Schatkist op slot voor Italiaanse partijen; Referendum moet corruptie nu echt aan banden leggen

ROME, 14 APRIL. Bijna twintig jaar geleden probeerde Italië een einde te maken aan de politieke corruptie door nieuwe regels op te stellen voor de partijfinanciering. Zondag begint er een nieuwe poging, met de afschaffing van een aantal van de regels uit 1974.

Het is een van de negen referenda waarover de kiezers zich komend weekeinde moeten uitspreken, en officieel het minst omstreden. Nu Italië is gaan lijken op een vulkaan met steeds nieuwe erupties van smeergeldschandalen, durft geen van de partijen de oude wet nog te steunen.

De kiezers willen massaal een streep halen door regels die in theorie passend zijn voor een democratie, maar in de praktijk als een stimulans voor corruptie worden gezien. Hoe omvangrijk die is, blijkt uit een overzicht dat vorige week is verspreid. Sinds het onderzoek Schone Handen vorig jaar februari in Milaan begon met de arrestatie van de socialist Mario Chiesa, zijn er 1.356 arrestaties verricht. Tegen 1.116 anderen loopt een formeel onderzoek, en onder hen zijn 152 parlementsleden (op een totaal van ongeveer duizend). Van de overige verdachten en arrestanten zijn er 853 ambtenaar/bestuurder en 1487 ondernemer.

Van de goede voornemens uit 1974 is weinig terechtgekomen. In het voorjaar van dat jaar brak een enorm schandaal uit toen rechters in Genua ontdekten dat olieproducenten miljoenen aan politieke partijen hadden betaald, vooral aan de christen-democraten, als bedankje voor een reeks belastingvoordelen en steunmaatregelen.

Na felle woede-uitbarstingen werd daarna in recordtijd een wet aangenomen die, zo beloofden de indieners, de partijen zou dwingen voortaan opening van zaken te geven en hen in staat zou stellen te functioneren zonder hun toevlucht te "moeten' nemen tot smeergeld. Naast de financiële steun bij verkiezingscampagnes zou de staat voortaan jaarlijks een fors bedrag overmaken aan alle politieke partijen. Dat moest een aanvulling vormen op vrijwillige bijdragen die de partijen van burgers en particuliere bedrijven zouden krijgen, bijdragen zonder maximum. Bedrijven die voor meer dan twintig procent publiek bezit waren, mochten geen betalingen verrichten of leningen verstrekken aan politieke partijen.

De corruptie-affaires hebben laten zien wat daarvan terecht is gekomen: niets. Het standaardargument is dat het bedrag dat de partijen uit te schatkist krijgen, sinds 1981 ongeveer honderd miljoen gulden per jaar, te laag is. De partijen hadden meer nodig. Daarom zijn de staatsbedrijven gebruikt als melkkoe. Florio Fiorini heeft gezegd dat hij als financieel directeur van de staatsholding Eni in de jaren zeventig 15.000 gulden per dag overmaakte naar de partijen. En daarom boden politici particuliere ondernemers vette contracten in ruil voor steekpenningen. De ondernemers spraken liever niet over hun "bijdragen', want in een schenking om niet gelooft een Italiaan niet. Bovendien zouden andere partijen ook geld kunnen ruiken.

Al na drie jaar verzamelde de kleine Radicale Partij genoeg handtekeningen voor een referendum over de partijfinanciering. Maar de kiezers geloofden toen nog in het argument dat een cheque van de staat de partijen op het rechte pad zou houden. In 1980 probeerden de radicalen het nog een keer; toen kwam het om procedurele redenen niet tot een referendum.

Het bruine stembiljet dat de kiezers zondag openvouwen is de derde poging, en dit keer lukt het zeker. Een overgrote meerderheid is voor het voorstel om de partijen niet meer uit de schatkist te betalen. Waarvan de partijen dan moeten leven, dat is een vraag van later orde. Maar de ongeveer honderd miljoen gulden uit de schatkist die jaarlijks onder de partijen werd verdeeld, is na zondag verleden tijd. Velen willen de politieke partijen dwingen tot een nieuwe soberheid, na jaren van uitbundige congressen, ontspannende dienstreizen en een leven als prinsen.

De meeste politieke partijen zagen een paar maanden geleden nog niets in dit referendum, maar onder druk van de smeergeldschandalen zijn ze allemaal om. Sommige politici proberen er het beste van te maken en zien het referendum als een kans om daarna nieuwe bronnen van inkomsten aan te boren. Een veelgehoorde suggestie is een vast percentage van de inkomstenbelasting te bestemmen voor de partijen, waarbij de belastingbetaler de partij van zijn voorkeur aangeeft.

Bovendien hopen sommige politici dat nu de hele wet in de prullenbak gaat, zeker artikel 7, het belangrijkste wapen tegen politieke corruptie dat de justitie in handen heeft. Hierin staat het verbod op financiering door staatsbedrijven en ook de verplichting om de bijdragen op te nemen in de boeken. Overtreding wordt bestraft met zes maanden tot vier jaar, en een boete van drie keer het ontvangen bedrag. Dit artikel blijft onverlet.

De financiële problemen waarin de partijen de afgelopen maanden zijn gekomen, laten zien wat een farce hun officiële boekhouding was. De socialisten stonden volgens de officiële cijfers vorig jaar voor 27 miljard lire in het rood. Partijsecretaris Giorgio Benvenuto heeft vorige maand gezegd dat het werkelijke bedrag zes keer zo groot is. En Carlo Vizzini is afgetreden als leider van de kleine sociaal-democratische partij omdat de partij zo diep in de schulden zit, dat zij volgens hem geen toekomst meer heeft.

Directe financiële steun van de staat voor politieke partijen is eerder regel dan uitzondering binnen de Europese Gemeenschap. Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië doen het ook. Maar in Italië is de woede over de politieke corruptie zo groot dat de kiezers de schatkist op slot gaan doen voor de partijen.

Sinds kort kunnen vreemdelingen bij naturalisatie tot Nederlander hun oorspronkelijke nationaliteit behouden, mits het land van herkomst dat ook toestaat. In dat geval bezit iemand twee paspoorten.