WETHOUDERS

Na zijn (of haar) uitverkiezing tot volksvertegenwoordiger ontwikkelt de wethouder zich dikwijls van politicus tot een soort super-directeur van de diensten en bedrijven, die tot zijn portefeuille behoren.

Dat is niet zo moeilijk: de raad beschikt over de budgetten en zou dus als machtigste orgaan bestempeld kunnen worden. Het college van B en W neemt toch spoedig een machtspositie tegenover de raad in: zij behoeven de aan hen toevertrouwde materie maar iets beter te beheersen dan de raadsleden, en de laatsten delven immer het onderspit. Deze betere beheersing door de wethouders steunt dan vooral op de steun uit de takken van dienst: goed geschoolde directeuren, (mede) om hun managementskwaliteiten benoemd, geven de wethouders precies genoeg informatie om datgene gedaan te krijgen, wat zij zelf (technisch gezien terecht) als juist achten. Echte keuzen, na het voorleggen van uitgewerkte alternatieve voorstellen, kunnen ook in de relatie tussen wethouders en hoofden van dienst nauwelijks serieus gemaakt worden. Tegenover de raad en de bevolking gaat toch de wethouder zich opstellen als super-directeur, en voor het hoofd van dienst (hoewel hij voor de verantwoordelijkheid wordt betaald) is het wel gemakkelijk: onaangename beslissingen kunnen de wethouder worden verweten. Wordt dat anders na benoeming van iemand "van buiten'? Daar geloof ik niets van: ook die persoon zal moeten werken met een gespecialiseerd apparaat in de vorm van de takken van dienst achter zich.

De oplossing is een rechtstreekse verantwoordingsplicht van de hoofden van dienst tegenover de raad en de bevolking. Dat betekent dus ambtelijke krachten in de thans exclusief gehouden bestuurlijke colleges. Dan kan ook veel beter dan thans duidelijk worden, hoe een bepaalde besluitvorming, zoals tot uiting komt in de voorstellen, tot stand komt. Geen nieuwe schakels dus, maar meer duidelijkheid in de huidige situatie. Een personele uitbreiding bij organisatieproblemen als hier aan de orde zijn zal nooit werken.