CDA worstelt voort met Kerk en Staat

DEN HAAG, 15 APRIL. Bisschop Bomers van Haarlem reageerde vorige week verbaasd op de vraag of hij met zijn verwijten aan het adres van het CDA het beginsel van de scheiding van kerk en staat met voeten had getreden. “Nee, waarom?”, zo luidde zijn antwoord. “Ik zeg alleen dat het CDA zijn christelijke plichten zou moeten nakomen.” Aangezien de partij dat in zijn ogen niet doet, had hij zijn lidmaatschap opgezegd.

Met deze daad blijkt Bomers het startschot te hebben gegeven voor de zoveelste discussie in het CDA over de verhouding tussen kerk en politiek. In de jaren zeventig en tachtig waren het vooral de protestanten in de partij die worstelden met hun christelijke plicht in de politiek, bijvoorbeeld tijdens de kruisrakettendiscussie. “Met het CDA wordt het niks,” verzuchtte ARP-politica Hannie Van Leeuwen daarom ooit. “Zonder eenheid van beginsel wacht het CDA het lot van D66,” profeteerde ARP-voorman Aantjes in dezelfde tijd.

Nu zitten de katholieken met het probleem over het hanteren van de grondslag in de politieke praktijk. Het vertrek van Bomers, de uithaal van partijvoorzitter W. van Velzen naar de bisschoppen en het rumoer dat daarover deze week in de achterban is ontstaan, vormen daartoe de meest recente aanwijzing. Wie dacht dat het CDA tijdens tien jaar Lubbers rustig in de richting van een brede, geseculariseerde middenpartij is gekabbeld, komt bedrogen uit.

In eerste instantie leek het allemaal zo eenvoudig. Bomers had gewoon niet begrepen wat andere bisschoppen wel begrijpen, zei CDA-ideoloog Van Gennip vorige week in deze krant. Men heeft bijzondere belangstelling voor elkaar, maar respecteert elkaars eigen keuzen. Dat het Tweede-Kamerlid T. de Kok in een artikel in NRC Handelsblad de RK-kerk een gebrek aan “warmte, troost en barmhartigheid” had verweten, leek op die omgangsregel een uitzondering, maar was het volgens Van Gennip niet. Hij zei dat De Kok, wiens artikel de aanleiding vormde voor het opstappen van Bomers, in de eerste plaats als gelovige had gesproken, niet als Kamerlid.

Van Gennips interpretatie werd gisteren nog eens ondersteund door de "eerste protestant' in het CDA, fractievoorzitter en beoogd lijsttrekker Brinkman. “Ieder zijn eigen verantwoordelijkheid,” zei zijn woordvoerder F. Wester kortweg. Het was het enige teken van leven van de toekomstig partijleider in de hele discussie.

Zo simpel als Van Gennip en Brinkman de zaken wilden voorstellen, liggen die echter niet, zo is inmiddels gebleken. Niet alleen het gedrag van bisschop Bomers duidt daarop, de kritiek van De Kok en de uitlatingen Van Velzen in het CDA in de afgelopen week onderstrepen dat evenzeer.

De Kok zei in een reactie op Van Gennip als politicus gesproken te hebben, niet als gelovige. Niet alleen in zijn geloofsleven, maar ook in zijn politiek werk, waarin De Kok zich inzet voor volledige integratie van gehandicapten in het dagelijks leven, kwam hij in conflict met de regels van de kerk. Die verbieden seksueel verkeer voor gehandicapten die geen gezin kunnen vormen. De Kok wil dat seksueel verkeer juist toestaan. In dergelijke situaties is er eerder sprake van een confrontatie tussen Kerk en Staat dan van een scheiding tussen de twee grootheden. Als gevolg van die confrontatie kwam De Kok tot zijn felle verwijten aan het adres van de kerk.

Ook partijvoorzitter Van Velzen gedroeg zich niet conform de door Van Gennip beschreven verhoudingen. Van Velzen - zelf katholiek - verweet afgelopen zaterdag de bisschoppen “onvoldoende leiding te geven aan het bestuurlijk proces van de rooms-katholieke kerk in Nederland.” Maar dat was niet alles. Van Velzen sprak van een "crisis' tussen de kerkleiding en de gelovigen die slechts in open overleg tussen de twee partijen kon worden bezworen.

De uitlatingen van Van Velzen konden door de RK-kerkleiding niet anders geïnterpreteerd worden dan als bemoeienis met de heftige debatten die op dit moment in hun kerk gaande zijn over het vertrek van de bisschoppen Gijsen en Bär. Dat er door de uitlatingen van Van Velzen rumoer in de CDA-achterban is ontstaan zal die kerkleiding daarom niet slecht uitkomen. Ze had toch nog een rekening te vereffenen met de partijvoorzitter. Twee maanden geleden lagen hij en de bisschoppen ook al met elkaar overhoop, maar toen ging het over de vraag wie het Vaticaan had moeten informeren over de zojuist totstandgekomen Nederlandse euthanasie-wetgeving. Dit naar aanleiding van de vergelijking van een moraaltheoloog van het Vaticaan tussen de euthanasie-regeling in Nederland en de euthanasie-praktijken in het Derde Rijk.

Bijna twintig jaar geleden dacht de "oprichter' van het CDA, de katholiek P. Steenkamp, een uitweg te hebben gevonden uit het eeuwige conflict tussen kerk en politiek. Het evangelie moest richtsnoer zijn voor het politiek handelen, maar CDA-ers zouden elkaar daarop niet beoordelen, zo kwam in de grondslag te staan. Gezien de voortdurend oplaaiende discussies over de christelijke identiteit van het CDA lijkt dat niet te zijn gelukt.

Volgende maand praat de partij over de vernieuwing van die grondslag. Op het nieuwe program van uitgangspunten zijn meer dan 600 amendementen ingediend. Het voorstel voor artikel 1 luidt: “Het CDA aanvaardt het Bijbels getuigenis van Gods beloften, daden en geboden als van beslissende betekenis voor mens, maatschappij en overheid. Het richt zich daarnaar met de intentie steeds te zoeken naar de betekenis van het evangelie voor het politiek handelen.” Op dit artikel zijn tien amendementen ingestuurd.