Paasvuur in Holten "geet altiet deur'

Het regent bijna de hele zondag in Holten, maar dat heet daar gewoon "lekker boer'n weer'. Wie vraagt of of het paasvuur nou wel doorgaat, identificeert zich direct als buitenstaander. “Natuurluk, dat geet altiet deur”. Het is het land waar de jongens nog op Zündapps rijden en beugelflessen Grolsch aan de mond zetten; waar ze de overalls en hun groene laarzen nog met trots dragen en hun streekgebruiken in ere houden. Als er een kind wordt geboren komt de hele buurt "kroamschudd'n', als het Pasen is laaien de paasvuren. "Boakens' heten ze in de streektaal en de jongens en meisjes die ze bouwen heten dus "boakenbouwers'.

Het maken van een paasvuur is een gebruik dat in heel oost- en noord-Nederland voorkomt en volgens geleerden teruggrijpt op de Germaanse lentefeesten. In het protestantse noorden branden de vuren op paasmaandag, in het meerendeels katholieke oosten gaat op zondag de fik erin. In Holten krijgt de traditie jaarlijks een extra tintje doordat de vier buurtschappen uit de gemeente er een wedstrijd van hebben gemaakt wie het mooiste en vooral grootste boaken heeft. Een traditie die, hoe kan het anders, met drank en gezang is omgeven.

Al op nieuwjaarsdag gaat op de vier weilanden een grote paal de grond in, de maanden daarna is het de taak van de jongens en meisjes uit de buurtschap het hout te verzamelen dat om de paal heen het boaken moet vormen. Je mag meedoen als je zestien bent en een trekker kunt besturen. En dat kunnen ze allemaal. “Wie doot 't veur de gezellighiet”, zegt een van de jongens die in de buurtschap Holterbroek heeft meegewerkt aan het boaken. Hij heeft rood-blozende wangen en legt net de laatste hand aan het immense bouwwerk dat zaterdag van de jury de schoonheidsprijs heeft gekregen. “Wel veur de derde keer”, bezweert zijn makker, een truckerpetje op z'n hoofd, een fles bier in de hand.

De hoofdprijs is dit jaar gegaan naar de buurtschap Beuseberg, of Beusebarg zoals ze daar zelf zeggen. De prijswinnaars ronken van trots. Hun negen meter hoge boaken bevatte volgens de officiële waarnemer zo'n 2.600 kubieke meter hout. Nummer twee, van de grote concurrent Espelo, was wel 12,97 meter hoog, maar had toch 200 kuub minder inhoud. Het verkeerde systeem: die van Espelo bouwen pyramides, in Beusebarg hangen ze het hooimijtmodel aan - niet te hoog maar met een mooie, ronde top.

Vooral de afgelopen drie weken zijn ze dag in dag uit bezig geweest met verzamelen en bouwen. Op grote platte karren werd het snoeihout opgehaald bij boeren of gesprokkeld op "de barg', de Holterberg. De laatste, spannende dagen bemoeien ook de ouderen uit de buurt zich ermee. Dan loopt ook de concurrentie met de andere buurtschappen flink op. “Maar 't geet toch voornamelijk met de mond”, zegt Erik Rietberg, een jonge, goedlachse replica van Normaal-zanger Bennie Jolink. In Beusebarg hebben ze jaarlijks een in blauwe overall geklede pop bovenop het boaken staan.

“D'r is d'r pas een op de boakens promoveert”, zegt Rietberg, “den zegt dat 't de duuvel veurstelt. Maar veur ons is 't gewoon boakenmans”. In boakenmans hebben ze wat vuurwerk verstopt, dat later op de avond voor wat extra feestelijkheid zal zorgen. Maar ook zonder dat zullen de jongens en meisjes hun lol wel hebben, zeggen ze. Er komen straks zoals gewoonlijk duizenden mensen kijken naar hun boaken. In een door de VVV uitgezette tocht trekken de toeschouwers langs alle vier paasvuren.

Maar het echte feest is voor de bouwers zelf. In een kleine caravan staat de Grolsch koud. “En morg'nvroeg bint wie hier nog. Wie hebt vlees bie ons, dat geet vannacht op 't vuur.” Wegens hun eerste prijs geeft tegen negenen de wethouder zelf acte de présence. Hij houdt een toespraakje - niet veel bijzonders, maar daar gaat het ook niet om. “Wie wolt-oe vraag'n om de bult ev'n an te stekken”, luidt het verzoek aan de hoogwaardigheidsbekleder. Dan gaat eindelijk de vlam erin, wordt een lied ingezet en tovert een van de boakenbouwers een fles jonge jenever en een set glaasjes tevoorschijn. Er wordt getoost tegen de achtergrond van het snel in golven om zich heen grijpende vuur, dat nog dagen nodig zal hebben om het boaken met de grond gelijk te maken.

Van veraf roept het donkere boerenland met zijn vlammende bakens gedachten aan een primitief maar tegelijk gelukkig verleden op.