BURCKHARDT

Aan het einde van zijn pleidooi voor de historische vorming (NRC Handelsblad 7 april), citeert H.W. von der Dunk “de beroemde uitspraak van Burckhardt, dat geschiedenis “nicht klug macht für ein andermal, sondern weise für immer!”. En hij vervolgt: “Wat dat laatste aangaat was Burckhardt wel iets te optimistisch ten aanzien van het merendeel van zijn medemensen ...”; hetgeen een opmerkelijk verwijt is aan het adres van een gerenommeerd pessimistische geest.

De precieze tekst van deze passage - die weinig te maken had met het merendeel van zijn medemensen (die, zoals bekend, niet de grootste zorg voor Burckhardt betekenen) - luidt echter: “Wir wollen durch Erfahrung nicht so wohl klug (für ein andermal), als vielmehr weise (für immer) werden”, en wel als conclusie uit de voorafgaande en niet minder beroemde verklaring: “Was einst Jubel und Jammer war, muss nun Erkenntnis werden, wie eigentlich auch im Leben des Einzelnen. Damit erhält auch der Satz: Historia vitae magistra einen höhern und zugleich bescheidnern Sinn”.

Deze alleszins sceptische en allerminst optimistische passages stammen uit postuum (1905) uitgegeven college-notities, onder de titel "Weltgeschichtliche Betrachtungen'. Sedertdien zijn hiervan talloze edities verschenen, de beste is die van Peter Ganz (Jacob Burckhardt: über das Studium der Geschichte, 1982).