Cambodja; De logica van een spiraal

De terugtrekking van de Rode Khmer uit de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh en het opgeven van de twee zetels in de Hoge Nationale Raad (SNC), het Cambodjaanse interimbestuur, is een logische beweging in de neergaande spiraal van het vredesproces, maar het is te vroeg om de operatie van de Verenigde Naties als mislukt te beschouwen.

De ondertekening van het Parijse vredesakkoord, op 23 oktober 1991, was meteen het hoogtepunt in de bereidheid van de Partij van Demokratisch Kampuchea (DK, de benaming van de Rode Khmer) samen te werken met de andere drie Cambodjaanse partijen. In de maanden daarna onttrok de Rode Khmer zich steeds meer aan de bepalingen van het vredesplan. Eerst werd de troepen van de VN de toegang geweigerd tot de gebieden van de Rode Khmer, in het westen van het land, waar ook het hoofdkwartier van de beweging is gevestigd en de feitelijke leider Pol Pot zich bevindt.

Medio vorig jaar keerde de Rode Khmer zich tegen ontwapening van zijn manschappen en volgden aanslagen op Vietnamese dorpen - zeer waarschijnlijk door Rode Khmer-leden - die inmiddels aan enige tientallen mensen het leven heeft gekost. Begin dit jaar werkte de Rode Khmer op alle mogelijke manieren de registratie van kiezers voor de verkiezingen van 23 tot 27 mei tegen en liet de factie de termijn verstrijken voor de inschrijving als deelnemende partij.

Dat Khieu Samphan vandaag in zijn brief aan prins Norodom Sihanouk, het interim-staatshoofd en tevens voorzitter van de SNC, het Parijse akkoord niet definitief opzegde is niet zozeer ingegeven door het feit dat hij nog verwachtingen koestert, maar door tactische overwegingen. De DK wil niet de schuld krijgen van het mislukken van het vredesproces.

De Rode Khmer-leiders worden gedreven door een macchiavellistische machtspolitiek. Ze stemden anderhalf jaar geleden met de vredesregeling onder auspiciën van de Verenigde Naties in door de veronderstelling dat het bewind van premier Hun Sen als een oude man in elkaar zou zakken en een aansluitend machtsvacuüm grote kansen zou bieden een nieuwe machtsbasis in Phnom Penh op te bouwen.

Dat bleek een verkeerde inschatting: ondanks grote interne tegenstellingen en toenemende corruptie bleef de SOC (State of Cambodia, de gebruikelijke omschrijving van de regering) overeind, terwijl de vredesmacht van de Verenigde Naties (UNTAC) op grote schaal gebruik maakte van het overheidsapparaat en op die manier bijdroeg aan de bestendiging van het regime.

De Rode Khmer heeft onder de plattelandsbevolking een behoorlijk aanhang. De maoïsten maken dankbaar gebruik van de ingekankerde haat van de Cambodjanen tegen de Vietnamezen en hebben zelf een reputatie van onomkoopbaarheid. Volgens deskundigen zou de Rode Khmer bij verkiezingen mogelijk twintig procent van de stemmen kunnen halen. De DK-leiders kennen die schatting ook en hebben in een vroeg stadium geredeneerd dat een vijfde van de bevolking onvoldoende is voor het grijpen van de macht. Niet deelnemen aan de verkiezingen is in dat geval te verkiezen. Boze tongen in Phnom Penh sluiten zelfs niet uit dat Khieu achter de schermen afspraken heeft gemaakt met Sihanouk, voor het delen van de macht na de verkiezingen. De prins zat tenslotte tussen 1982 en 1991 in een verzetscoalitie met de Rode Khmer.

In zekere zin schept de terugtrekking van de Rode Khmer ook duidelijkheid en vormt het een correctie van de geschiedenis. Het meedoen van de maoïstische factie aan de verkiezingen, zou een gotspe van de eerste orde zijn geweest. De Partij van Democratisch Kampuchea wordt in de personen van Khieu Samphan, Son Sen, Ta Mok, Ieng Sary en - op de achtergrond - Pol Pot, nog altijd geleid door dezelfde mensen die tijdens het schrikbewind tussen 1975 en 1979 verantwoordelijk waren voor de dood van een miljoen Cambodjanen.

Hoewel berechting van het DK-leiderschap uit het oogpunt van rechtvaardigheid zou zijn geboden, is een dreigende legale terugkeer van de Rode Khmer aan het politieke firmament nu ten minste verhinderd. De andere drie grote partijen: de Cambodjaanse Volkspartij van Hun Sen, de partij van Sihanouks zoon prins Ranariddh (FUNCINPEC) en de nationalistische KPNLF (die inmiddels in tweeën is gesplitst), kunnen geen van allen bogen op een brandschoon verleden, maar hebben zich nooit schuldig gemaakt aan een terreur à la de Rode Khmer.

Voor Cambodja is het van het grootste belang dat de verkiezingen van volgende maand doorgaan. Het opschorten of zelfs annuleren van de verkiezingen zou niet alleen een fiasco voor de VN zijn, maar ook Cambodja niets helpen.