De laatste kansen

PRESIDENT DE KLERK heeft verscherpt politiebeleid aangekondigd na de grootscheepse rellen van gisteren bij de rouwmanifestaties na de moord op de ANC-leider Chris Hani. Toch waren het niet in de eerste plaats opstandige zwarten, maar blanke politiemannen die deze dag een bloedige tol eisten. Ooggetuigen in Soweto meldden dat de politie met grove hagel en rubber kogels gericht schoot op een weliswaar geagiteerde, maar overigens gedisciplineerde zwarte menigte, en dat daarbij vier mensen werden gedood en 250 gewond raakten. Aanwezige blanke journalisten werden daarna niet of bij uitzondering bedreigd.

Het gerezen beeld van een zwarte massa die, niet meer geremd door gematigde leiders, nu plunderend en brandstichtend haar woede koelt op de blanke minderheid en haar rijkdommen moet worden bijgesteld - ondanks het feit dat de door de regering aangekondigde maatregelen die indruk versterken. Het blanke regime blijkt niet in staat vertrouwen te wekken en daardoor een vreedzame overgang naar een meerderheidsregering te bevorderen. Het kwaad van het blanke extremisme en de politiële "overkill'is nog steeds evenzeer een bedreiging voor Zuid-Afrika's toekomst als het steeds weer oplaaiende geweld tussen zwarte groepen onderling en zwarte uitbarstingen zoals gisteren en vandaag.

De moord op Hani en het bloedbad in Soweto bevestigen dat.

DE POLITIEK van geleidelijke verandering die De Klerk voorstaat en waarvoor hij in het Westen aanvankelijk veel steun verwierf, verliest snel aan geloofwaardigheid. Niet zozeer omdat aan de intenties en het fatsoen van de zittende regering moet worden getwijfeld, maar omdat zij niet in staat is gebleken haar eigen machtsapparaat onder controle te brengen. De keerzijde hiervan is dat de positie van een leider als Mandela, de beste kans die Zuid-Afrika nog over heeft, langzamerhand wordt uitgehold. Mandela's oproep in Soweto tot discipline en waardigheid werd onthaald op een fluitconcert van zwarte radicale jongeren om even later door het politie-optreden in diezelfde stad volledig teniet te worden gedaan.

Daarmee wil niet gezegd zijn dat de politiek van toenadering van nu af geheel kansloos zou zijn. Tenslotte is het in het belang van iedere Zuidafrikaanse burger dat de toestand niet ontaardt in een bloedige anarchie. En nog steeds zijn er leiders die anarchie kunnen helpen voorkomen. Maar er moet van De Klerk nu wel veel verbeeldingskracht en daadkracht worden geëist om alsnog een keer ten goede te bewerkstelligen. Er is bijvoorbeeld veel meer nodig dan de aangekondigde ordemaatregelen om bij de zwarte bevolking een begin van vertrouwen te wekken.

De tijd die de president sinds de vrijlating van Mandela zichzelf heeft gegund om te onderhandelen over de overgang naar op zijn minst politieke gelijkwaardigheid in Zuid-Afrika heeft zich, versterkt door zijn onmacht tegenover het blanke extremisme, tegen hem gekeerd. De Klerk zal opnieuw over zijn eigen schaduw moeten springen.