"Israel wordt na vrede het Hongkong van het Midden-Oosten'

TEL AVIV, 15 APRIL. Israels topeconomen bidden en smeken dat het wellicht over een week in Washington te hervatten vredesoverleg eindelijk, misschien dit jaar nog, de weg naar echte vrede zal vrijmaken. “Israel kan dan het Zwitserland, Hongkong of Taiwan van het Midden-Oosten worden” is het visioen dat de minister van buitenlandse zaken Shimon Peres grote potentiële investeerders voorhoudt.

Voor vrede is Aharon Dovrat, een van Israels prominenste en machtigste industriëlen, zelfs bereid alle bezette gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem op te geven. Graag hecht hij geloof aan de uitspraak van een grote Amerikaanse bankier dat mocht de vrede uitbreken “deze plaats (Israel) een paradijs wordt”. Israel als high-tech en financieel centrum in het hart van de Arabische wereld met een markt van vijftig miljoen Arabieren, onder wie schatrijken en koopkrachtigen in de Arabische olielanden.

Met duidelijke tekenen van een vredesdoorbraak aan de wand staan Franse industriëlen in Jeruzalem in de rij om het zwaar onderontwikkelde spoorwegennet naar de 21ste eeuw te tillen, Italianen, Duitsers, Japanners en natuurlijk Amerikanen grasduinen ook ook om in de duidelijk op expansie staande Israelische economie een stevig graantje mee te pikken. McDonalds maakt reeds zijn entree, Kentucky Fried Chicken staat in de startblokken en Hypermache Department Stores maakt ook aanstalten in Israel winkels te openen. Mocht het vredesproces echter stokken of op een ellendige manier mislukken dan gaan de mooie dromen en schitterende toekomstverwachtingen in rook op.

Omdat oorlog en vrede zo dicht bij elkaar liggen is het trekken van conjunctuur-lijnen in Israel zo'n moeilijke opgave. Er gebeuren altijd onvoorspelbare dingen, zoals de in december 1987 uitgebroken intifada, Palestijnse volksopstand en de komst van 450.000 Russische immigranten in drie jaar op een bevolking van nauwelijks vier miljoen.

De afgelopen weken heeft de economie de schok van de afgrendeling van de bezette gebieden, om veiligheidsredenen, moeten absorberen. Van de ene op de andere dag bleven zo'n 70.000 georganiseerde en tegen de 40.000 ongeorganiseerde Palestijnse arbeidskrachten weg. Voor export bestemde bloemen (Pasen) en groenten rotten in de broeikassen. Grote bouwprojecten kwamen geheel of gedeeltelijk stil te liggen. Zonder de goedkope Palestijnse arbeid kunnen vooral deze bedrijfstakken nauwelijks draaien. Onder de 150.000 werkloze Israeliërs bestond, bleek al heel spoedig, buitengewoon weinig animo het werk van de Palestijnen over te nemen. Voor een minimum-loon, dat zelfs lager is dan de werkloosheidsuitkering gingen ze ondanks de in het vooruitzicht gestelde extra-premies, tot grote woede van regering, hun bed niet uit. Soldaten en scholieren moesten er aan te pas komen om de huilende landbouwers een handje te helpen. Veel hielp het niet. De verliezen zijn groot- tientallen miljoenen guldens- en met een vastberaden (veiligheids)politiek van de regering Rabin om de Palestijnse arbeid in Israel tot een minimum te beperken zullen vooral bovengenoemde bedrijfstakken zich moeten instellen op duurdere joodse arbeid- of op “import van arbeidskrachten” uit Thailand, Khazakstan of uit andere exotische oorden.

Ondanks deze tegenslag zijn de vooruitzichten voor de Israelische economie in 1993 goed. De drie jaar geleden begonnen economische groei zet door. Vorig jaar schoot het bruto nationaal produkt met 6,4 procent omhoog en de verwachting is dat deze groei dit jaar met 4,5 procent wat bescheidener zal aanhouden. De groei van de export- in sommige sectoren zoals high tech spectaculair te noemen is de trekmotor van de economische groei geworden. De Israelische economie kwam vorig jaar al in kalmer vaarwater toen mede wegens de hoge werkloosheid van 11,2 procent, voornamelijk als gevolg van de thans teruglopende massa-immigratie uit de vroegere Sovjet-Unie, de inflatie tot onder de 10 procent werd gedwongen. Een overwogen devaluatiebeleid van eveneens zo'n tien procent op jaarbasis bij constante lonen (beheersing van de loonindexatie) heeft Israels export positie sterk verbeterd. Het economisch klimaat leek investeerders zo fraai dat de beurskoersen in sommige sectoren over de honderd procent omhoog schoten, in industriële investeringen zelfs met 169 procent. Twee maanden geleden waarschuwde de directeur van de bank van Israel voor de oververhitte koersen waarna er een snelle koersdaling optrad.

Het economisch herstel is onder de Likud regering al begonnen, maar heeft in juni 1992 toen de Arbeidspartij met zijn vredesboodschap de verkiezingen won een diepere internationale politieke basis gekregen. De regering van Yitschak Rabin kreeg van president George Bush de ongelofelijk belangrijke bankcrediet-garantie van 18 miljard gulden, die de Likud-regeerders onder Yitschak Shamir om politieke redenen door hun vingers lieten glippen.

Deze bankgarantie stelt Israel in staat de komende vier jaar een betalingsbalanstekort van 2,5 miljard dollar te financieren. De grootte van dit tekort zal de komende jaren in hoge mate worden bepaald door de import van middelen ter verbetering en vernieuwing van de infrastructuur over een breed vlak van economische activiteiten. Zo zijn er grootse plannen voor uitbreiding van de spoorwegen en een grote autoweg van Eilath tot het noorden binnen de grenzen van voor juni 1967, dus niet door bezet gebied, staat eveneens op stapel.

De vruchten van deze kolossale inspanningen o.a ter absorptie van de Russische immigratie zullen pas over een jaar kunnen worden geplukt, maar de economische bedrijvigheid wordt er nu al door opgedreven.

Met het oog op het vredesproces heeft de regering Rabin een dikke streep gezet door de enorme overheidsinvesteringen, vooral in de bouw, in bezet gebied. Door de gedeeltelijke bevriezing van de nederzettingenpolitiek is 3,6 miljard gulden vrijgekomen. Geld dat ook naar de infrastructuur en onderwijs gaat.

Israel kan het niveau van zijn hoge defensieuitgaven handhaven mede dankzij de de grote Amerikaanse hulp- gift- van jaarlijks 3 miljard dollar waarvan 1,8 voor militaire doeleinden is bestemd.

Met ambitieuze plannen om al in 1995 het probleem van het begrotingstekort te bezweren - dit jaar nog 3.2 procent van het GDP- klinken in Jeruzalem en in de zakenwereld ondanks de grote moeilijkheden optimistische geluiden. Maar veel zoniet alles hangt ervan af in welke richting het vredesballetje in 1993 zal rollen.

Het is een zeer opmerkelijke karakteristiek van de Israelische economie dat deze nauwelijks beïnvloedt schijnt te worden door de grote bewegingen in de wereldeconomie. Vooral om politieke redenen is Israel, met enorme financiële steun van het wereldjodendom, van de VS, alsook door het eigen technisch vernuft en doorzettingsvermogen, een economisch eiland. Toen bijvoorbeeld de Westerse economieën "boomden' moest Israel nog de zware economische gevolgen van de Grote Verzoendagoorlog en de Libanese oorlog verwerken. Nu het Westen in moeilijkheden verkeert lijkt het economische zonnetje hier te gaan schijnen en neemt zelfs langzaam maar zeker de hoge werkloosheidgraad onder de Russische immigranten af. Met tienduizenden hooggeschoolde immigranten uit de vroegere Sovjet-Unie is Israel een menselijke schat in de schoot gevallen die het land de “grote sprong voorwaarts” kan laten maken.

Niet gluren