Neanderthaler niet 130.000 maar 300.000 jaar oud

In een berggrot in Noord-Spanje is een grote groep menselijke fossielen ontdekt, die vermoedelijk ruim 300.000 jaar oud is. Waarschijnlijk hebben ze toebehoord aan een vroeg stadium van de Neanderthalers. Dat blijkt uit gedetailleerde metingen aan twee vrijwel complete schedels en een kleinere, incomplete kinderschedel door dr. Juan-Luis Arsuaga en collega's van de Universiteit Complutense in Madrid.

Deze conclusie heeft vèrstrekkende gevolgen voor het begrip van de evolutie van de Europeaan. Volgens Nature (8 april 1993) zou dit namelijk betekenen, dat alle vroege hominiden die die tot nog toe in Europa zijn gevonden, ergens in de loop van de evolutie der Neanderthalers kunnen worden ingedeeld.

Zo'n 300.000 jaar geleden zijn de schedels van 24 mannen, vrouwen en kinderen op de een of andere manier in de Sima de los Huesos beland, in een "kamertje' diep in een grot van de Sierra de Atapuerca in Noord-Spanje. Daar zijn ze gefossiliseerd. Deze ontdekking vormt het sluitstuk van een hele reeks opgravingen in Noord-Spanje.

De vondst van de Atapuerca hominiden is beslissend in het debat over de herkomst van de Europese mens. De vraag was, in welke fossielen men Homo erectus kan herkennen, en hoe ver terug het spoor van Homo neanderthalensis reikt. Daaruit volgde de vraag of andere mensensoorten, zoals Homo heidelbergiensis, wellicht het taxonomische "gat' tussen Homo erectus en de Neanderthaler konden opvullen. Het oudste Europese mensenfossiel, een kaakbot gevonden bij Heidelberg, is 500.000 jaar oud. Ook vroeg men zich af in hoeverre bepaalde verschillen - bijvoorbeeld in schedelgrootte - waren toe te schrijven aan individuele verschillen binnen eenzelfde soort.

De vondst in Atapuerca is interessant, omdat het hier maar liefst 700 fossielen betrof. Na veel gepuzzel is gebleken dat het om botten van tenminste 24 personen gaat. Zo'n grote groep, heeft men uit deze tijdsperiode, het Midden-Pleistoceen, nooit eerder bijeen gevonden. Ze waren omringd door botten van beren, luipaarden, lynxen en vossen.

Tezamen vertoonden de menselijke fossielen karakteristieke trekken van zowel de laat-Europese versie van Homo erectus als de Neanderthalers en de moderne Homo sapiens. Al met al leken ze het meest op Neanderthalers. Vergelijkt men de groep van Atapuerca met eerdere, uit Hongarije en Duitsland afkomstige schedelvondsten die tot nog toe door sommige onderzoekers bij Homo erectus waren ondergebracht, dan valt er veel voor te zeggen om al deze fossielen bij de Neanderthalers in te delen. De claim dat Homo erectus ooit in Europa zou hebben rondgelopen wordt daarmee onderuit gehaald. Ook de taxonomische kunstgreep met een aparte "Homo heidelbergiensis' lijkt nu niet meer noodzakelijk.