Lezersrespect

Een solipsist is iemand die denkt dat alleen hij zelf bestaat. Willem de Ridder is solipsist; hij gaat uit van de opvatting dat de wereld alleen bestaat voorzover je haar ziet.

Maar de wereld moet hem ook zien en daarom brengt De Ridder al tientallen jaren achtereen het ene tijdschrift na het andere op de markt. Onlangs heeft hij een gooi naar het ultieme gedaan door een zes keer per jaar te verschijnen krant uit te brengen onder de titel Willem De Ridder, waarvan deze week het tweede nummer verschijnt. Dit "Lijfblad van Radikale Traditionalisten en Moderne Primitieven' lijkt op geen van de eerdere De Ridder-bladen.

Zonder twijfel is Hitweek het beroemdste in die rij. De Ridder had samen met Wim T. Schippers een verleden van Nieuw Realisme en Fluxus achter de rug toen hij in 1965 een geïsoleerd bestaan als huismus ging leiden, in de flat van een vriendin. Bij toeval kreeg hij het onooglijke muziekblaadje Beatbox onder ogen, een door Peter J. Muller met veel plezier in elkaar gedraaide uitgave vol absurde namaakjournalistiek en onzinnige grappen.

De Ridder stelde zich in verbinding met Muller en bood zijn diensten aan. Voor het blad dat ze samen gingen maken, was een professionele drukker nodig. De Ridder, die nog niet vergeten was hoe hij samen met Wim T. Schippers in maatkostuum grote bedrijven had bezocht om niet-bestaande projecten te verkopen, wist een drukker en een willige financier te vinden. Beatbox heette voortaan Hitweek, het vakblad voor langharig werkschuw tuig. De uitgave werd zo'n groot succes dat Muller het te druk kreeg en zich terugtrok. De Ridder maakte er een beroemd en berucht jongerentijdschrift van.

Hitweek hield op te bestaan, maar De Ridder en Muller gingen ieder voor zich door met het maken van bladen. In de jaren zestig en zeventig speelden ze elk met een eigen tijdschrift in op de nieuwe verworvenheden op seksueel gebied. Enkele jaren geleden begon Muller met het Magisch Realistische De Nieuwe, een publieksblad dat onvermoeibaar op zoek is naar wonderlijke verschijnselen. Ook in "Willem De Ridder' krijgt het bovennatuurlijke ruim baan.

Het transcendentale en macrobiotische denken wordt in het eerste nummer afgewisseld met flauwe grapjes. Zo krijgt het plaatje van een woordenboek in een bak hondebrokken als onderschrift: Voertaal. Een vuisthamer met de steel in een kussensloop gestoken heet Sloophamer. Wie een op een onderbroek geschreven rebus weet op te lossen krijgt gratis huisbezoek van meesterverteller Willem de Ridder.

De categorie praktische tips is vertegenwoordigd met korte bijdragen in de trant van: Hoe je echtgenoot te irriteren en er van te genieten! Maar daar blijft het niet bij. Een handleiding om thuis te brandmerken wordt met veel vuur aan de man gebracht. De interviews met zogenaamde deskundigen over moderne onderwerpen zijn minder onschuldig. Chemisch ingenieur Anton wordt gevraagd naar zijn mening over milieuproblemen. Die zijn er hoegenaamd niet, moet uit het in houthakkersproza geschreven interview blijken. Luchtvervuiling bijvoorbeeld wordt niet door mensen en industrieën veroorzaakt maar door de natuur zelf, en dat is niet erg. Het gat in de ozonlaag is grote flauwekul, en roken kan wel degelijk gezond zijn, beweert de ingenieur.

Ook kan het zijn dat bepaalde stukken je de strot uitkomen of je onpasselijk maken, zo schrijft De Ridder. In dat geval is er een simpele remedie. Ga even rustig zitten en "konsentreer' je heel kort op het gevoel dat je in je lichaam hebt.

De hoofdredacteur heeft met opzet enkele schrijffouten in zijn blad laten staan om de lezer een gevoel van superioriteit te geven. Die moeite had hij zich kunnen besparen.