Kritiek op extreem hoge kosten EBRD afgedaan als "frustraties van Britse pers'

LONDEN, 15 APRIL. Het gebouw van de Oosteuropa-bank aan de Exchange Square, midden in Londens financiële centrum, heeft meer weg van een vijfsterrenhotel dan van een ontwikkelingsbank. Het interieur, à raison van 55,5 miljoen pond, doet enigszins onwerkelijk aan. Marmer op de vloer en langs de wanden, spiegels aan het plafond, schuivende panelen, verzonken vloeren, wegwijzers die alleen gespiegeld in het plafond kunnen worden gelezen en negen eetzalen.

Kan het niet een beetje minder voor een ontwikkelingsbank, vroeg de Financial Times zich deze week af. Was de bank niet wat te veel bezig met haar eigen opbouw en ontwikkeling in plaats van die van Oost-Europa? Hoe zat het bij voorbeeld met het marmer in het gebouw dat voor de lieve som van 750.000 pond is vervangen, omdat meneer Attali het niet mooi vond? Had Attali soms trekjes geërfd van zijn vorige werkgever, de Franse president en bouwmeester François Mitterrand?

“Het is gewoon de kift”, weet een bankmedewerker. “Die Engelsen kunnen Attali niet luchten of zien omdat het een Fransman is. Alles wat hij doet wordt opgeblazen of weggehoond in de Britse pers. Ze hebben geschreven dat hij de minst uitgenodigde man is op de bancaire dineetjes in de Londense City. En dat hij voor het nieuwe hoofdkantoor van de bank alleen genoegen zou nemen met een gebouw met uitzicht over de Theems. Onzin allemaal, we zitten nu toch helemaal niet langs de Theems?”

Het botert al lang niet tussen Jacques Attali, de directeur van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD), en de Britse tabloids. Tot nu toe echter bleef het bij akkefietjes die bij de bank schouderophalend terzijde werden geschoven. Maar sinds de Financial Times een duit in het zakje deed met een wel heel ongunstig uitgevallen kosten-baten analyse van Jacques' bank zijn de verhoudingen tussen de Britten en Attali pas echt goed verstoord.

De krant had berekend dat EBRD sinds haar oprichting twee jaar geleden 200 miljoen pond heeft uitgegeven aan de inrichting van het wel zeer luxueuze nieuwe hoofdkantoor, aan salarissen, aan privévliegtuigen voor de hoogste baas en aan een kerstpartijtje voor de gehele staf (700 man) in het sjieke Grosvenor House Hotel. In die tijd is slechts de helft, iets meer dan 100 miljoen pond, besteed aan leningen en investeringen voor Oost-Europa.

De artikelen hebben het nodige teweeggebracht binnen de marmeren muren van de bank: de afdeling voorlichting is volledig overwerkt, wie wil kan een nummer achterlaten. “Misschien bellen we terug, maar het kan ook best zijn van niet.” De voorlichtster wil uit eigen beweging wel even kwijt dat de 18 miljoen pond die de Financial Times noemt voor de inrichting van het vorige kantoor, waar de EBRD twee jaar verblijf hield, niet klopt. “Dat was maar 13,5 miljoen. De rest van de cijfers klopt, ja.” Ook in de hogere echelons heeft men weinig tijd voor uitleg. “U begrijpt, met deze gebeurtenissen zijn we very, very, very busy.”

Zo ook Pierre Pissaloux, de rechterhand van landgenoot Attali. Als directeur planning en begroting van de bank moet Pissaloux deze week “heel veel vergaderen”, legt zijn secretaresse uit. Als hij eindelijk even tijd heeft, verdedigt hij zijn chef met verve. “Het is onzin dat meneer Attali per se een gebouw langs de Theems wilde. Hij wilde alleen een modern gebouw met een moderne inrichting. Veel licht en glas, zodat we goed kunnen communiceren. Meneer Attali heeft helemaal niet zijn zin doorgedreven, hij heeft zich alleen veel met de inrichting bemoeid om zo snel mogelijk te kunnen verhuizen. Op die manier hebben we 6 miljoen pond aan huur voor het vorige gebouw uitgespaard.”

Het nieuwe kantoor, dat in november 1991 werd geleased door de bank en in december vorig jaar werd betrokken, is in recordtijd ingericht, vertelt Pissaloux. Dat het wellicht nog sneller was gegaan als niet al het marmer was vervangen, en hier en daar een ordinair tapijtje op de grond was gelegd en er wat lampen opgehangen waren in plaats van ingebouwde vloer- en plafondverlichting, weerspreekt Pissaloux. “Dat marmer kon echt niet. De aannemer had gekleurde travertin aangebracht, dat absoluut niet paste bij onze ideeën over de inrichting. Nu hebben we carrera-marmer uit Italië, dat ziet er veel beter uit.” Bovendien, meneer Attali voelde zich “verplicht om voor een goede werkomgeving voor zijn werknemers te zorgen”.

Ook elders wordt de kritiek op het overdadige interieur van het bankgebouw en de levensstijl van de staf afgedaan als “frustraties van de Britse pers” en “een typisch Britse uiting van Euro-skepsis”. “De hoeveelheid marmer in het gebouw van het Internationaal Monetair Fonds is echt niet minder dan bij ons en daar hebbn ze ook uitklapmuren en verstelbare vloeren,” aldus een medewerker, die alle kritiek “een beetje flauw” vindt. “Elke beginnende instelling heeft aanloopkosten en vergeet niet dat die in het centrum van Londen heel hoog zijn. Net als de kosten voor levensonderhoud en reizen, we zitten hier immers ver van Oost-Europa. Weet u dat we slechts bij hoge uitzondering business class reizen, dat we meestal in economy class zitten? Bij de Wereldbank reizen ze eerste klas!” Een privévliegtuig mag duur klinken, erkent hij, in werkelijkheid ben je goedkoper uit omdat veel verbindingen in Oost-Europa slecht zijn en daardoor met een lijnvlucht veel tijd en dus geld kosten.”

Sterker nog, legt een medewerker uit, het is niet meer dan logisch dat we thans meer geld aan eigen zaken spenderen dan aan projekten in Oost-Europa. Eerst heb je aanloopkosten, daarna kun je pas investeren. Bovendien is het zo dat ze pas geld uitkeren aan projekten als daarvoor de eerste kosten zijn gemaakt. Daar gaat vaak een paar jaar overheen. In de anderhalf jaar dat de Oost-Europa Bank nu bezig is, hebben we 80 projekten op poten gezet. De Wereldbank deed vier jaar over haar eerste projekt! En die negen restaurants zijn zwaar overdreven, er is één restaurant en de andere zijn eetzalen die kunnen worden gebruikt voor aparte lunches of diners.''

Schandaal of niet, de werkzaamheden in het gebouw van de Oost-Europa Bank gaan gewoon door. Bouwvakkers leggen de laatste hand aan de ontvangsthal, die klaar moet zijn als volgende week de tweede jaarvergadering van de bank van start gaat en duizenden belangstellende uit binnen- en buitenland zich komen vergapen aan het bouwwerk. Dan moeten ook de kunstwerken hangen die directeur Pissaloux op kosten van de stad Londen (250.000 pond) heeft aangeschaft. En moet het stukje Berlijnse muur dat Duitsland heeft geschonken voor de ingang van de bank staan. En moeten de liften voorzien zijn van een gepast behangetje in plaats van het pakpapier dat er twee weken geleden werd ingeplakt voor het bezoek van prins Charles. Pissaloux kan zijn teleurstelling nauwelijks verbergen als hij terugdenkt aan die openingsplechtigheid. Zijne Koninklijke Hoogheid, toch wijd en zijd bekend als architectuur-freak, had helemaal niets gezegd van het nieuwe gebouw. Hij had “alleen terzake doende uitspraken over Oost-Europa” gemaakt. Charles had de bui kennelijk zien hangen.