Diagnostiek kan veel goedkoper

ROTTERDAM, 14 APRIL. Zo'n vijftig miljoen gulden per jaar kan worden bespaard als het aantal MR-apparaten in ziekenhuizen fors wordt uitgebreid. Met deze Magnetic Resonance-apparaten kan van buitenaf in het lichaam worden gekeken. Voorwaarde voor de besparing is wel dat het MR-onderzoek ander diagnostisch onderzoek vervangt, dat vaak verouderd is en voor de patiënt erg belastend.

Op dit moment gebruiken specialisten MR-apparaten voornamelijk voor het doen van aanvullend onderzoek. Als dat niet verandert zal de verdrievoudiging van het aantal apparaten - tot zo'n negentig in het jaar 2000 - juist leiden tot een aanzienlijke kostenstijging: met zeker 230 miljoen gulden per jaar.

Tot deze conclusie komt de Nationale Raad voor de Volksgezondheid (NRV) in een studie naar de behoefte en het gebruik van Magnetic Resonance-apparatuur. Het is de eerste keer dat een nieuwe techniek op doelmatigheid, effectiviteit en kosten wordt beoordeeld voordat deze op grote schaal wordt ingevoerd. Het advies is aan staatssecretaris Simons (volksgezondheid) aangeboden.

Met behulp van MR-apparaten is het mogelijk door veranderingen in het magnetisch veld het inwendige van het menselijk lichaam te "fotograferen'. Er kan in de meeste gevallen beter mee worden gekeken dan met "gewone' röntgen-apparatuur en met de CT-scan (computertomografie). Bovendien heeft de MR als voordeel dat er geen radio-actieve straling wordt gebruikt. In veel gevallen verdient de MR op medisch gronden danook duidelijk voorkeur boven andere diagnostische technieken zoals computertomografie, myelografie en arthrografie, aldus de NRV.

In de Nederlandse ziekenhuizen zijn op dit moment zo'n dertig MR-apparaten in gebruik. In andere Europese landen, op Denemarken en Groot Brittannië na, staan er per honderdduizend inwoners meer apparaten. Volgens de raad bestaan er op dit moment wachtlijsten voor het gebruik van MR-apparaten. Uitbreiding van het aantal is dan ook onvermijdelijk, zo concludeert de NRV. De raad rekent voor dat rond 2000 jaarlijks zo'n 200.000 patiënten door het apparaat heen moeten.

Bij invoering van het MR-onderzoek op grote schaal moet er een einde komen aan ander, vaak voor de patiënt erg belastend ander diagnostisch onderzoek, aldus de NRV. Als voorbeeld noemen de onderzoekers L. Ottes en A.J.G. van Rijen myelografie, waarbij door het inspuiten contrastvloeistof in de ruimte rond de ruggemerg met röntenapparatuur of CT-scan zichtbaar wordt gemaakt of er sprake is van een hernia. Dat onderzoek vergt twee dagen opname in het ziekenhuis, is pijnlijk voor de patiënt, niet ongevaarlijk en kent vervelende bijwerkingen. Meer dan negentig procent van de 33.000 jaarlijkse myelografiën kan worden vervangen door een 45 tot 60 minuten durend MR-onderzoek dat pijnloos is, aldus Ottes en Van Rijen. Dat geldt ook voor vrijwel alle CT-scan-onderzoek van schedel en wervelkolom, arthografiën (waarbij na toediening van contrastvloeistof opnamen van bijvoorbeeld gewrichten worden gemaakt) en voor kijkoperaties die worden uitgevoerd voor het stellen van een diagnose.

De huidige tariefstructuur maakt het handhaven van veel huidig onderzoek voor de verschillende specialisten financieel aantrekkelijk, zo wordt geconcludeerd. Ook ziekenhuizen hebben vaak baat bij handhaving van het bestaande diagnostisch onderzoek. Volgens de NRV is het nodig dat de verschillende medische specialismen consensus bereiken over voor de patiënt minst belastende behandelmethoden en die in protocollen vastleggen. De ziekenhuizen zouden bij plaatsing van MR-apparatuur zoveel mogelijk andere diagnostische apparatuur moeten afstoten. Ook zouden de ziekenhuizen regionaal moeten gaan samenwerken om tot een zo hoog mogelijke bezettingsgraad voor de MR-apparaten te komen. De verzekeraars dienen naleving van de protocollen, substitutie en optimale bezetting van de MR-apparaten als voorwaarden te gaan hanteren voor het vergoeden van MR-verrichtingen.