Een land van hekken en prikkeldraad

Vrij wandelen of verboden toegang? Waar in Nederland kun je weilanden door- kruisen, bollenvelden passeren en slootjes oversteken zonder barricades tegen te komen? De toegan- kelijkheid van onverharde paden in Nederland staat centraal op de Wandelmarkt 1993, die op zondag 18 april wordt gehouden in het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam.

Nemo en Op Lemen Voeten organiseren tijdens de Wandelmarkt 1993 een themaprogramma "Toegankelijkheid van onverharde paden'. Zondag 18 april, 11-17u, Koninklijk Institiuut voor de Tropen, Mauritskade 63, Amsterdam. Inl en resereveren 020-6852571.

"Vroow. Vroow'. Aangenaam is het niet, die langsrazende automobielen, maar bedreigend evenmin. "Tingting'. “Passsterop!”. De fietsers zijn veel gevaarlijker. Wij lopen dan ook op hun domein, het fietspad. Bij café Rusthoek vluchten we naar binnen. Even bijkomen met koffie en taart. Als het aan de routebeschrijving in de nieuwe Provincie-voetwijzer Noord-Holland ligt volgen we het fietspad langs de drukke Vogelenzangweg nog zo'n duizend meter. Geen prettig vooruitzicht.

Gelukkig is Jan Erik Burger, uitgever van de voetwijzer en redacteur van het wandeltijdschrift Op lemen voeten, bereid een geheimpje te verklappen: er is een mooiere route, althans volgens de stafkaart. Direct na Rusthoek nemen we een onverhard pad langs een bollenveld. Via een klein bruggetje komen we in een weiland. Gras onder onze voeten, en geen verkeer. Het pad blijkt uit te komen op het erf van een huis. We lopen rustig door terwijl een vrouw ons vanuit de kamer gade slaat. Aan de andere kant van het erf loopt het pad weer verder.

Déze route is niet openbaar, en kon daarom niet in de Voetwijzer worden opgenomen. Burger heeft er vaak zonder problemen overheen gelopen, maar als je het in een wandelgids opneemt moet je zeker weten dat de wandelaar er ongestoord mag wandelen. Hij erkent dat zijn alternatieve wandelpad wel erg dicht langs het huis loopt. “Maar als er een bruggetje over die sloot zou liggen, kun je ook achter de haag langs.” Wanneer we het toegangshek achter ons sluiten, hebben we weer een klein stukje verharde weg voor de boeg, langs het monumentale Huis te Vogelenzang. Via het volgende hek komen we op het kerkepad naar de katholieke kerk. Een bordje geeft expliciet aan dat het openbaar is. Daarna komen we weer op de in de voetwijzer beschreven route.

Wandelen in Nederland is een heel gedoe. Paden staan weliswaar aangegeven op stafkaarten, maar dat zegt niets over de toegankelijkheid ervan. Of een pad openbaar is, valt na te gaan in de wegenlegger. Dit overzicht van alle openbare wegen en paden bevindt zich in het provinciehuis; daar heb je als wandelaar onderweg dus niet zoveel aan. En zelfs al is een pad volgens de wegenlegger openbaar, dan wil dat nog niet altijd zeggen dat je er gewoon overheen kunt lopen. Soms heeft een boer het stiekum bij zijn land getrokken en er prikkeldraad voorgezet. Soms heeft iemand een bordje Verboden Toegang op een boom gespijkerd. En soms is een pad gewoon verdwenen, ondergeploegd bij een ruilverkaveling of bij de aanleg van een snelweg.

Veel natuurgebieden zijn alleen toegankelijk met een kaartje of pasje van de beheerder. Wie op de bonnefooi wil wandelen moet dus pasjes van Natuurmonumenten, van een stoet provinciale landschappen en van tientallen kleinere terreinbeheerders meenemen. Een right of way zoals in Engeland of - nog mooier - een Allemansrätt zoals in Zweden bestaat hier niet. Er zijn wandelaars die zich door alle verboden en complicaties niet uit het veld laten slaan. Peter Spruijt, bijvoorbeeld, bestuurslid van Nemo, Vereniging van vrije wandelaars. Vijf jaar geleden begonnen als een club die zondagse wandelingen organiseerde waar ieder tegen betaling aan mee kon doen: met een busje vanuit Amsterdam naar het beginpunt, wandelen op de stafkaart, koffie uit de thermoskan, spannende confrontaties met boeren en boswachters, en soep toe. Op zo'n honderdzestig wandelingen zijn inmiddels drieduizend mensen meegeweest en de vereniging telt nu achthonderd leden.

Op de Wandelmarkt richt Nemo een steunpunt op voor wandelaars. Ook andere organisaties kunnen daaraan deelnemen. Nemo hoopt op de medewerking van de wandelsportbonden, natuurbeheersorganisaties en de Stichting Lange Afstands Wandelpaden. Het steunpunt moet gegevens verzamelen over paden en obstakels. Belangrijkste doelstelling is het vergroten en behouden van de toegankelijkheid van paden. In Leersum sloot een grondeigenaar bijvoorbeeld een pad dat vanouds openbaar was. Buurtbewoners kwamen daartegen in actie en startten een juridische procedure (waarvan de afloop nog onduidelijk is). Het is een van de locale initiatieven die kunnen terugvallen op de kennis van het steunpunt van Nemo.

Engeland is het lichtend voorbeeld. “Daar kun je de politie bellen als een boer een pad inpikt”, aldus Spruijt. “In Nederland kan iedereen in een ijzerwinkel een bord Verboden Toegang kopen.” De Britse Rambler's Association heeft ruim negentigduizend leden en vormt al decennia een krachtige lobby van wandelaars die tot in het parlement zijn stem laat horen. Dankzij de inspanningen van de Rambler's Association is het right of way springlevend: een grondeigenaar is verplicht wandelaars recht van overpad te geven wanneer de route vanouds als wandelroute wordt gebruikt. Voorwaarde is dat er tenminste eenmaal per jaar gebruik van wordt gemaakt. De Rambler's Association zorgt er voor dat dit gebeurt.

Op de zondagse wandelingen krijgen de Nemo en zijn gasten het menigmaal aan de stok met boeren, particuliere jachtopzieners en andere beheerders. Spruijt: “Zo'n jachtopziener stuurt wandelaars weg met het argument dat zij de rust verstoren. De rust om te jagen wel te verstaan. Achteraf blijkt vaak dat hij daar helemaal niet de bevoegdheid voor had.” Nemo heeft een vaste strategie bij ontmoetingen met boemannen en koddebeiers: de wandelaars leggen uit wat ze komen doen, dat ze niets verstoren, hekken achter zich zullen sluiten, enzovoorts. “Soms eindigt het ermee dat een boswachter ons het hele terrein laat zien. Ook krijgen we wel eens een rondleiding op een boerderij. Maar sommigen zijn niet voor rede vatbaar. Die beginnen al te schelden voor je een woord hebt gezegd.”

In Nederland is pas de laatste jaren enige wandeltraditie ontstaan. Volgens Burger hebben de ontwikkelingen ook een tegendraads effect. De lange-afstandpaden die inmiddels zijn ingesteld worden gebruikt om wandelaars af te schepen. “Er zijn immers mooie routes, wat willen we nog meer? Maar kleinschalige netwerken in de buurt van je eigen huis ontbreken.” Natuurbeheerders gaan steeds meer over tot het sluiten van terreinen voor bezoekers. De ecologische hoofdstructuur, waardoor allerlei natuurgebieden met elkaar worden verbonden, zodat het wild van het ene naar het andere gebied kan, is voor de wandelaars “een potentiële ramp”, aldus Burger. “Daardoor dreigen nog meer doorgaande routes voor wandelaars te worden afgesloten.” Maar er zijn ook terreinbeheerders die de wandelbelangen in het oog houden. Zo vindt de Unie van Waterschappen dat de duizenden kilometers dijken en schouwpaden die de waterschappen in beheer hebben opengesteld kunnen worden voor wandelaars. In de praktijk geven enkele waterschappen daaraan gehoor. Spruijt: “Op beleidsniveau vindt er wel een omslag plaats, maar in de praktijk is Nederland een land van hekken en prikkeldraad.”