Jan Hoet krijgt nieuw museum in Gents Casino

ROTTERDAM, 15 APRIL. De Gentse museumdirecteur Jan Hoet krijgt een museum voor zijn collectie moderne kunst. Het wordt ondergebracht in het Casino van Gent, tegenover het Museum voor Schone Kunsten, waar Hoets collectie, het Museum voor Hedendaagse Kunst, jarenlang te gast is geweest.

Dat hebben burgemeester en schepenen van de stad Gent gisteren bekendgemaakt. Zowel de Vlaamse gemeenschap als de stad Gent hebben elk 35 miljoen Belgische franken, circa twee miljoen gulden, toegezegd voor de verbouwing van het Casino dat de laatste jaren vooral voor festiviteiten en bals is gebruikt. Het gebouw uit 1949, evenals Hoets huidige onderkomen gelegen in het Citadelpark, is in de loop van de tijd onderhevig geweest aan diverse provisorische verbouwingen. Volgend jaar zomer moet de eerste fase van de inwendige sloop en herinrichting achter de rug zijn.

“Het klinkt ongelofelijk, terwijl het toch zo logisch is”, zegt Jan Hoet, samensteller van de Documenta in Kassel in 1992. “Je hebt het park, het Museum voor Schone Kunsten, ook nog de stad en het station vlak bij. Het Casino is dus een logische oplossing voor een museum voor hedendaagse kunst. Vandaag op de kop af zijn we achttien jaar gehuisvest in het Museum voor Schone Kunsten. Vandaag, dus, hebben we de leeftijd van meerderjarigheid bereikt, daarom mogen we nu het Casino in. Ik ben vooral blij voor de zestien mensen die hier werken. Nu weten ze voor welk doel ze zich hebben ingespannen. Weet u dat het huidige Museum voor Hedendaagse Kunst één dag in de week over een schoonmaakster beschikt? Al die tijd hebben we hier dus met de vuiligheid geleefd. Ik zie dat in de toekomst graag anders”, aldus Hoet.

Vijf jaar geleden al maakte Hoet in een vraaggesprek met deze krant met grote stelligheid bekend dat hem het Casino was toegewezen. “Ik heb dat beeld altijd voor me gezien, maar niet gedacht dat het er ooit van zou komen. Dat het zo lang moest duren ligt aan de politiek. De combinatie cultuur en politiek is een euvel. De politiek probeert te institutionaliseren, het museum is op zoek naar vrijheid”.

Hoet wil het Casino in de zomer van 1994 gedeeltelijk in gebruik nemen. Binnen zijn collectie van tweeduizend kunstwerken, daterend vanaf 1945, zal bij de nieuwe presentatie een accent worden gelegd op Cobra-schilders als Appel, Jorn en Alechinsky en op het werk van kunstenaars als Beuys, Panamarenko en Broodthaers.

Hoet hecht vooral aan de wijze waarop de architectuur en inrichting van het Casino gestalte krijgen. Aan welke ontwerper denkt hij daarbij? “In de eerste plaats aan mezelf. Ik heb schrik van architecten. Veel musea lijken op parfumdozen, zoals het museum voor moderne kunst in Frankfurt. In plaats van een ondersteuning van de kunst draait het daar om de cerebrale architecten.” In de Rotterdamse Kunsthal herkent hij evenmin een voorbeeld: “Dat is kitsch, technocratische architectuur naar Amerikaans model. Een soort Miami-bouw. Bij dat type musea en instellingen denk je aan snobs, ik houd me in de eerste plaats met de kunst bezig. Mijn normen zoek ik in het verleden, in de wortels van het bestaan, in de geschiedenis.”

Straks beschikt het Museum voor Hedendaagse Kunst over 7.900 vierkante meter vloeroppervlak. Bijna de helft van de oppervlakte wordt bestemd voor de vaste collectie. Voor wisselende tentoonstellingen is 1.500 vierkante meter gereserveerd. Het aankoopbudget voor het museum blijft op jaarlijks 50.000 gulden gehandhaafd. “Veel te weinig”, zegt Hoet, “maar dankzij vrienden en sponsors beschikken we toch elk jaar weer over een miljoen gulden.” Een verhoging acht Hoet trouwens niet nodig, want “een museum voor hedendaagse kunst moet geïdentificeerd worden met vechten. Als de stad Gent ons meer geld verstrekt, is het gevecht gestreden. Dat is het verschil met Nederland, Frankrijk en Duitsland. Musea zijn er geïnstitutionaliseerd, net zoals de politiekorpsen. In België gelukkig niet.”

Op 29 april opent in het Museum voor Schone Kunsten waarschijnlijk Hoets laatste tentoonstelling daar, Rendez (-) Vous, waarbij circa 1.300 dierbare voorwerpen van een groot aantal Gentenaren te zien zal zijn. In zekere zin een vervolg op het in 1988 succesvol verlopen project Chambres d'Amis, waarbij kunstenaars in tientallen particuliere Gentse huizen schilderingen, beelden en installaties aanbrachten.