en dat er voor Andreotti belastende informatie in stond. De brieven zouden in handen zijn gekomen van de journalist Mino Pecorelli, die in 1979 is vermoord. De moord op Pecorelli “was een politiek delict, op verzoek van de neven Salvo, omdat het aan hen was gevraagd door de geachte afgevaardigde Andreotti,” aldus Buscetta in het rapport dat de Palermitaanse justitie aan de Senaat heeft gestuurd.

Een kopie van de brieven van Moro zou ook in handen zijn gekomen van generaal Carlo Alberto Dalla Chiesa, toen leider van de strijd tegen het terrorisme. Dalla Chiesa is in september 1982 vermoord in Palermo, waar hij een paar maanden eerder de strijd tegen de mafia op zich had genomen. Buscetta vertelt wat hij een jaar later heeft gehoord van mafialeider Badalamenti: “Ze hebben hem naar Palermo gestuurd om zich van hem te ontdoen. Hij had nog niets gedaan dat deze grote haat tegen hem kon rechtvaardigen.” Met andere woorden: Dalla Chiesa is niet vermoord omdat hij een bedreiging was voor de mafia, maar voor Andreotti. Buscetta voegt daaraan toe dat ook de aanslag op Giovanni Falcone, vorig jaar, een andere achtergrond zou kunnen hebben dan wraak van de mafia.

Zowel Buscetta als Mannoia bevestigt dat Salvo Lima, de Siciliaanse christen-democraat die de rechterhand van Andreotti was op het eiland, contact opnam met Andreotti als de mafia problemen had in Rome. Mannoia zegt dat Lima en de neven Salvo zelf lid waren van de mafia, maar dat slechts een handjevol mensen daarvan op de hoogte was.

Volgens Buscetta heeft mafialeider Gaetano Badalamenti, in de jaren zeventig een van de grote mafiabazen, hem verteld dat hij in Rome persoonlijk met Andreotti heeft gesproken. Mannoia zegt dat hij weet van twee ontmoetingen van Andreotti met mafia Stefano Bontade, die totdat hij in 1981 werd vermoord de baas van Palermo was. De eerste ontmoeting, die Mannoia van horen zeggen heeft, was in het voorjaar van 1979. Ook Lima en de neven Salvo waren daarbij aanwezig.

De tweede ontmoeting, waarvan Mannoia zegt dat hij Andreotti met eigen ogen heeft zien komen en gaan, was in 1980, een paar maanden na de moord op de christen-democraat Piersanto Mattarella, die onverwacht fel tegen de mafia was geworden. Bij dit gesprek, in een villa net buiten Palermo, waren weer Bontade, Lima en de Salvo's aanwezig. “Ik was niet bij het gesprek, want ik bleef buiten in de tuin,” aldus Mannoia. “Maar ik hoorde van binnen duidelijk geschreeuw komen.” Toen hij met Bontade terugreed, vertelde deze aan Mannoia dat Andreotti opheldering had gevraagd over de moord op Mattarella. Volgens Mannoia vertelde Bontade dat hij tegen Andreotti had gezegd: “In Sicilië zijn wij de baas, en als jullie niet volledig de DC (de christen-democraten, ML) willen uitwissen moeten jullie doen wat wij zeggen. Anders pakken wij jullie niet alleen de stemmen van Sicilië af, maar ook die van Reggio Calabrië en van heel Zuid-Italië. Dan hebben jullie alleen nog maar de stemmen in het noorden, waar ze allemaal op de communisten stemmen.”