Bijstand en draagvlak

HET LIJKT, GETUIGE de soms heftige interne partijpolitieke debatten, een tamelijk nieuw begrip, maar de zogeheten calculerende burger is voor de bijstandswet al lange tijd een gegeven.

Dat deze regeling langzaam maar zeker van een basisvoorziening in het sociale-zekerheidsstelsel is veranderd in een uitkeringsdoolhof vindt zijn oorsprong in het feit dat de "overzichtelijke' verbanden van weleer niet meer bestaan. Ieder zijn eigen samenlevingsvorm; het optimale rechtvaardigheidsstreven zorgde voor een aan de situatie aangepaste uitkering. Het leidde tot een tegenovergestelde reactie bij een deel van de ontvangers. De creatief calculerende burger stemde zijn privé-situatie - op papier - af op de gunstigste bijstandsuitkering. Het vermoeden was er al, maar het taboe zorgde ervoor dat het tot voor kort nauwelijks werd uitgesproken: met de bijstand wordt op grote schaal gefraudeerd.

Nu het onderwerp bespreekbaar is geworden, heeft iedereen ook grote haast. Als ware het een bewapeningswedloop zijn creatieve burger en overheid met elkaar gewikkeld geraakt in de strijd om de uitkeringsgulden. Successen bij de opsporing blijven niet uit. Dankzij het sofi-nummer behoort het hebben van een bijstandsuitkering èn een witte baan binnenkort tot de onmogelijkheden. De maas in de wet lijkt zodoende gedicht, hoewel een niet te kwantificeren neveneffect zal zijn dat mensen weer massaal het zwarte circuit induiken. De strijd tussen uitkeringsinstantie en fraudeurs is dan ook bij voorbaat een ongelijke. In de gunstigste situatie kent de bijstandswet straks gemiddeld één controleur per achthonderd uitkeringen. Kortom, de pakkans blijft gering. De oplossing zit niet in meer controle, maar in simpeler regelgeving. En dus voor menigeen ook in minder bijstand, want dat wordt er meestal niet bij vermeld, maar het is de onvermijdelijke consequentie van eenvoudiger regels.

HET BESEF VAN eenvoudiger regels is nu ook bij staatssecretaris Ter Veld van sociale zaken doorgedrongen, getuige de voornemens die ze vorige week bekendmaakte. Niet in de Tweede Kamer, maar geheel conform de wetten van de televisiedemocratie in een praatprogramma waar mensen buitengewoon openhartig spraken over hun oneigenlijke gebruik van de bijstand. Stom was het misschien wel, wilden de "gepakten' nog wel toegeven, maar verwerpelijk? De staatssecretaris reageerde ter plekke met nieuwe daadkracht. Bij het verstrekken van bijstandsuitkeringen wordt wat haar betreft in het vervolg samenwonen het uitgangspunt. Het betekent dat de bijstandsgerechtigde in principe een uitkering ter hoogte van vijftig procent van het minimumloon ontvangt, tenzij deze kan aantonen alleenstaand te zijn. In dat geval ontstaat het recht op een uitkering van zeventig procent.

Het "ja mits' verandert in "nee tenzij'. De omkering van de bewijslast zal volgens staatssecretaris Ter Veld het werk van de sociale diensten aanzienlijk vereenvoudigen en enkele honderden miljoenen aan uitkeringen kunnen uitsparen. De eerste bezuiniging is dus al weer binnen. In theorie wel te verstaan, want in de praktijk moet nog maar blijken of het door haar voorgestelde systeem werkelijk tot een grootscheepse morele schoonmaak en een daaraan gekoppelde opbrengst zal leiden. Haar oplossing is een, maar zeker niet dè oplossing. Want het omkeren van de bewijslast verhoogt wellicht de drempel om te frauderen enigszins, maar neemt de mogelijkheid niet weg.

Op de sociale dienst blijft de last rusten om de verstrekte gegevens te controleren en daar zit nu juist het probleem. Het grote aantal samenlevingsvormen en dito uitkeringsregelingen heeft de controle in veel gevallen tot een ondoenlijke en in alle gevallen tot een zeer arbeidsintensieve bezigheid gemaakt.

DE BIJSTANDSWET heeft twee grote manco's. De regeling is ingewikkeld en daarmee fraudegevoelig. Bovendien draagt de wet alle elementen in zich van de beruchte armoedeval, waardoor het begrip vangnet wel een erg letterlijke betekenis heeft gekregen. Deze onbevredigende situatie veranderen vergt regelgeving die globaler is, minder bevoogdend en per definitie onrechtvaardiger. Geïndividualiseerde uitkeringen op een lager niveau zijn daarbij onontkoombaar. Daartegenover staat dat mensen met een bijstandsuitkering op een legale wijze creatief kunnen zijn om het rondkomen van een minimumuitkering draaglijk te maken, en tevens zo kort mogelijk te laten duren. Bovenal moet er een uitvoerbaar systeem komen, want alleen dat kan op een voldoende draagvlak in de samenleving rekenen. Maar dat draagvlak is tevens de enige echte minimumvoorwaarde.