Gedupeerden DAF ontmoeten elkaar op jaarvergadering

EINDHOVEN, 15 APRIL. "Een levende aanklacht tegen het a-sociale beleid van DAF'. Zo zagen de ontslagen DAF-medewerkers vanmorgen hun aanwezigheid in en buiten de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van het vrachtwagenconcern in het Evoluon in Eindhoven.

Vanaf zes uur hadden ze staan kleumen in de mist. Vierhonderd lotgenoten hadden toegezegd aanwezig te zullen zijn om de raad van commissarissen, de raad van bestuur en vooral de aandeelhouders ervan te overtuigen dat er alsnog een sociaal plan moest komen, maar slechts enige tientallen hadden hun belofte uiteindelijk gestand gedaan.

De emoties waren er niet minder om. "Baanlozen willen Baan (de voorzitter van de Raad van bestuur) lozen' en "Wel ontslagen maar niet verslagen'. Zo stond het op de protestlakens en -borden. Het waren hoofzakelijk mannen op oudere leeftijd van wie een aantal er veertig jaar bij het bedrijf op had zitten en die vorige maand van de ene dag op de andere berooid van al hun voorrechten op straat kwamen te staan. “Per week verdien ik nu 600 gulden netto minder”, zei T. van de Meerakker, voormalig chef van een van de afdelingen van het bedrijf. “Daar heb ik veertig jaar voor gewerkt”.

“Dat is nog het meest schandelijke”, zei een 72-jarige aandeelhoudster, die 35 jaar maatschappelijk werkster bij de vrachtwagenfabriek was geweest, “dat het spaargeld van de mensen niet veilig is gesteld en dat men ze heeft opgescheept met het waardeloos geworden aandelen en ze zonder sociaal plan de straat heeft opgeschopt. Als je dan in de krant leest dat er door de helft van het personeel te ontslaan 200 miljoen gulden is bespaard, dan is dat helemaal om van te huilen”. En toen draaide ze haar hoofd af omdat de emoties haar te sterk werden.

Over sympathie en mededogen van het merendeel van de aandeelhouders hadden de ex-Daffers, van wie een handjevol als houders van aandelen wel móesten worden gedoogd bij de vergadering, niet te klagen. “De problemen van de mensen die zijn ontslagen, zijn vele malen groter dan die van ons, aandeelhouders, want aandeelhouders weten nu eenmaal dat ze risico's lopen”, zei een vrouw. Ze had, vertelde ze, ten tijde van de turbulentiën meer aan het lot van de werknemers dan aan de waarde van haar aandelen gedacht. Die waren op de beurs ooit 61 gulden waard geweest, tegen nu nog maar twee kwartjes.

DAF, dat had verordeneerd dat tijdens de aandeelhoudersvergadering alleen maar de toespraken mochten worden gefilmd en gefotografeerd, leed aan het begin van de vergadering dan ook een gevoelige nederlaag. “Is dat wel te rijmen met de vrijheid van meningsuiting; dat de veroorzakers van de ellende wél en de slachtoffers ervan nét gefilmd mogen worden”, had een van de leden van het comité van ex-Daffers aan voorzitter Martien van Doorne van de raad van commissarissen gevraagd. De man had geweldig applaus gekregen en toen kon van Doorne niet anders dan toestemming geven voor filmen en fotograferen, ongeacht of het in de kraam van de onderneming te pas kwam of niet.

In zijn inleiding had Van Doorne, telg van het geslacht dat ooit de vrachtwagenfabriek oprichtte, 2 februari, toen het oude DAF de surcéance van betaling had moeten aanvragen, gememoreerd als een bijzonder zwarte dag, niet in het minst voor de daarna ontslagen werknemers. “Dat heeft talloze mensen diep getroffen, zowel in de persoonlijke als in de materiële en immateriële sfeer. We vragen daarvoor niet eens begrip: we hopen alleen dat we tijdens deze vergadering duidelijk kunnen maken wat de oorzaak is geweest van wat er is gebeurd.”

Vakbondsvertegenwoordigers waren uit hoofde van hun funktie in geen velden of wegen te zien, wat buiten tot verbittering leidde: “Toen ze met hun hoofd dagelijks op de televisie konden komen, waren ze er wel als de kippen bij; daarna hebben ze ons laten vallen als een baksteen”, zei een van demonstranten. Bestuurder G. van Os van de Unie BLHP was er wél, maar dan als aandeelhouder: “Strijden voor een sociaal plan”, zei hij, “heeft geen enkele zin. Dat is de mensen valse hoop geven. Als het nieuwe DAF straks weer wat meer vlees op het bot heeft, dan kunnen we altijd nog bekijken of het bedrijf aansprakelijk kan worden gesteld voor de sociale gevolgen”.