George Michael ondermijnt zekerheden muziekindustrie

Wint zanger George Michael zijn proces tegen Sony, dan is hij verlost van een contract dat hem vijftien jaar bindt. Voor nieuwe artiesten wordt het tegelijk lastiger een maatschappij te vinden die nog in hen wil investeren.

Georgios Kyriacos Panayiotou mag dan niet zo'n bekende naam zijn als Prince, Madonna of Cher, maar een rechtszaak die hij onlangs aanhangig maakte, veroorzaakt grote opschudding in de muziekindustrie.

Panayiotou, beter bekend als popidool George Michael, wil worden ontslagen van zijn contractuele verplichting om voor Sony Music Entertainment Ltd. in een periode van vijftien jaar acht albums te maken. Zijn proces kan tot gevolg hebben dat voor platenmaatschappijen, net als eertijds voor filmstudio's en de professionele sport, het tijdperk aanbreekt van het niet-exclusieve contract.

Wint de zoon van een Griekse Cyprioot het proces dat in oktober in Londen begint, en juridische experts geven hem een goede kans, dan brengt hij een radicale verandering teweeg in de bedrijfstak. De muziekbranche is vanouds gegrondvest op lange-termijncontracten, die als verzekering dienen tegen de 90 procent van de gecontracteerde artiesten die een flop blijkt. Volgens ingewijden in de muziekbranche, waarin jaarlijks 26 miljard dollar omgaat, kan een overwinning van George Michael leiden tot een nieuw soort contracten, gebaseerd op winstdeling tussen artiesten en hun labels. Deze overeenkomsten geven supersterren veel meer creatieve en financiële macht, maar maken het tegelijk moeilijker voor nieuwkomers hun grote doorbraak - het eerste platencontract - te beleven.

“Als George Michael wint, kunnen platencontracten in de toekomst fundamenteel anders worden”, zegt George Watson, advocaat van London Records, dat onder andere Fine Young Cannibals en Bananarama in zijn artiestenstal heeft. “Dat zal het voor platenmaatschappijen veel moeilijker maken fors te investeren in nieuwe artiesten.”

Sommige onafhankelijke platenmaatschappijen maken nu al contracten op waarin zij zich in feite minder opstellen als baas dan als partners van hun artiesten. Zo komt het voor dat, als produktie en marketing van een plaat bij voorbeeld 200.000 dollar kosten en de winstverwachting 4 dollar per plaat bedraagt, label en musici afspreken elk 2 dollar per plaat te krijgen nadat er 50.000 van zijn verkocht. De zaak van Michael zou kunnen bepalen of dit soort afspraken, die nu avant-gardistisch zijn, standaard worden.

Volgens de aanklacht, op de rol van de civiele kamer bij de rechtbank in Londen geplaatst onder nummer P8711, zou het contract tussen Michael en Sony (sinds 1988 eigenaar van CBS Records) volgens Engels recht neerkomen op handelsbeperking en volgens Europees recht op schending van de mededingingswetgeving.

“In het verleden is in een aantal zaken vastgesteld dat er een grens bestaat aan wat handelsbeperkingen zijn, maar waar die grens lag is niet duidelijk. Deze zaak zou daarop een antwoord kunnen geven”, zegt Robert Allan van advocatenkantoor Denton Hall Burgin & Warrens, dat Dire Straits en The Scorpions onder haar cliënten telde.

Andere Britse musici spanden eerder al zaken aan waarin zij met enig succes een beroep deden op handelsbelemmering. Daarbij ging het echter gewoonlijk om contracten met uiterst onredelijke condities, getekend door naïeve jonge artiesten. Deze zaak is anders. Hier betreft het een topcontract, met financiële condities die als de beste in de branche gelden: de artiest krijgt een percentage van de detailhandelsprijs - gewoonlijk 10 tot 15 procent - nadat de opname- en verpakkingskosten door de platenmaatschappij zijn terugverdiend.

Pag 16: Ontbinden contract met superster schaadt elke platenmaatschappij; "Dit gearrangeerde huwelijk met Sony werkt gewoon niet'

“Als de rechter het contract met een superster - met waarschijnlijk betere condities dan anderen kunnen krijgen - niet overeind kan houden, dan is het onwaarschijnlijk dat hij contracten van andere artiesten wel staande kan houden”, zegt Tony Russell, Michaels advocaat, wiens kantoor bij Picadilly Circus vol staat met souvenirs van andere cliënten uit de muziekwereld, zoals Lisa Stansfield.

In de Verenigde Staten wordt de zaak op de voet gevolgd. Hoewel een Engelse uitspraak ten gunste van Michael niet bindend zou zijn voor Amerikaanse rechtbanken, zouden advocaten zeker proberen Amerikaanse rechters een zelfde redenering te laten volgen. Californië heeft een limiet van zeven jaar voor contracten in de amusementsindustrie, maar New York en andere staten kennen zo'n beperking niet. George Michael was al een bekende ster toen hij in 1988 zijn contract met Sony sloot. Hij had deel uitgemaakt van het duo Wham! (hit single: Wake Me Up Before You Go-Go), dat een contract had met CBS. Toen het duo in 1986 uit elkaar ging, paste CBS zijn leaving member clause toe en liet Michael een solocontract tekenen waarover twee jaar later met Sony opnieuw onderhandeld werd. Dit is het contract waarvan de popster nu claimt dat het onwettig is, omdat het hem tot 2003 kan binden zonder dat het Sony verplicht platen uit te brengen die het commercieel niet interessant acht.

Het dispuut gaat over meer dan geld, zegt Michael. Hij ziet het als een botsing van culturen tussen een artiest en een maatschappij die naam heeft gemaakt met het produceren van televisietoestellen, niet met de ontwikkeling van musici.

“Mijn jaren bij CBS Records waren zowel creatief als produktief”, zegt hij in een verklaring, “maar ik heb gezien hoe het fantastische Amerikaanse muziekbedrijf, waarmee ik als tiener trots een contract sloot, een klein onderdeeltje werd in de produktielijn van een gigantisch electronicabedrijf... Dit gearrangeerde huwelijk met Sony werkt gewoon niet. Wij spreken niet dezelfde taal.”

George Michael (29) geeft geen interviews over de zaak en Sony weigert, behalve een korte schriftelijke verklaring, ieder commentaar. “Ons contract met George is geldig en juridisch bindend”, zegt de platenmaatschappij. “Ieder contract brengt zowel een serieuze morele als juridische verplichting met zich mee, en wij zullen die niet alleen nakomen maar ook fel verdedigen.”

Zelfs Michaels supporters erkennen dat platenmaatschappijen, als hij de zaak wint, waarschijnlijk minder snel een risico zullen nemen met een nieuwe artiest. Maar volgens hen zullen na een aanvankelijke periode van onzekerheid nauwere banden ontstaan tussen artiesten en hun labels, en zal er meer ruimte komen voor creatieve experimenten in een industrie die nu zo vaak wordt bekritiseerd om haar gelijkluidende platen, eerder gemaakt door synthesizers en producenten dan door liedjesschrijvers en musici.

De filmindustrie mag als voorbeeld gelden. Toen het zogeheten studio-systeem na de Tweede Wereldoorlog wegviel, leidde dat direct tot vernieuwing - zij het in het ene geval met meer succes dan het andere. Art films in Europese stijl bliezen de stagnerende branche nieuw leven in, maar nieuwigheden als 3-D en Smell-O-Vision bleken god-zij-dank een kort leven beschoren. Het systeem dat een filmster bond aan één enkele studio, zoals Metro-Goldwyn-Mayer of Paramount, werd deels door een Amerikaanse anti-trustwet ontmanteld. De voornaamste factor was evenwel de populariteit van de televisie: het aantal filmbezoekers nam dramatisch af, dus was er voor studio's geen noodzaak meer om aan de lopende band films op de markt te brengen.

Mensen die vertrouwd zijn met de zaak van Michael, inclusief zijn medewerkers, zeggen dat de problemen met Sony begonnen kort na zijn hit Faith, een plaat die in 1987 uitkwam en waarvan er wereldwijd zo'n 15 miljoen werden verkocht. De plaat die daarop volgde, Listen Without Prejudice, werd in 1990 uitgebracht; er werden er minder dan half zoveel van verkocht. De zanger beweerde dat Sony er in de Verenigde Staten, waar hij slecht liep, niet voldoende reclame voor had gemaakt. De platenmaatschappij toonde zich aan de andere kant verre van enthousiast over Michaels weigering - op grond van angst om te veel op het scherm te komen - in videoclips voor de plaat op te treden. De video voor de hit Freedom werd desondanks een klassieker, met zijn montage van gitaren die explodeerden en een cast van play-backende topmodellen als Linda Evangelista, Cindy Crawford en Naomi Campbell.

De spanningen namen toe toen Sony Michaels idee voor een plaat, Trojan Souls, afwees; er zouden andere artiesten aan meedoen zoals Aretha Franklin, Brian Ferry en Anita Baker, die nummers geschreven door Michael zouden zingen (men verwacht dat Warner Music hem nu zal uitbrengen). Sony weigerde aanvankelijk ook een single van Michael en Elton John uit te brengen, Don't Let The Sun Go Down On Me, omdat het maar een single was. Het nummer, uiteindelijk in 1991 door Sony uitgebracht, werd een kolossale hit. Er werden meer dan 1,34 miljoen exemplaren van verkocht (waanzinnig voor een single) en het nummer stond overal ter wereld op de eerste plaats.

Een reden waarom de muziekindustrie zich zulke zorgen maakt over Michaels zaak is dat zijn eis is gebaseerd op de EG-mededingingswetgeving, kennelijk de eerste belangrijke zaak in de amusementsindustrie die hieronder valt. George Michael beweert dat de clausules in zijn vijftien jaar lopende contract zo beperkend zijn dat het onderworpen zou zijn aan goedkeuring door de Europese autoriteiten volgens artikel 85 van het Verdrag van Rome, het handvest van de gemeenschap. Volgens dat artikel moet de EG Commissie worden verwittigd van "alle overeenkomsten tussen ondernemingen' waardoor mededinging kan worden beperkt of belemmerd.

“De eis gebaseerd op Artikel 85 is een bron van grote zorg voor platenmaatschappijen”, zegt advocaat Allan, die in het verleden ook voor Sony en Thorn EMI is opgetreden, maar niet betrokken is bij deze zaak. “Het is een heel belangrijke kwestie, want alle contracten in de muziekindustrie zijn exclusief.”

De aanklacht betreft ook een ander belangrijk onderwerp in de platenindustrie: royalties. Artiesten zoals Michael beweren dat zij in wezen zelf betalen voor het maken van de master-platen, omdat zij pas royalties krijgen als hun deel in de royalties meer bedraagt dan de kosten van de opnamen. En de master-platen blijven het eigendom van de platenmaatschappij. “Het is alsof de directeur van een bank zegt: akkoord, ik leen je 100.000 pond om een huis te kopen tegen 10 procent rente”, zegt Jazz Summers, voormalig manager van Wham! “En net als je de deur uitloopt, zegt hij: o, ja, als je voor dat alles 25 jaar lang hebt betaald, is het niet echt je eigendom - jij hebt maar 10 procent.”

Michael vraagt waarom Sony het copyright van de master-plaat zou houden als de platenmaatschappij hem in wezen alleen het geld "leent' om de platen te maken. Platenmaatschappijen verweren zich door erop te wijzen dat Michael een uitzonderlijk geval is. Hij kan het zich als rijk en succesvol artiest veroorloven zijn eigen platen te maken, maar zulke contracten zijn nodig om de flops goed te maken waarvan er nooit genoeg worden verkocht om de opname- en marketingkosten te dekken. De maatschappijen noemen ook de hebbelijkheid van de branche one hit wonders te produceren - artiesten met één tophit die al snel naar de achtergrond verdwijnen: denk aan Bobby Hebb (Sunny) of Zagar en Evans (In the Year 2525).

De zaak van Giorgios Panayiotou kàn nog in een schikking eindigen, zoals bij zoveel geschillen in de amusementswereld gebeurt, maar in dit geval ziet het ernaar uit dat hij tot het eind toe zal worden uitgevochten.

“Het is een zaak waarbij geen van beide partijen het zich kan veroorloven water in de wijn te doen”, zegt een vooraanstaande Londense advocaat, gespecialiseerd in amusementszaken, die anoniem wil blijven. “Sony bevindt zich in een situatie waarbij George Michael met niets anders genoegen zal nemen dan met ontbinding. In tegenstelling tot veel anderen lijkt hij vastbesloten tot het einde door te gaan en dat kan hij zich ook permitteren.”

Sony beweert echter dat haar afspraken ten opzichte van Michael "duidelijk en onaantastbaar' blijven, en dat hun relatie "voor beiden vrucht heeft afgeworpen'. Het verlies van Michael zou, volgens ter zake kundigen, een zware slag zijn voor een elektronicabedrijf dat zich uitbreidt in de gediversifieerde amusementsindustrie.

“Als je je bezighoudt met het opbouwen van een artiestenbestand, stop je een zaadje in de grond als je een nieuw nummer vindt en hoop je dat het zich ontwikkelt tot een waardevol perceel”, zei Morris Overstein, voorzitter van British Phonographic Industries en vroeger hoofd van Polygram in Groot-Brittannië. “Meestal is dat niet het geval, dus als je een artiest hebt van het formaat van Michael, wil je die niet kwijt.”

©Copyright Wall Street Journal