Belastingvoorstellen Britse minister slecht voor olie-exploratie; Op de Noordzee waart een Driller killer rond, genaamd minister Lamont

ROTTERDAM, 15 APRIL. Op het Britse deel van de Noordzee waart een Driller killer rond, klagen de oliemaatschappijen die actief zijn in het boren (drilling) naar nieuwe olie- en gasvoorkomens. Deze killer is de Britse minister Norman Lamont van financiën, die vorige maand voorstellen voor belastingwijzigingen naar het Lagerhuis heeft gestuurd om de produktie van olie- en gas op de Noordzee te stimuleren.

Maar zoals bijna iedere regering zitten de Britse ministers kort bij kas en Lamont stelt een "neutrale financiering' voor. De vermindering van inkomsten die het gevolg is van zijn belastingverlaging wil hij compenseren door bedrijven die actief zijn in de exploratie van olie en gas (het zoeken naar nieuwe velden) meer te laten betalen.

Dat kan vèrgaande consequenties krijgen, zeggen experts. Het zoeken naar nieuwe gas- en olievoorkomens zal sterk worden verminderd, en niet alleen op het Britse deel van de Noordzee. Als grote maatschappijen de exploratie op de Noordzee te duur vinden in een belangrijk gebied als het Britse, zullen ze op zoek gaan naar goedkopere vindplaatsen in het Midden- en Verre Oosten, zegt Adriaan Veltema van het accountants- en belastingadviesbureau Arthur Andersen in Amsterdam.

“We verwachten ook hier in Nederland een negatief effect van de Britse maatregelen”, aldus Veltema. “Afhankelijk van het marktsegment waarin ze actief zijn, kunnen tientallen bedrijven door de driller killer worden getroffen. Onze offshore industrie is redelijk afhankelijk van Engeland, want veel Nederlandse bedrijven in deze sector zijn gespecialiseerde dochters van Britse en Amerikaanse bedrijven. Gaat het slechter, dan is de kans redelijk aanwezig dat ook Nederlandse dochters worden meegezogen, omdat ze klein zijn.” Vooral maatschappijen die Europa als één geheel zien, zullen volgens Veltema ook onder invloed van de lage olieprijs geneigd zijn kleine markten als de Nederlands en de Deense “maar te laten zitten”.

Vanuit de Verenigde Staten zijn bij Arthur Andersen al vragen gesteld over de extra kosten die uit de Britse belastingvoorstellen voortvloeien. Minister Lamont wil vanaf 1 juli a.s. de Petroleum Revenue Tax (PRT - te vergelijken met het Nederlandse staatsaandeel in de winst op de produktie van olie en gas) verminderen van 75 tot 50 procent voor bestaande produktievelden en voor nieuwe velden geheel afschaffen. Maatschappijen als British Petroleum en Mobil, met grote belangen in de offshoreproduktie, hebben daar groot voordeel van. Ook het gigantische project dat de Britse Shell-maatschappij vorige week aankondigde voor upgrading van het Brent-olie en gasveld, wordt door Lamonts voorstel aanmerkelijk makkelijker betaalbaar.

Maar tegelijk wil minister Lamont de mogelijkheid van vervroegde afschrijving op de winstbelasting, van kosten die de oliemaatshappijen maken, geheel afschaffen. Als gevolg daarvan worden de kosten voor exploratie veel te hoog, denkt Adriaan Veltema. “Vervroegde afschrijving is voor deze kapitaalintensieve industrie zeer belangrijk. Er werd zo ruim gebruik van gemaakt dat veel bedrijven in feite geen belasting betaalden.”

Het Britse ministerie van financiën vindt echter dat de vervroegde afschrijving resulteerde in een verkapte overheidssubsidie die was opgelopen tot een totaal van 700 miljoen pond sterling per jaar. Afschaffing van die subsidie is volgens het ministerie verantwoord, omdat er waarschijnlijk toch geen grote nieuwe energievelden op de Noordzee meer worden gevonden en de maatregel wel investeringen in bestaande velden aanmoedigt.

De internationale organisatie van aannemers die boringen naar olie en gas verrichten (IADC) waarschuwt evenwel dat als de plannen van Lamont doorgaan, zeker 30.000 mensen in de offshore-aannemerij hun baan zullen verliezen. Britse energie-analisten vinden Lamonts voorstellen ook buitengewoon slecht omdat oliemaatschappijen niet meer op zoek zullen gaan naar nieuwe energiebronnen in het Britse deel van het Continentaal Plat, waardoor de overheid op den duur haar eigen inkomsten en het nationaal inkomen onnodig zou beperken.

Volgens een enquête van het accountantsbureau Ernst & Young in Londen, gespecialiseerd in adviezen aan de Britse energie-industrie, zal twee derden van de betrokken bedrijven in de komende twaalf maanden hun exploratie-activiteiten ofwel verminderen of plannen opnieuw kritisch onder de loep nemen als minister Lamont zijn zin krijgt. Op langere termijn zijn de effecten nog ernstiger: bijna 60 procent van de ondernemingen zal de exploratie of het boren in het Verenigd Koninkrijk verminderen en 85 procent verwacht dat de werkgelegenheid in de sector sterk zal dalen, aldus Ernst & Young.De hoofdvestiging van Arthur Andersen in Londen heeft ramingen gemaakt van de concrete gevolgen van wat de driller-killer wil: de kasstroom van 200 produktievelden (winst en afschrijvingen samen) van de betrokken oliemaatschappijen zal de komende drie jaar met 14 procent toenemen tot 13,2 miljard pond sterling, maar het aantal nieuwe boringen op de Noordzee loopt sterk terug en de kasstroom die daarmee verband houdt, vermindert met 700 miljoen pond.

Het waarnemen diende omzichtig te geschieden. Gluren in de bijenkast verstoort de warmtehuishouding en daarmee het broedproces. In plaats daarvan telde Lijftogt met engelengeduld vijf jaar lang iedere avond de mijten die in een uitschuifbare Varroalade onder de bijenkasten tuimelden: onrijpe mijten, herkenbaar aan hun lichtgele kleur, naast mijten die waren "misgestapt' bij de overstap op een oudere bij, en tenslotte de categorie "geslaagde' mijten die zich al hadden voortgeplant. Zo ontstond een gedetailleerd beeld van de ontwikkeling van de mijtenpopulatie. De conclusie luidt, dat bijen in goede drachtgebieden weinig te vrezen hebben. Hoopgevend is de constatering dat de mijten maar weinig met uitzwermende bijenvolkeren lijken mee te trekken, zodat een nieuw volk met een praktisch schone lei kan beginnen. Ook de legpauze van een jonge koningin blijkt de mijten sterk in hun voortplanting te remmen. Als het broedseizoen in de bijenkast ten einde loopt, laten veel mijten zich eenvoudig vallen en sterven, zo blijkt uit de tellingen van Lijftogt. Bovendien blijken ze gedesoriënteerd te raken als het wintervoer door de bijen wordt verzegeld. En op een gezond, actief bijenvolk lopen meer mijten het risico bij hun overstap op een oudere bij "mis te stappen' en te vallen.