Tsjechië en Slowakije ruziën over boedel; Praag verwerpt "absurde en vermakelijke' eisen

PRAAG, 14 APRIL. Het fluweel van de gelijknamige scheiding van het voormalige Tsjechoslowakije is veranderd in schuurpapier. Dat is de indruk die ruim drie maanden na de officiële splitsing van de Tsjechoslowaakse federatie in Praag en Bratislava overheerst. Een heel scala van bittere verwijten flitst over en weer tussen de hoofdsteden, variërend van “Tsjechische arrogantie” tot “Slowaakse onbetrouwbaarheid”. Alles wijst erop dat de twee nieuwe republieken in Midden-Europa op een koers liggen die onontkoombaar leidt tot politieke en economische confrontatie.

Vorige week hebben de ministers van financiën van Tsjechië en Slowakije, Ivan Kocárnik en Júlis Tóth, weliswaar vier deelovereenkomsten gesloten over de verdeling van het bezit van de federatie, maar die akkoorden hadden betrekking op tamelijk voor de hand liggende, financieel-technische en financieel-juridische aspecten, zoals de opvolgingsrechten van staatsgaranties en internationale leningen en verplichtingen.

Er moeten nu nog vijf van dergelijke deelovereenkomsten worden gesloten, waaronder de allerbelangrijkste: de verdeling van het bezit van de voormalige Tsjechoslowaakse staatsbank. Vorig jaar december liet de bank weten dat men pas na 1 januari 1993, de datum van de scheiding, de definitieve balans over het bezit zou kunnen opmaken. De verdeling daarvan zou, meende men toen, eenvoudig volgens de verdeelsleutel 2:1 kunnen gebeuren. Er was bijvoorbeeld 105 ton goud, welnu, Slowakije zou 35 ton krijgen.

Maar zo eenvoudig is het niet. Nu, ruim drie maanden na een onverhoedse monetaire scheiding, de instelling van een serieuze grenscontrole en een drastische vermindering van de onderlinge handel, nemen de geschillen over wat eigenlijk tot de oorspronkelijk Tsjechoslowaakse boedel behoort alleen maar toe.

Aanvankelijk lag het in de bedoeling dat met Pasen een akkoord over het totale pakket van deelovereenkomsten tussen de Tsjechische en Slowaakse premiers zou zijn ondertekend, een akkoord dat vervolgens geratificeerd moet worden door de respectieve parlementen. Maar die termijn is inmiddels verstreken. Tot groot ongenoegen van Tsjechische financiële kringen, want zolang dat akkoord er niet is zijn tal van economische hervormingsprocessen geblokkeerd.

De problemen begonnen vorige maand, toen bleek dat steeds meer Slowaakse bedrijven die Tsjechische produkten importeren geen geld meer hebben om die produkten te betalen. De schuld van het Slowaakse bedrijfsleven aan Tsjechische banken is daardoor opgelopen tot zo'n 25 miljard kronen (1,6 miljard gulden), met als gevolg dat Tsjechische bedrijven bij voorkeur niet meer naar Slowakije exporteren. De Tsjechische export naar Slowakije is in de eerste drie maanden van dit jaar met naar schatting de helft verminderd.

De Tsjechische regering besloot daarom vorige maand de vorderingen die Slowaken op de Tjsechische economie hebben in de vorm van vorig jaar aangekochte participatiebewijzen in de couponprivatisering te bevriezen. Destijds was er immers nog sprake van één land, en Slowaken belegden hun couponpunten liever in de veelbelovende Tsjechische bedrijven dan in de Slowaakse. Dat wil zeggen dat die aandelen, die een potentiële waarde van 90 miljard kronen (bijna 6 miljard gulden) vertegenwoordigen, voorlopig, namelijk zolang geen akkoord over de verdeling van de federale boedel is bereikt, niet aan de Slowaken worden uitgegeven.

Maar het gevolg daarvan was dat ook de Tsjechen moeten wachten. Het Tsjechische Fonds voor nationaal bezit, dat de distributie van de aandelen organiseert, was niet in staat daarin een zodanige differentiatie aan te brengen dat de Tsjechische burgers wél, maar de Slowaken géén aandelen zouden ontvangen.

Niet bekend

De Slowaken hebben intussen geen haast. Natuurlijk heeft Bratislava hevig geprotesteerd tegen de beslissing van de Tsjechische regering om de Slowaakse bezitters van Tsjechische aandelen "gijzelaar' te maken van een akkoord over het bezit van de federale staat - die beslissing kwam neer op “confiscatie” van Slowaaks bezit”, zo klaagde de Slowaakse regering. Maar voor de Slowaakse premier, Vladimr Meciar, kwam de maatregel eigenlijk als een geschenk uit de hemel. De aandacht van zijn binnenlands-politieke problemen - het ontslag van de minister van buitenlandse zaken en het aftreden van de minister van economische zaken - werd erdoor afgeleid en de economische problemen van zijn jonge staat konden nu eenvoudig worden toegeschreven aan de financiële hardvochtigheid van de Praagse autoriteiten.

Naarmate het moment van de waarheid nadert - de gemengde commissie die de onderhandelingen organiseert heeft 23 april als ondertekeningsdatum door de premiers voorgesteld - vinden de Slowaken steeds nieuwe, zeer moeilijk meetbare Tsjechische debetposten die het Slowaakse aandeel in de federale boedel zouden kunnen verhogen en de schuld kunnen verminderen. Zo meende de Slowaakse president, Michal Ková

In een radiovraaggesprek heeft de Slowaakse premier vorige week vrijdag zich op dat standpunt vastgelegd en verklaard met niets anders akkoord te zullen gaan.

De Tsjechische premier deed van zijn kant een dergelijk simplistische oplossing echter direct af als “absurd en vermakelijk”. Er zijn volgens Klaus nu drie mogelijkheden, die geen van alle aanvaardbaar zijn: 1. de zaak laten voortsudderen, waardoor de Tsjechisch-Slowaakse verhoudingen hoe dan ook verder zullen verslechteren; 2. het kwijtschelden van de Slowaakse schulden, de nul-optie dus, en 3. het aangaan van een conflict, wat zal neerkomen op een handelsoorlog.

Wanneer Klaus die drie mogelijkheden “onaanvaardbaar” noemt, dan betekent dat kennelijk dat hij rekening houdt met een uitweg door onderhandelingen. Maar niet uitgesloten kan worden dat de Tsjechische regering daarbij, vooral onder druk van de economische ontwikkelingen, gedwongen zal worden tot een compromis over de boedelscheiding dat veel geld kost. Het moment komt immers steeds dichterbij dat Praag de afweging zal moeten maken wat kostbaarder is: toegeven aan een aantal exorbitant geachte eisen van de Slowaken, of het laten voortbestaan van een conflict dat niet alleen binnenlands de financieel-economische hervormingsprocessen heeft verlamd, maar ook buitenlandse investeerders steeds onzekerder maakt.