Tokio luisterde naar zakenwereld; VS reageren terughoudend op Japans "oppep-pakket'

TOKIO, 14 APRIL. Met een reusachtig "oppep-pakket' onder zijn arm hoopt de Japanse premier, Kiichi Miyazawa, vrijdag goede sier te maken op het Witte Huis, wanneer hij de Amerikaanse president, Bill Clinton, voor het eerst officieel ontmoet. Liefst 13,2 biljoen yen (211 miljard gulden) pompt de Japanse regering nog dit begrotingsjaar, dat begon op 1 april, in de Japanse economie. Het leeuwedeel (10,6 biljoen yen) in publieke werken.

De stimuleringsmaatregelen, de grootste die een land ooit heeft getroffen, hebben een meerledig doel: de Japanse economie in een hogere versnelling zetten en zodoende de LDP straks weer aan een verkiezingsoverwinning helpen en de Amerikaanse kritiek op het almaar weer groeiende handelsoverschot met Amerika doen verstommen.

De Amerikaanse minister van financiën, Lloyd Bentsen, op bezoek in Tokio voor de ministersconferentie van de G-7 over hulp aan Rusland, reageerde gisteren voorwaardelijk positief. “Het is onze hoop dat het stimuleringspakket vraag en consumptie in Japan zal genereren, de invoer zal stimuleren en de balans in de handel verbeteren, in het bijzonder tussen de Verenigde Staten en Japan.” Kortom: we wachten met ons eindoordeel tot we resultaten zien. Diens collega van buitenlandse zaken, Warren Christopher, zei hetzelfde gisteren in Tokio een slag anders: “Als eerste maatregel is het goed, maar de Japanse economie moet een aantal jaren groeien geleid door binnenlandse vraag”. Kortom: u bent nog niet met ons klaar.

Het Japanse pakket, het tweede binnen acht maanden, was volgens de LDP hard nodig, omdat de eerste van 10,7 biljoen yen (155 miljard gulden) onvoldoende resultaten afwierp. De economie groeide in het laatste kwartaal van 1992 maar met 0,5 procent (op jaarbasis), na een stilstand in het derde kwartaal (nulgroei) en een inkrimping in het tweede kwartaal. Volgens de regeringspartij kwam dat doordat de stijging van de yen de economie tegen zat en het grootste deel van de publieke werken van het eerste pakket door de late behandeling in het parlement werd uitgesteld tot het nieuwe begrotingsjaar. Juist dat laatste doet sommigen vrezen dat de extra investeringen in publieke werken de economie zal oververhitten. Een tweede "luchtbel-economie', nadat de eerste was gebarsten, is volgens hen in de maak.

Die vrees bestaat vooral op het ministerie van financiën. Maar zijn bezwaren werden opzij geduwd door de LDP, daarbij krachtig bijgevallen door de Japanse zakenwereld. Tenslotte had Financiën vorig jaar immers de ernst van de economische teruggang onderschat. Vele ondernemers geloven dat zelfs het nieuwe pakket nog steeds ontoereikend kan zijn om de Japanse economie terug te brengen op het pad van stabiele groei. Financiën zou zich te veel laten leiden door statistieken. De LDP heeft nu het pakket samengesteld door naar de zakenwereld te luisteren.

Dat kan volgens sommige waarnemers een fatale vergissing zijn. Als het slecht gaat met de economie zijn ondernemers meestal de sombersten en hun pessimistische kijk kan makkelijk tot overkill leiden. En helemaal nu de LDP zelf door schandalen en interne machtsstrijd wordt geteisterd. De economie begint immers hier en daar al tekenen van herstel te vertonen. Zo namen de autoverkopen in maart voor het eerst na vele maanden toe.

Net als in het vorige pakket wordt in het nieuwe pakket het leeuwedeel van het geld gestoken in publieke werken. In de heilzame werking van belastingverlaging gelooft de LDP niet, die zou de mensen tot nog meer sparen aanzetten. Maar er is dit keer een belangrijk verschil. Ruim een biljoen yen (1,15) wordt dit keer besteed aan projecten die van direct voordeel zijn voor de elektronica-industrie. De LDP wil deze industrie, die hard door de recessie wordt getroffen, beschermen, schreef vandaag de Yomiuri Shimbun.

Scholen krijgen computers, researchinstellingen grote computers en geld wordt gestoken in de aanleg van een landelijk glasvezelnet waarvan de telecommunicatie-industrie profiteert. Ook buitenlandse fabrikanten worden zo afzetkansen geboden. Sommigen in de LDP wilden zelfs "targets' opnemen voor het buitenland (lees: Amerika), maar de meerderheid vond dat te ver gaan. Het zou de Amerikanen maar aanmoedigen tot "managed trade', zoals bij de chips is gebeurd (een afgesproken marktaandeel in Japan van ten minste 20 procent), en dat wilde de meerderheid koste wat kost vermijden.

Volgens het Japanse Planbureau is het nieuwe pakket goed voor 2,6 procent economische groei. Daarbij is simpelweg het bedrag afgezet tegen het nominale bruto nationale produkt van Japan. Het zou in elk geval de officiële doelstelling van 3,3 procent economische groei voor dit begrotingsjaar binnen bereik brengen. Maar of het handelsoverschot afneemt? Veel economen betwijfelen het, niemand weet het zeker. In elk geval stelt het almaar weer groeiende overschot Japan in staat het nieuwe pakket probleemloos te financieren.

Daartoe worden zogeheten "Publieke Werken-obligaties' uitgegeven, die alleen mogen worden gebruikt voor de financiering van kapitaalsuitgaven. Zulke leningen worden (met goedkeuring van de OESO) niet gerekend tot het begrotingstekort. De leningen worden geplaatst bij de Japanse Postspaarbank, de grootste spaarpot ter wereld. Zou de LDP ook hebben gekozen voor een verlaging van de inkomstenbelasting, wat ondanks aandringen van de oppositie niet is gebeurd, dan had Financiën ook gewone staatsobligaties moeten uitgeven, die wel het tekort verhogen. Daartegen heeft het zich met succes verzet. Maar het heeft niet kunnen tegenhouden dat de LDP het begrip kapitaalsuitgaven heeft verbreed tot die voor elektronica toe.