Smit Tak bergt laatste deel Nordfrakt, deel lading nog op bodem

ROTTERDAM, 13 APRIL. Bergers van Smit Tak hebben zondagmorgen even voor half drie het laatste deel van het wrak van de Noorse vrachtvaarder Nordfrakt opgetakeld. Het schip was met een lading loodsulfidepoeder op 25 oktober vorig jaar 50 kilometer voor de kust van Egmond gekapseisd en gezonken. Deze week worden monsters genomen om te bepalen hoe de resterende poeder over de bodem is verspreid.

Het wrak is in stukken geborgen. Twee weken geleden waren de eerste delen geborgen. Als laatste werd in het holst van de nacht het achterschip opgetakeld. Door de harde wind die de afgelopen weken veelvuldige boven de Noordzee woedde, heeft de berging veel vertraging opgelopen. De wrakdelen zijn op een ponton naar Rotterdam gebracht en zullen worden afgevoerd naar een sloper. Die zal eerst eventuele restanten van de lading loodsulfide verwijderen.

Loodsulfide is schadelijk voor het milieu, omdat het op den duur uitloogt, zodat er lood in de voedselketen komt. Net als andere zware metalen hoopt lood zich op in organismen. Voordat de wrakdelen werden opgetakeld is een deel van de lading opgezogen. Omdat het wrak was opengescheurd in een storm, was een deel van de lading eruit gelopen. Ruim 1.100 van de 2.350 ton zo geborgen. Het is in de Papegaaiebek gestort, een opslagbekken voor verontreinigd slib bij de Maasvlakte.

Rijkswaterstaat verwacht nog een deel van de lading op de zeebodem te vinden. Deze week zullen de Directie Noordzee, de Directie Getijdewateren en de Rijksgeologische dienst gezamenlijk een bodemonderzoek uitvoeren. Ze willen vaststellen hoe groot het gebied is waarover het loodsulfide is verspreid en wat daar de concentratie van het poeder is. Afhankelijk daarvan zal het ministerie van verkeer en waterstaat beslissen het restant met pompen wordt opgezogen, of dat de zeebodem ter plekke zal worden uitgebaggerd. Die beslissing wordt op zijn vroegst volgende week verwacht. De kosten van het schoonmaken van de zeebodem bedragen volgens Rijkswaterstaat ongeveer een miljoen gulden.

Over het verhalen van de kosten van de bergingsoperatie bestaat nog geen overeenstemming tussen het ministerie en de verzekeraar van het schip. Voorlopig neemt het ministerie de kosten voor zijn rekening.