Rellen in Jakarta bij concert van rock-band

JAKARTA, 13 APRIL. Hoge toegangsprijzen voor een rock-concert hebben op Stille Zaterdag tot een ongekende uitbarsting van geweld geleid onder jonge heavy metal-fans in de Indonesische hoofdstad Jakarta. Bijna honderd mensen raakten gewond, een supermarkt werd geplunderd en tientallen auto's werden leeggeroofd en in brand gestoken.

Enkele duizenden jonge Jakartanen, velen uitgedost in zwarte T-shirts met het embleem van de Amerikaanse rock-groep Metallica, verzamelden zich zaterdagavond voor de poorten van het stadion Lebak Bulus, in een elitewijk, waar hun favoriete band een optreden zou verzorgen. De meesten hadden geen kaartjes en gaven uitdrukking aan hun woede over de voor Indonesische begrippen hoge toegangsprijzen van dertig tot 150 gulden.

De toegang werd gecontroleerd door een handjevol veiligheidsagenten van het stadion en leden van twee jeugdorganisaties van regeringspartij Golkar. Zij verlieten hun post toen de enorme overmacht van woedende jongeren hen rond zeven uur begon te bestoken met flessen en stenen en de houten hekken in brand stak. Toen om acht uur de oproerpolitie op het toneel verscheen, ontstond een regelrechte veldslag in de straten van de naburige villawijk Pondok Indah.

De jongeren vierden hun woede bot op geparkeerde auto's, gooiden ruiten in en plunderden een supermarkt. Minister van justitie Oetojo Oesman, die op weg was naar zijn woning in de wijk, zag zijn auto aangevallen en werd ijlings afgevoerd in een politiejeep.

Metallica heeft onder de stadsjeugd van Indonesië grote aanhang, maar alleen de kinderen van de elite kunnen de dure kaartjes betalen. Veel Indonesische liefhebbers van deze compromisloze muziek zijn werkloos of verdienen hoogstens het minimumloon van twee gulden vijftig per dag. De eerbiedwaardige Jakarta Post velde gisteren een opvallend genuanceerd oordeel over het jongerengeweld. Het krant sprak van “klasseressentiment, dat naar boven komt bij zulke populaire, maar dure shows, zeker in een land waar de sociale kloof onoverbrugbaar lijkt”.