Zonder manager op de motor geen limiet

ROTTERDAM, 14 APRIL. Marathonloper Bert van Vlaanderen gaat geen eenzaam onbekend avontuur tegemoet, wanneer hij zondag in Rotterdam start. Zijn begeleidingsgroep dwong een motor in de wedstrijd af. De atleet heeft te weinig dienstjaren om het zonder coaching tijdens de wedstrijd te stellen, zo was de omschrijving bij het niet alledaagse verzoek. Van Vlaanderen moet voluit gaan, wil zeker 2 uur en 10 minuten lopen, maar een wakend oog bij de wedstrijd is onderdeel van het uitgestippelde plan.

Een motorrijder extra in de wedstrijd was een verzoek dat niet zonder morren werd geaccepteerd. Een schaap over de dam heeft volgers, maar dat deerde de groep rond de 28-jarige atleet uit Tienhoven niet. “Natuurlijk bedongen we een goed startgeld en een goede premie bij succes, maar een coach in de buurt was ook een dwingende eis bij het aan de start brengen van Bert in Rotterdam”, zegt manager Lukkien die zich met de wens bij de organisatie vervoegde, hoewel hij zelf in het verleden een warm voorstander van het schoonvegen van de wedstrijd was.

Dit keer wegen de belangen van de atleet zwaarder. De carrière van de atleet is minitieus uitgestippeld en in de planning past een wedstrijd van 2.10. “We zijn nu toe aan zo'n tijd, maar gaat de wedstrijd ineens te snel, te onregelmatig dan moet er worden ingegrepen. Stel dat er een onbekende loper is die versnelt en Bert meent te moeten meegaan. Wat hebben we eraan als de waaghals in zijn val ook Van Vlaanderen meesleept.”

Trainer Wellerdieck laat de coaching in de wedstrijd zonder morren over aan de manager. De wens tot begeleiding is in Rotterdam gehonoreerd en in ruil daarvoor werden andere aanbiedingen voor de "groene' marathonloper terzijde gelegd. “Een veel beter aanbod uit Boston hebben we laten schieten. Ik heb het Bert niet eens verteld. We hebben zo'n band, dat hij zeker weet dat wat wij doen goed voor hem is. Wat hij tot nu toe heeft gelopen is mooi, maar ik noem het altijd een prestatie van iemand in de brugklas. Het echte werk komt nog. Natuurlijk, hij zou nu al een welgeziene gast in New York zijn, maar die marathon staat nog niet op het programma. Zoiets wordt pas aardig als je eenmaal 2.10 op je naam hebt staan.”

In 1991, bij zijn tweede marathon in Berlijn, liet Van Vlaanderen zich verleiden tot wildemans gedoe. Hij ging mee in een groep van drieëndertig lopers, die de eerste tien kilometer aflegde in een tussentijd, die onder het wereldrecord lag. Lukkien zat onmachtig in een volgersbus. Hij kreeg pas een kans tot ingrijpen bij een tussenstation. Pas toen kon hij de aanwijzing brullen, dat de loper zich aan het schema moest houden.

Van Vlaanderen is nu toe aan zijn vijfde marathon. Hij opende in 1991 als een atleet, die voor het haaswerk over de eerste dertig kilometer was ingehuurd. Omdat hij zich lekker voelde liep hij evenwel door en finishte in 2.12.47 als achtste. De begeleidende groep verkneukelde zich om de plotseling opgeroepen belangstelling. Vorig jaar was Rotterdam het opstapje voor de olympische spelen (2.11.53, vierde).

Ook in Barcelona gold Van Vlaanderen als een zuinig met krachten omspringende loper. Met 2.15.47 was hij vijftiende, zesde van de Europeanen en ogenschijnlijk fris na de finish. “Nu ben ik beter”, beweert Van Vlaanderen. “Ik voel me goed en dat heb ik bewezen in de training. Ik heb een langere periode van voorbereiding gehad, heb weken gemaakt met 220 kilometer en voel me rustig. Eigenlijk ben ik nooit zo onder de indruk tijdens de dagen vooraf. Lopen is een hobby en een wedstrijd legt me geen druk op. Tevreden ben je aan de finish als je de tijd ziet, of niet natuurlijk, maar dat heb ik nog niet meegemaakt.”

Vorig jaar was de taktiek in Rotterdam eenvoudig. Lukkien: “Ik had hem gezegd een stap voor Vermeule te blijven Op den duur zou dat geen concurrent meer voor hem zijn. Verder heb ik na de spaghettimaaltijd nog zes woorden tegen hem gezegd en dat was het wel. Dit jaar is het anders, daarom hebben we de motor afgedwongen.”

“Omdat we op dit moment geen betere atleten hebben, lijkt het fraai wat Bert doet, maar het is allemaal nog maar het begin”, meent Lukkien. “Hij heeft te weinig ervaring om hem zo maar los te laten in Rotterdam. Hij moet een tijd van 2.10 hebben, zoveel mogelijk titels halen, scoren bij kampioenschappen. Zo'n vijftiende plaats bij de Olympische Spelen is wat dat betreft prima. Daarom moet hij ook naar het wereldkampioenschap in Stuttgart dit jaar. Dat moet hij niet laten lopen voor een misschien wel lucratievere wedstrijd. Het gaat nu nog om zijn lijst.”

Van Vlaanderen is geduldig onder de plannen. Hij viel ooit op door zijn techniek, door zijn stijl, door zijn efficiënte manier van lopen. Dat alles is ontwikkeld en maakt hem nu tot de beste Nederlandse marathonloper, van wie het bewijs zondag wordt gevraagd. Voor het zesde achtereenvolgende jaar was hij voor een trainingskamp op Lanzarote, een gebied met heuvels en warmte om te eten, te trainen en te slapen. “Ik ben mentaal versterkt en heb in de training mijn grenzen verlegd.”