Orlov wil geen turntrainer zijn zonder turnsters

BIRMINGHAM, 14 APRIL. De KNGB wenst turncoach Boris Orlov (50) tot en met de Olympische Spelen van Atlanta in 1996 aan zich te binden. Een maand geleden sloten beide partijen daarom een driejarig contract, dat 1 augustus dit jaar ingaat. Maar de kansen dat de man die in 1981 zijn Moskouse pupil Olga Bitsjerova wereldkampioene zag worden, in Nederland blijft, nemen met de dag af. Want Orlov wenst geen bondstrainer te zijn zonder turnsters. “Als ik niet werken kan wil ik ook geen centjes!” Heeft de 125-jarige gymnastiekbond geen talentvolle jeugd meer?

De wereldkampioenschappen in Birmingham tellen twee Nederlandse turnsters: Monique Slotemaker en Wyke Karten. Beiden ontvluchtten eind 1991 het turninternaat op Papendal en met name het regime van de toenmalige bondscoach Rheinhard Tietz. De aanpak van de Berlijner leidde tot een gedeeltelijke leegloop van het turninternaat. Alleen Elvira Becks bleef achter met bondstrainer Gertjan Nieuwstad als een soort privécoach.

Terwijl de Nijmeegse nog in voorbereiding was op Barcelona, nam de KNVB twee besluiten: het turninternaat gaat dicht en met bondscoach Tietz gaat men niet verder. Het instituut dat in 1975 ter voorbereiding op de Spelen van Montreal werd ingesteld en ook zestien jaar later Elvira Becks prima van nut is geweest, stierf vorig jaar zomer een langzame dood.

Inmiddels was Boris Orlov in Oude-Pekela neergestreken. Na een kort verblijf in Moskou keerde hij nu op verzoek van zakenman maar vooral vader Veldman terug in Nederland. Dochter Simone Veldman had in de periode 1986-1989 op het turninternaat getraind onder de inspirerende leiding van Orlov. Simone werd nu assistente van Orlov en samen bouwden zij in korte tijd het gymzaaltje in Oude-Pekela om tot een acceptabele "werkruimte'. De vluchtelingen Slootmaker en Karten streken neer bij Orlov. Beiden leefden weer op en Slootmaker excelleerde op het Europees kampioenschap vorig jaar door Becks in de meerkamp af te troeven en de 38-puntengrens te overschrijden. Orlov bewees weer zijn vakmanschap.

Elvira Becks piekte in Barcelona, eindigde op een voor ons land historische tweede plek in de wedstrijd der 36 besten. Na 1976 eindelijk weer een olympisch optreden van een Nederlandse turnster. Het NOC had dan ook geen enkel begrip voor het KNGB-besluit om het turninternaat op te doeken. Juist nu het internaat eindelijk weer een produkt van olympisch niveau afleverde, deed KNGB-voorzitter Henk Mannen de deuren dicht.

Onder druk en met financiële steun van het NOC werd Orlov naar Papendal gehaald. In de nieuwe beleidsvisie van de KNGB werd Papendal regionaal steunpunt. De Zeeuwse Slootmaker en de Noordhollandse Karten volgden Orlov. “Zij zijn de laatsten der Mohikanen”, stelt Orlov vast.

Slootmaker turnde gisteravond haar kwalificatie voor de meerkampfinale van vrijdag, waarvoor 24 turnsters worden toegelaten. Na de eerste dag staat zij weliswaar op een 21e plek (36.168) van de 50 deelneemsters, maar vandaag turnen de resterende 50 meisjes waaronder Wyke Karten, die om acht uur vanavond start. Orlov: “Ik heb geen illusie. Een finaleplaats is voor beiden niet haalbaar.”

Morgen reist Orlov dus af. Junior-turnster Marit Jonker behoeft begeleiding op Papendal. De Europese kampioenschappen junioren staan voor de deur en Jonker heeft mogelijkheden op een goede klassering. Mogelijk wordt dat toernooi het laatste internationale optreden van Orlov voor Nederland.

Slootmaker en Karten zullen naar verwachting na de Nederlandse kampioenschappen in juni hun topsportloopbaan afbreken. De nieuwe waarderingsvoorschriften van de wereldturnbond die in Birmingham van kracht werden, zijn zo veeleisend dat een nieuwe generatie turnsters moet worden opgeleid. Het probleem is echter dat die nieuwe generatie in ons land twee meisjes telt: Marit Jonker en Simone Heitinga. De laatste is samen met trainer Gerrit Beltman vorig jaar augustus in Stuttgart neergestreken.

Orlov: “Ik wil niet dezelfde fout maken als vele Nederlandse collega's, die uitsluitend met een talentvol meisje werken.” Wijzend naar zijn lange grijze haren poneert Orlov: “Ik heb dertig jaar ervaring. Individuele topprestaties komen in mijn denken altijd voort uit een goede gemiddelde prestatie van de groep. In de geboortejaren 1980 en 1981, nodig voor de pre-olympisch wereldkampioenschappen in 1995, is geen groep te formeren. Dus is de kans groot dat ik straks geen werk heb in Nederland. Alles is goed voor mij geregeld: huis, voldoende centjes, goede zaal, school voor de turnsters, mooie auto. Alleen heb ik straks geen turnsters.”

Jarenlang heeft de KNGB verzuimd planmatig te werken. Een aanvankelijk goed functionerend en wervend wedstrijdklassesysteem voor de jeugd werd door essentiële wijzigingen steeds minder bruikbaar. Een beleid van decentralisatie naar steunpunten dat in 1990 werd ingezet en veel steun genoot in den lande, werd vorig jaar weer afgeblazen. Onder leiding van de grote roerganger Bart Buys, eind 1991 aangesteld als technisch directeur, werd een nieuw en op bezuiniging gericht beleid ontwikkeld.

Zijn premie-sponsorplaats-systeem werd door niemand geaccepteerd. Anneke Hoeyenbos, als technisch bestuurslid van de FIG de enige Nederlandse mondiale turnofficial, kon zich er niet mee verenigen en legde vorig jaar haar KNGB-bestuursfunctie neer. Rie Mazure, in Birmingham aanwezig als jurylid, zegt slapeloze nachten te hebben van het KNGB-topsportbeleid. Toptrainer Gerrit Beltman weigert er aan mee te werken en bondsbestuurslid Dick Sol, verantwoordelijk voor de technische zaken binnen de gymnastiekbond, hekelt openlijk het systeem.

De macht van Buys is tevens zijn onmacht. In korte tijd is het kleine beetje turncultuur in Nederland de nek omgedraaid. Het turninternaat behoorde tot die minicultuur. “Oude schoenen zijn weggegooid zonder nieuwe te hebben, dus lopen wij binnenkort op blote voeten.” En zonder turnsters wil "magnesiumvreter' Orlov geen salaris ontvangen. “Als ik straks niets terug kan doen voor KNGB en NOC, vertrek ik snel naar elders.” In Stuttgart is hem al een goede positie aangeboden.