Catalani's opera na 101 jaar op het Nederlandse podium; La Wally: een interessante draak

Voorstelling: La Wally van A. Catalani door de Nederlandse Opera en het Ned. Philh. Orkest o.l.v. Graeme Jenkins m.m.v. o.a. Janet Cessna, Jerome Hines, Nancy Maultsby, Elena Vink, Barry McCauley en Philippe Rouillon. Decor en kostuums: Hildegard Bechtler; regie: Tim Albery. Gezien: 13/4 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen: 16, 19, 21, 24, 27, 29/4; 2, 4/5.

Sinds in de film Diva (1980, van Jean-Jacques Beineix) de fraaie aria Ebben? Ne andrò lontano uit Catalani's La Wally was te horen, staat de opera weer in de belangstelling. Er kwam, na de oude Decca-versie met Renata Tebaldi, een nieuwe cd-opname met Eva Marton, de KRO bracht vorig jaar de concertante Nederlandse première en nu is La Wally in het Amsterdamse Muziektheater bij de Nederlandse Opera geënsceneerd te zien in een co-produktie met de Bregenzer Festspiele. Maar is een vrijwel vergeten opera met één meeslepende aria ook een miskend meesterwerk dat zóveel aandacht verdient?

Muziekhistorisch is La Wally zeker interessant. Het leven van Alfredo Catalani (1854-1893), die slechts 39 jaar oud overleed aan tuberculose, speelde zich ruimschoots af binnen dat van Giuseppe Verdi (1813-1901). Catalani moest nog worden geboren toen La Traviata al in première was gegaan en hij stierf een half jaar na de première van Falstaff, de laatste opera van Verdi, die nog bijna acht jaar zou leven. La Wally werd in 1892, anderhalf jaar voor Catalani's dood, in Turijn voor het eerst uitgevoerd.

Verdi beheerste het Italiaanse muziekleven in de tweede helft van de 19de eeuw. Catalani, een leerling van Ponchielli, stelde zich in La Wally tegen Verdi's overmacht teweer door zijn inspiratie te zoeken in het vroeg-19de eeuwse Duitsland: bij Weber en Wagner.

Aan Webers Der Freischütz (1821) herinnert niet alleen de muziek van de eerste acte maar ook een deel van het gegeven: vertoon van schietvaardigheid in een afgelegen bergdorp. Aan Wagners Der fliegende Holländer (1843) is deels de muziek van de finale ontleend. Wally springt na een fatale lawine haar geliefde Hagenbach achterna in het ravijn, zoals Senta de dood tegemoet ging door zich in zee te storten om samen met de Hollander te sterven.

Catalani verwijst ook naar zijn Italiaanse landgenoot Bellini: in de travestierol van Walter roept de sopraan de coloraturen uit La Sonnambula (1831) in gedachten. Maar Catalani was ook een eigentijds componist: in zijn muzikale stijl met nogal wat sentimentele kitsch en holle pompositeit hoort men af en toe ook al het Puccininaanse verisme. Wally's sprong is verder een voorbode van Puccini's Tosca (1900), waarin de titelheldin aan het slot, na de dood van haar geliefde Cavaradossi, vanaf de Romeinse Engelenburcht de dood tegemoet springt. En met haar koude hart lijkt de ijsmaagd Wally op de Chinese prinses in Puccini's Turandot (1924). Zó beluisterd omspant Catalani zelfs een hele eeuw, inclusief de onontkoombare Verdi, die met La Traviata de basis legde voor het verisme.

Het verhaal Die Geierwally van Wilhelmine von Hillern, tot libretto verwerkt door Luigi Illica die ook vaak voor Puccini zou werken, maakt van La Wally een ouderwetse operadraak. De sfeer in het bergdorp is verstikkend, de liefde die Wally voelt voor Hagenbach wordt door haar vader verboden, zijn rivaal Gellner wordt door Wally afgewezen en verder jaagt eenieder weerzinwekkend dom slechts het eigen ongeluk achterna, tot die lawine daaraan hoog in de bergen een definitief eind maakt.

Het is een bijna ééndimensionaal verhaal zonder veel reflectie dat in deze voorstelling dienovereenkomstig plat wordt verteld. Het decor, deels neergezet op een zinloos rondwentelende draaischijf, is op enkele voorzichtige abstraheringen na bijna naturalistisch, maar de lawine krijgen we weer niet te zien. De regie van Tim Albery weet geen enkele conceptuele diepgang of duiding aan te brengen. Zelfs de intrigerende relatie die Wally heeft met de androgyne knaap Walter, haar muze in travestie die drie van de vier actes opent en haar treurige lied zingt, blijft onopgehelderd.

Muzikaal heeft de soms ridicuul pathetische opera alleen nog belang als die perfect zou worden gezongen. Maar daarvan is helaas geen sprake, sinds Catherine Malfitano haar eerste vertolking van de titelrol afzegde omdat ze die, tegen haar verwachting in, niet ook elders kon zingen. Janet Cessna heeft, nog meer dan Eva Marton op de cd, een veel te breed en geëxalteerd uitwaaierend vibrato om zelfs maar van Ebben? Ne andró lontano de bijzondere gebeurtenis te maken waarvoor ooit Tebaldi en destijds Wilhelmina Wiggins Fernandez in Diva wel wisten te zorgen. Een paar pianissimo-passages zijn mooi - zong ze maar uitsluitend zó zacht.

Barry McCauley (Hagenbach) had bij de première al evenmin een riante avond. Elena Vink leverde als Walter een respectabele prestatie, al kan die rol nog heel wat ijler klinken. Philippe Rouillon en Jerome Hines gaven betrouwbare vertolkingen van Gellner en Stromminger. Graeme Jenknis liet het Nederlands Philharmonisch Orkest luidruchtig spelen, zonder veel raffinement of perfectie in de spaarzaam georkestreerde passages.