Zanger Hagar zorgt voor onderbroekenlol bij Van Halen; Zorgeloos hardrocklawaai

Concert: Van Halen. Bezetting: Sammy Hagar (zang, gitaar), Edward van Halen (gitaar), Alex van Halen (drums), Michael Anthony (bas). Gehoord: 13/4 Ahoy, Rotterdam.

Sammy Hagar is een wandelende karikatuur van een hardrockzanger. Hij zwaait met onderbroeken, bh's en ander spul dat hem wordt toegeworpen, drapeert zichzelf en zijn bandleden in spandoeken en schreeuwt dubieuze kreten als "I need some pussy!" Hij oogt als het lelijke dikke broertje van Bette Midler en zoals het een goed Amerikaans entertainer betaamt, probeert hij ons wijs te maken dat we het fijnste publiek zijn waarmee Van Halen ooit werd geconfronteerd.

Acht jaar geleden stond Sammy Hagar voor de zware taak om David Lee Roth op te volgen als zanger bij Van Halen. De groep van de oorspronkelijk uit Nederland afkomstige broers Eddy en Alex van Halen bleef minstens zo succesvol als voordien, maar met de komst van Hagar moest Roths fijnzinnig gevoel voor humor wijken voor platte onderbroekenlol. Hagars teksten zijn vaak schaamteloos seksistisch en de albumtitel - For Unlawful Carnal Knowledge - diende geen ander doel, dan om de afkorting F.U.C.K. op ieders lippen te krijgen.

Als zoon van een voormalig klarinettist bij de Snip & Snap Revue, ontwikkelde Eddy van Halen zich na zijn emigratie naar Californië tot een inventief hardrockgitarist. Hij brak snelheidsrecords met zijn net niet uit de bocht vliegende solo's en en hij bedacht nieuwe toepassingsmogelijkheden van de elektrische gitaar, zoals de spelstijl waarbij de snaren alleen met de vingertoppen van beide handen worden aangetikt. Zijn meest gedenkwaardige gitaarpartij speelde hij in de opzwepende rock- en soulsong Beat It van Michael Jackson.

Omdat Van Halen sinds Pinkpop in 1980 niet meer in Nederland optrad, beschouwde het publiek in een uitverkocht Ahoy het eenmalig concert als de langverwachte thuiskomst. "Welcome Home Alex And Eddy" stond te lezen op de meegebrachte spandoeken. Als Californische stadiumact bij uitstek, wist Van Halen het circusachtige aspect van de volgens vast patroon opgebouwde rockshow te benadrukken. Er werd beslist met veel plezier gemusiceerd, ook al werd nauwelijks afgeweken van de volgorde van de pasverschenen dubbele live-cd.

Jammer genoeg werd de vaart van aanstekelijke kermisdeunen als de discohit Why Can't This Be Love uit de show genomen door ouderwets lange solo's, waarin Michael Anthony de Vijfde van Beethoven over liet gaan in donderend geraas uit zijn basgitaar in de vorm van een fles Amerikaanse whisky. Na een hemeltergende ballade van de als folkzanger niet zo geslaagde Hagar, leek het of Eddy van Halen steeds vaker dezelfde janktonen uit zijn zestien enorme gitaarversterkers tevoorschijn toverde. Voor een bruisende finale was men aangewezen op de synthesizer-popsong Jump. Deze grootste Van Halen-hit draagt nog altijd het onmiskenbare stempel van David Lee Roth, ook al heeft Sammy Hagar een groter stembereik en doet hij zijn best om het nummer naar zijn hand te zetten.

Hoewel Van Halen er niet subtieler op is geworden, stond het fraai verlichte rockcircus garant voor een avond onbekommerd hardrocklawaai. Gelukkig komt daar in Nederland een beschaafd publiek op af en als het van de zogenaamde Security afhangt, wordt de eerste de beste schreeuwlelijk zonder pardon en zonder recht op een weerwoord naar buiten gesmeten. Liefst nog met een trap na, want zo gebeurde het gisteravond met een ongelukkige.