Noten en krakers: hard tegen hard

De hazelnoot is de ideale noot voor alle krakers. De dop is stevig maar niet té, hij splijt op een overzichtelijke manier en de noot binnenin kan tegen een stootje van een onverhoopt uitschietende notekraker. De meeste andere noten lijden onder een, zacht uitgedrukt, gebrekkig design.

De walnoot bijvoorbeeld is een hopeloos geval. Wat voor kraker je ook gebruikt, het resultaat is bijna altijd een hoop notenpulp met stukjes dop. Het is een raadsel dat de consument het blijft pikken. "De walnoot is de meest gekraakte noot,' stelt industrieel ontwerper Paul Reintjes uit Haarlem. Toen hij enkele jaren terug als student van de Rietveld-academie een notekraker moest bedenken, viel dan ook zijn keus op de walnoot. Reintjes' oplossing: niet kraken. Met zijn "notemes' kun je wrikken, splijten, snijden, schillen en pulken, en op de video althans weet iemand er puntgave noten mee tevoorschijn te krijgen. Juist voor de weke walnoot lijkt dit een uitgekiende benadering.

Niet dat Reintjes er stormenderhand de markt mee heeft veroverd. Hij reed in een geleende auto van fabriek naar fabriek. "Ik stuitte op ondoordringbare hagen van verkoopleiders en hoofden inkoop die beleefd te kennen gaven niet gente- resseerd te zijn. Overigens zonder dat ze iets hadden gezien.' Reintjes ontwerpt nu in opdracht, om te beginnen een opklapbaar spreekgestoelte voor de PR-afdeling van PTT Telecom.

Een notekraker is nooit goed. Reintjes heeft, mogelijk als eerste, ingezien dat de naam verkeerd is. Die suggereert dat een kraker elke noot moet aankunnen. Schroevendraaier, ook zoiets. Je zult de mensen de kost moeten geven die denken dat ze met dat ene exemplaar elke schroef wel kunnen draaien. Tegenover de walnoot, aan het andere uiteinde van het notenspectrum, vinden we de amandel. Voor het kraken van een amandel is meestal een spierkracht nodig die alleen met een hormoonkuur te bereiken valt. Kijk dus hoe de Fransman Robert Freyburger dat heeft opgelost, in 1950 al.

Een gewone kraker werkt als een hefboom, hier zijn twee hefbomen achter elkaar geschakeld. De kracht die u uitoefent wordt dus twee keer versterkt. Bijkomend voordeel: zelfs als de handvaten geheel naar elkaar toe worden geknepen, blijft er nog volop ruimte in het notencompartiment. Pletten van de noot is niet mogelijk. Eén van Freyburgers ontwerpen is zelfs op een waterpomptang-achtige manier verstelbaar zodat noten van elk formaat kunnen worden bestreden. Misschien zelfs walnoten...

Hoe kom ik aan voldoende hefboomwerking en hoe voorkom ik dat de noot wordt verpulverd. Dat zijn de levensvragen in het notekrakerwezen. Honderden uitvinders hebben de oplossing gezocht in een overdaad aan scharnieren en vertandingen. Alleen wie dat niet doet maakt hier kans op een vermelding. De Brit Francis Green is zo iemand. Hij haalde deze rubriek al eens met zijn roeifiets, die hij intussen zelf denkt te gaan produceren. Vanaf 1969 werkte hij een decennium lang aan zijn notekraker. Het enige resultaat: een octrooi en een prototype. "Het zou ergens moeten zijn,' overweegt de uitvinder verstrooid. "Oh ja, ik heb het eens weggestuurd aan een kandidaat-fabrikant. Nee, er was geen belangstelling. Ik heb het ook niet echt geprobeerd.'

Volgens Green heeft zijn apparaat een sort of wholeness, en voorwaar, zo is het. Een wiel met een naar buiten spiralend loopvlak is te draaien rondom een dikke as, tot de noot klem zit. Een van de handvaten van de kraker steekt door die dikke as, en bij het samenknijpen draait de dikke as zelf rond een klein, excentrisch asje, zodat het spiraalvormige wiel in zijn geheel richting noot beweegt. Krak. Studeer even rustig op de figuur, het is pure technische schoonheid.

Tegen rondspattende doppen kun je je hand rondom de noot plus kraker houden. Soms heeft dat pijnlijke gevolgen. In verband daarmee bestaan er doosvormige krakers waarin de noot wordt gekraakt door een schroef aan te draaien. Eén zo'n geval komt uit een wel heel onverwachte hoek: de kranenfabrikant Johannes Bernardus Ratelband. Een Gelderlander die zijn oude dag doorbracht in de Verenigde Staten, tot hij vorig jaar op 86-jarige leeftijd overleed.

Ratelband kende geen valse bescheidenheid: "Ik ben rijk geworden aan op afstand bedienbare afsluiters. Die worden niet met een handwiel gesloten zoals gewoonlijk, maar met behulp van hun eigen doorstroommedium, water bijvoorbeeld. Dat was een moeilijke opgave maar het is me heel goed gelukt. Daar ben ik groot in geworden. Zo, nou weet u het.' Op Ratelbands naam staan massa's octrooien in het industriële loodgieterswerk. Daarnaast heeft hij uitvindingen gedaan op het gebied van zandwinning, verwarming, kunstijs bereiden en toebehoren voor zwembaden. Het octrooi op de notekraker betrof trouwens vooral de ribbels in het inwendige van de kraker, die moesten voorkomen dat de noot aan de krakende werking van de schroef zou ontsnappen.

De notekraker stamt rechtstreeks af van de afsluiters. "Op een dag dacht ik, verroest, weet je wat ik doe. Ik maak een afsluitertje van plastic, en ik stuur m'n klanten zo'n ding. Je kunt er hydraulische problemen mee kraken, en ook noten. Het ding was verrekte goed. Maar het octrooi heb ik niet geëxploiteerd. Dat paste niet bij m'n stand.'