Meer kanker in Zweden onder alle leeftijdsgroepen

Mensen die in de jaren 50 zijn geboren hebben meer kans op kanker dan mensen hadden die tussen 1873 en 1882 werden geboren. Dat blijkt uit een onderzoek naar het optreden van kanker in Zweden tussen 1958 en 1987.

De cijfers uit het Zweedse onderzoek suggereren dat tegenwoordige generaties vaker kanker krijgen dan hun leeftijdgenoten die een halve eeuw eerder leefden. Voor vrouwen is het risico verdubbeld, voor mannen is het verdrievoudigd. (The Lancet 27 maart) Een antwoord op de vraag of kanker toeneemt, bijvoorbeeld door de milieuverontreiniging, is altijd controversieel. De sterfte aan kanker is een slechte maat omdat daarin sterfte-uitstel of genezing door nieuwe behandelingsmethoden een rol speelt. Er bestaan echter maar weinig landen waar een betrouwbare registratie bestaat van het aantal mensen bij wie voor het eerst kanker wordt gediagnostiseerd. Deze kankerincidentie is de betrouwbaarste maat, maar alleen als hij in de hele bevolking wordt gemeten. Een bezwaar tegen incidentieregistratie is dat de diagnostiek sterk is verbeterd. In de Zweedse studie wordt dat bezwaar enigszins ondervangen doordat ook kankers die pas na overlijden nog zijn gevonden werden meegeteld. Die gevallen zijn door de jaren heen veel minder geworden _ de meeste kankers worden nu al tijdens het leven gevonden.

In Zweden bestaat een incidentieregistratie sinds 1958. Het is waarschijnlijk de betrouwbaarste registratie ter wereld. In de jaren zeventig werd de onderregistratie op 4,5% geschat en zou voornamelijk patienten van boven de 75 jaar betreffen. Een recente evaluatie toonde aan dat 100% van de kankergevallen wordt gemeld.

De toename van de kankerincidentie, gecorrigeerd voor bevolkingstoename en verandering van de leeftijdscategorieen binnen de bevolking was voor vrouwen 30% en voor mannen 55% in de 30 jaar van de studie (1958-1987). Tot de leeftijd van 30 jaar was de toename voor mannen en vrouwen gelijk, ongeveer 30%. Rond het veertigste levensjaar was er nauwelijks toename en boven de 50 is er een zeer sterke stijging, tot 70% bij mannen.

De toename is maar ten dele aan tabaksrook toe te schrijven. De onderzoekers denken dat de zeer sterke toename onder ouderen wel veel met betere diagnostiek te maken zal hebben. Over jeugdigen maken ze zich meer zorgen. Ze citeren met instemming de beroemde Engelse kankerepidemioloog R. Doll die vindt dat de toename onder jeugdigen (van ongeveer 30%) een voorbode is van wat hun leeftijdsgenoten op oudere leeftijd nog zullen meemaken. Doll redeneert dat kanker nooit het gevolg is van een fatale gebeurtenis (een beschadigd gen of contact met een kankerverwekkende stof) maar dat er drie tot vijf van die gebeurtenissen nodig zijn voor kanker ontstaat. Als veel jeugdigen die reeks van gebeurtenissen hebben gehad, moeten er ook veel zijn die halverwege zijn en dus later in het leven de serie vol maken. De onderzoekers tonen zich verontrust, hoewel ze het hoopvol noemen dat ondanks een hogere incidentie, de sterfte aan kanker onder jongeren belangrijk is afgenomen.