De dikke darm

Les gaat zo. Je praat wat, je laat wat praten, je kijkt eens in een boek, je laat wat in een boek kijken, je vraagt wat, je laat wat vragen. En dan komt de verwerking. ""Als jullie nu zelf...'' Het middelgezet voortbaar onderwijs is zo ingericht dat leerlingen geacht worden de verwerking voor een flink deel thuis te doen: huiswerk. Wil het huiswerk enig nut hebben, dan moet dit op zijn beurt verwerkt worden. Dat is de dikke darm van de les als het ware.

De leerlingen moeten zien welke fouten ze hebben gemaakt. Ze moeten zien hoe de opdrachten eigenlijk gemaakt moeten worden. Als het huiswerk is besproken is paragraaf 7 klaar, dat wil zeggen geleerd. Het bespreken van huiswerk is het allersaaiste werk dat er bestaat.

Docent en leerlingen worden bevangen door een overweldigend gevoel van onbehagen. Dit gevoel kan zich op velerlei wijze diversifiëren. Er wordt gepraat en de docent wordt boos of verdrietig. Of: de docent wordt enthousiast van z'n eigen betoog, begint steeds harder te schreeuwen en de klas wacht. (Veel klassen zijn uiterst sympathiek en hebben geduld.) Of: de docent doorspekt het betoog met: ""Jan, hou je eens rustig'', ""Monique, doe je ook mee'', ""Zo kan ik niet werken''. Ondertussen zit Hubert in Louis z'n agenda te knoeien, waarop Louis verscholen schopt. Daar wordt iedereen gek van. ""Auch der Dickdarm kann weinen.'' (Gregersen/Dunning)

Er is een oplossing voor dit probleem: stel de uitwerkingen van het huiswerk op schrift beschikbaar. Op ieder gewenst moment kan het door te moeilijke opdrachten gefrustreerde kind de juiste antwoorden inzien. Dit redelijk verbreide systeem heb ik verfijnd.

In de klas staan twee grijze plastic bakken met kaarten, A5-formaat. Op de kaarten, gerangschikt naar paragraaf, staan de antwoorden. Plastic schotjes, waarvan het omklappen inmiddels een vertrouwd geluid is geworden, scheiden de paragrafen. Iedere paragraaf heeft z'n eigen tabkaart. (""O, tabkaarten'' zei de kantoorboekhandel, toen ik vroeg naar van die kaarten met letters die er bovenuit steken.) Regelmatig krijgt de klas gelegenheid om in de kaartenbakken te graaien. In de rode bak staan de rode kaarten, in de blauwe de blauwe. Verder zijn de bakken identiek. Het is een perfect systeem. Het heeft de volgende nadelen.

1. Het kost uren de kaarten voor een hoofdstuk klaar te maken.

2. Als 3a binnenkomt, moet ik de kaarten van H4a wisselen. Of ik moet nog vier bakken kopen.

3. Ze zetten de rode kaarten in de blauwe bakken en...

4. Soms neemt iemand een kaart mee naar huis - heeft ie even rustig de tijd.

5. Het ergste: ze schrijven de kaarten volstrekt gedachteloos over.

En dan zitten ze daar stil als een enorm grote, vitale, veelkoppige Xerox machine te kopiëren. (In de stilte bloeide een gedachte. Wat is dit een gelukkig land. Kijk daar zitten die hummels voortgebracht door flower-power-ouders rustig, vriendelijk, wel doorvoed, met geen zorg in de wereld in een ruimte gestookt tot 20,6 graden Celsius. Er is geen agressie behalve die van een enkele geflipte docent. Op de muurkrant staat ""racisme is shit''. Zou dit land als het ware klaargemaakt worden voor een groot soort ellende, die straks als een wals al het gezeur vermorzelt samen met de vrede en de harmonie?)