Franse minister bestrijdt Nederlands drugsbeleid

PARIJS, 14 APRIL. De nieuwe Franse regering zal Nederland onder zware druk zetten om de effecten van het liberale drugsbeleid verder te beperken. Deze verwachting bestaat in diplomatieke kringen in de Franse hoofdstad na de benoeming van de rechtse gaullist C. Pasqua tot minister van Binnenlandse Zaken.

Pasqua, die vorig jaar campagne voerde tegen ratificatie van het verdrag van Maastricht over de Europese politieke en monetaire unie, is voorstander van een hard repressief beleid inzake rechts- en ordehandhaving. Hij is een felle tegenstander van een liberaal drugsbeleid. Die reputatie kreeg Pasqua onder meer toen hij in de regering-Chirac (1986 - 1988) krachtig optrad tegen illegale immigranten uit Mali. Die zette hij onmiddellijk per vliegtuig het land uit hetgeen destijds een grote politieke rel veroorzaakte.

Ook bij de liberalisering van het personenverkeer tussen de "Schengenlanden' en in de strijd om de vestiging van Europol, het samenwerkingsorgaan van de politie uit de Schengenlanden, zal Pasqua zich naar verwachting krachtig tegenover Nederland opstellen. De overeenkomst van Schengen voorziet in het vrijmaken van het personenenverkeer tussen de deelnemende landen. Het akkoord is getekend door Frankrijk, Duitsland, Italie, de Beneluxlanden, Spanje en Griekenland.

Den Haag en Straatsburg zijn de twee steden die kandidaat zijn gesteld als plaats van vestiging voor Europol, dat dit voorjaar een centrale computer in gebruik neemt waarin gegevens over de grensoverschrijdende criminaliteit in de deelnemende landen worden opgeslagen. De minister van Binnenlandse Zaken in de afgetreden socialistische regering P. Quilès zei in november 1992 dat Europol niet in Den Haag kan komen zolang Nederland zijn drugsbeleid niet aanpast aan dat van andere landen.

De opvolging van Quilés door Pasqua zal waarschijnlijk leiden tot een aanmerkelijk hardere opstelling van Parijs tegenover Nederland, zo vrezen Nederlandse diplomaten in de Franse hoofdstad. Een eerste aanwijzing is Pasqua's benoeming van prof. J.P. Séguéla tot speciaal adviseur voor het drugsbeleid. Deze medicus, decaan van de medische faculteit in Toulouse-Rangueil, toont zich in een interview in het dagblad Le Figaro een voorstander van een hard optreden tegen drugsverslaving.

Séguéla wijst onderscheid tussen hard en soft drugs af: “Er is geen enkel verschil, er zijn alleen maar drugs.” Hij wil een beleid voeren van 'informatie en repressie'. “Men moet zich zeer hard opstellen tegenover alle mensen die geld verdienen met drugshandel,” aldus de adviseur van de Franse minister, die Nederland omschrijft als een 'draaischijf' (voor drugshandel). En: “De Europese landen (zoals Nederland), waar men niet hetzelfde respect voor het individu heeft, moeten zich aanpassen aan de Europese landen die besloten hebben deze plaag te bestrijden.”

In Frankrijk bestaat, vooral onder conservatieve politici en de politie, veel kritiek op het Nederlandse drugsbeleid. Die kritiek geldt in de eerste plaats het tolereren van soft drugs als hasj en 'nederwiet' voor 'persoonlijk gebruik'. Behalve het bezit is ook het gebruik van soft drugs in Frankrijk verboden. Maar behalve een draaischijf voor de handel in hasj is Nederland ook een belangrijk 'leverancier' van hard drugs. Volgens de Parijse politie wordt circa zeventig procent van de herone, cocane en andere hard drugs die in de Franse hoofdstad wordt gebruikt, via Nederland aangevoerd.

Pasqua is in de regering-Balladur de vertegenwoordiger van de rechtervleugel van de gaullistische RPR, die anti-Maastricht is en die zo'n zestig procent van de 247 RPR -afgevaardigden in de Nationale Vergadering omvat. Bij de bepaling van het drugsbeleid komt hij tegenover S. Veil te staan, de liberale minister die verantwoordelijk is voor Sociale Zaken, Gezondheid en Stadsontwikkeling, een soort superministerie dat een beleid voor de grote sociale problemen in de misdeelde voorsteden met hun hoge werkloosheid en hun grote aantallen drugsverslaafden zal moeten voeren.

In de socialistische regering bestond al een scherpe tegenstelling tussen minister Quilès (binnenlandse zaken) en B. Kouchner (gezondheid) over het beleid ten aanzien van drugsverslaafden. Quilés verzette zich tegen door Kouchner bepleite maatregelen om verslaafden aan hard drugs te begeleiden - bijvoorbeeld door gratis verstrekking van injectienaalden en het beschikbaar stellen van substitutie-middelen zoals methadon. Ook Séguéla wijst substitutie af.