Offervaardige Nivchen op robbenjacht

De gevlekte hond (Pegij pjoss begoestschij krajem morja). Regie: Karen Gevorkjan. Met: Aleksander Sasykov, Bajarte Dombajev, Doschan Zjolzjaksynov, Tokonali Dairbekov. In: Amsterdam, Rialto.

Lang voordat de Kirgizische auteur Tsjingiz Ajtmatov ambassadeur van zijn jonge republiek in Luxemburg werd, verwierf hij faam als een van de meest populaire romanciers van de voormalige Sovjet-Unie. Ajtmatovs proza, dat steevast de heroïsche spankracht van de mens ten opzichte van de onoverwinnelijke, wrede natuur bezingt (zonder zich overigens te bezondigen aan plat socialistisch realisme), werd in deze krant door Arthur Langeveld al eens beschreven als "log' en "pretentieus'. Verschillende van zijn boeken werden verfilmd; de film De gevlekte hond naar de in 1977 geschreven roman Pegij pjoss begoestschij krajem morja (in de Nederlandse vertaling van Monse Weijers De Bonte Hond die langs de zee loopt) behaalde zelfs enig succes door de onverwachte bekroning met de hoofdprijs van het Moskouse filmfestival van 1991.

Enkele objectieve factoren staan een internationale waardering van De gevlekte hond in de weg. Wie heeft hier bij voorbeeld oog voor het zo vlak voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie waarlijk bonte karakter van de produktie? De in het Russisch geschreven roman van een Kirgiziër werd door een Oekraïense studio (met een flinke bijdrage uit West-Duitsland) geproduceerd onder regie van de Armeniër Karen Gevorkjan. De acteurs behoren tot verschillende Aziatische volkeren: een Kalmuk, een Kazach, een Kirgies en een Boerjat. Allen werden echter nagesynchroniseerd in het Nivchisch, de taal van een op het eiland Sachalin wonend, aan de Eskimo's verwant volk, de Nivchen of Giljaken, dat bij de laatste census van 1989 slechts 4.673 zielen telde; de meeste Nivchen zijn inmiddels volledig gerussificeerd.

De eerste helft van Gevorkjans film schetst uitgebreid, eerder etnografisch dan dramatisch, de oude zeden en gewoonten der Nivchen: hun jacht en visserij, de sjamanische rituelen bij geboorte en dood, het onder luide verwensingen afranselen van een gevilde beer. Dan komt het eigenlijke verhaal pas op gang, dat een jongen en drie mannen (zijn vader, grootvader en oom) in een kleine roeiboot op de Zee van Ochotsk op de robbenjacht stuurt. Na een storm belanden ze in dichte mist en windstilte, zodat het navigeren op een markante rotspunt (De gevlekte hond) onmogelijk wordt. Een voor een storten de drie mannen zich in zee, zodat de jongen met de overgebleven zoetwatervoorraad kan overleven. Zo geschiedt.

Desgevraagd lichtte auteur Ajtmatov, begeleid door diverse Kirgizische hoogwaardigheidsbekleders, vorige week in Amsterdam toe dat hij de beslissing van de drie mannen om hun leven op te offeren aan de jeugd, moreel hoogstaand acht: “Zonder een dergelijke offervaardigheid kan geen cultuur bestaan. De jongen uit dit verhaal zal na deze ervaring nooit ten prooi kunnen vallen aan cynisme of materialisme”.

De gevlekte hond is dan ook een film die bezwijkt onder zijn eigen rechtvaardigheid en loodzware betoogtrant. Waar goede bedoelingen en oprechte vermaningen de dienst uit maken, daar wijkt de poëzie.