Spanje: vlucht voorwaarts

DE SPAANSE premier Gonzalez heeft vervroegde verkiezingen uitgeschreven. Volgens zijn officiële verklaring omdat de oppositie een klimaat van abnormale politieke spanning heeft geschapen dat verder regeren onmogelijk maakt, juist nu er krachtig beleid moet worden gevoerd om de economische crisis het hoofd te bieden. Maar in werkelijkheid omdat hij er niet in is geslaagd de tegenstellingen binnen zijn eigen partij te bezweren.

Afgelopen zaterdag leek het er zelfs even op dat de onbetwiste leider van de Spaanse socialisten vooral een gevoelige nederlaag had geleden in zijn confrontatie met de gestaalde kaders van het partijapparaat. Gonzalez eiste het aftreden van een aantal kopstukken, die zich verantwoordelijk zouden moeten stellen voor de illegale financiering van de PSOE. Hij kreeg zijn zin niet, ook al had hij met zijn eigen aftreden gedreigd. Maar twee dagen later blijkt de raspoliticus het initiatief volledig te hebben hernomen. Toegerust met ver gaande bevoegdheden voor de organisatie van de campagne legt hij de kiezers nu de vraag voor die zijn partijbestuur uit de weg ging: is politieke corruptie werkelijk een noodzakelijk kwaad, dat in het niet valt bij de ontegenzeggelijk grote verdiensten die de socialistische arbeiderspartij van Spanje in de afgelopen tien jaar voor het land heeft gehad?

ZEKER IS dat het thema van de corruptie een grote rol zal spelen in de korte aanloop naar de parlementsverkiezingen van 6 juni. Zeker is ook dat het een ongewoon hevige en spannende campagne zal worden. Voor het eerst sinds het herstel van de democratie is er in de vorm van de Partido Popular een rechts alternatief, al probeert zij zich dan ook als moderne middenpartij te profileren. PP en PSOE strijden nu beide met uitzicht op winst om de gunst van de gematigde kiezer, die aan het eind van de jaren zeventig zijn vertrouwen aan de UCD van Adolfo Suarez gaf en daarna koos voor de stabiliteit die Gonzalez garandeerde.

Of de PP werkelijk zo gelukkig zou moeten zijn met een overwinning op de socialisten valt overigens nog te bezien, behalve in het onwaarschijnlijke geval dat zij de absolute meerderheid weet te veroveren. Het is immers niet duidelijk met wie de conservatieven een coalitie zouden kunnen vormen. Spanje heeft in het recente verleden geen ervaring met deze manier van regeren, maar voor de PSOE zijn er twee alternatieven: samenwerking met de gematigde Catalaanse en Baskische nationalisten òf een pact met de communisten van Verenigd Links. In het eerste geval kan de huidige economische politiek, gericht op nauwere aansluiting bij Europa, worden voortgezet in ruil voor concessies op het gebied van binnenlands bestuur en begint Gonzalez nog deze zomer aan zijn vierde regeerperiode. In het tweede geval krijgt de socialistische orthodoxie binnen de PSOE haar zin, gaat de kraan open voor een stimuleringsbeleid en zal Spanje aan een nieuwe premier moeten wennen.

NAAR BUITEN TOE zal de partij van Gonzalez de komende tijd een eensgezinde indruk maken, maar uiteindelijk zijn de parlementsverkiezingen toch een voortzetting van het interne conflict met andere middelen. Het bestrijden van de economische crisis zal straks hoe dan ook lastiger zijn in een van de denkbare coalities dan met de huidige absolute meerderheid.