Uittocht van juristen bij de Raad van State

DEN HAAG, 14 APRIL. Het verloop onder de juridische medewerkers van de Raad van State is onaanvaardbaar hoog. Dat constateert mr. W. Scholten, vice-president van de Raad van State, in zijn jaarverslag over 1992.

Oorzaak van het verloop is de reorganisatie van de rechterlijke macht waarbij per 1 januari 1994 de arrondissementsrechtbanken in eerste aanleg bestuursrechtelijke zaken gaan behandelen. In een gesprek met NRC Handelsblad zegt Scholten: “De harde kern van mijn juridisch bestand, de chef-juristen en de adjunct chef-juristen, vertrekt naar de gerechten in eerste aanleg.” Vorig jaar vertrokken 76 medewerkers naar de rechtbanken, in 1991 waren dat er nog 47. Bij de Raad van State werken in totaal bijna 700 mensen.

Scholten tekent in zijn jaarverslag ook protest aan tegen geluiden om de Raad van State alle rechtsprekende taken te ontnemen. “De administratieve rechtspraak zou worden beroofd van een bron van ervaring en gezag”, aldus het jaarverslag.

De Raad bracht vorig jaar 667 adviezen uit over wetsvoorstellen, per 31 december 1992 waren nog 118 wetsvoorstellen in behandeling. De afdeling geschillen van bestuur heeft vorig jaar 6.235 hoofdzaken afgedaan, tegen 6.289 in 1991. De instroom van het aantal nieuwe zaken steeg fors in 1992: 8.080 zaken, tegen 6.440 in 1991. Met name de milieugeschillen zijn debet aan die stijging.

Bij de afdeling rechtspraak bedroeg het aantal binnengekomen beroepen vorig jaar 21.701, tegen 21.209 in 1991. Er ligt een voorraad van nog niet afgedane beroepen van ruim 23.000.

De afhandelingstermijn is twee en een half jaar.