Trots

Het verhaal van de man die uit de trein is gestapt.

Wat hij zich herinnert: dat hij in het boemeltje van Marseille naar Cassis de krant zat te lezen.

Wat hem is verteld: dat hij voor dood op het perron werd aangetroffen, dat hij tien dagen in coma had gelegen, dat hij bijkwam met de woorden: “Je veux rouler une sigarette.” Daar is hij trots op. Hij wist dus nog dat hij in Frankrijk was en dat hij shag bij zich had. En dan zeggen ze dat roken slecht is voor een mens.

Wat hij heeft bedacht: dat hij zich in dat boemeltje begon af te vragen of hij in Cassis een hotel zou kunnen krijgen, dat hij besloot maar een station eerder uit te stappen, dat de trein zich ondertussen weer in beweging had gezet, dat er op het perron een paal stond. En daar lig je dan.

Jaren verstrijken. Er gebeuren dingen die een gevolg zijn van dat ongeluk. Er gebeuren ook dingen die er geen gevolg van zijn, maar er toch mee te maken hebben. Zo'n soort ongeluk was het nu eenmaal.

Nu nadert het eerste lustrum. De man neemt zijn agenda en noteert bij de betreffende datum: binnenblijven! Dat is geen bijgeloof. Dat is een spel. Dit spel geeft betekenis aan de dingen die ons overkomen.