Van der Poel leeft op in nieuw milieu

ROUBAIX, 13 APRIL. Adri van der Poel speelde een opmerkelijke rol in Parijs-Roubaix.

De 33-jarige Nederlander ging in de slotfase van koninginneklassieker twee keer vol overtuiging in de aanval. Op 45 kilometer met Benjamin van Itterbeeck, ruim tien kilometer verderop met een andere Belg, Herman Frison. “Andere jaren”, zei Van der Poel aan de finish, “wachtte ik in deze wedstrijd altijd af. Dat leverde niets op. Nu koos ik voor het offensief. Zonder succes. Maar het had ook anders kunnen lopen. Neem ik met een van die Vlamingen een minuut voorsprong, dan had daar iets heel moois uit kunnen groeien.”

Van der Poel leeft op in dienst van de ploeg Mercatone Uno. De Italiaanse sponsor gunt hem meer rust dan zijn vorige werkgevers. “Bij Domex en Tulip werd ik gedwongen een uitgebreid programma te rijden. Dit seizoen heb ik tot nu toe al dertig dagen minder gekoerst. Dat doet me heel goed.”

Van der Poel had Parijs-Roubaix uitgebreid verkend en drie fietsen meegenomen. Een daarvan was speciaal bestemd voor de kasseienstroken in de hel van het noorden. “Het was mengeling tussen een mountain-bike en een cross-kar. Ik zou dat ding na de laatste ravitaillering gebruiken. Helaas, dat kwam er niet van, de mecaniciens stonden op een andere plaats dan we hadden afgesproken.”

Dertig kilometer voor het einde van Parijs-Roubaix gingen Ballerini en Duclos-Lassalle in de aanval. Ze stoven het (leidende) koppel Van der Poel en Frison voorbij. Van der Poel: “De volgauto's passeerden ons. Voor we het wisten flitsten ook die twee mannen voorbij. Ik werd verrast, aansluiten ging niet meer. Trouwens, als ik had kunnen meespringen weet ik niet of ik het tempo had kunnen volgen. Vreselijk, wat ging die Ballerini te keer.”

Van der Poel kwam terecht in een achtervolgingsgroep van vier: samen met Museeuw, Ludwig en Van Hooydonck. “Het werd niets. Museeuw hield begrijpelijk zijn benen stil om Ballerini te helpen. En bij Ludwig en Van Hooydock was het beste er van af.”

De socialistische Pasok was acht jaar geleden nog voorstander van het algeheel schrappen van de vraag. Ditmaal betoonde zij zich het felst in het pleiten voor het behoud. Orthdoxie en Griekendom zijn onafscheidelijk, zo klonk het. ""Orthodoxie is geen geloof, het is een beschaving'', poneerde Stelios Papathemèlis, de onvermoeide clericalist binnen deze partij die ook heeft gepleit voor meer Griekse militaire druk op de Balkan.