Opties op zwakke en sterke aandelen

Unilever en Heineken stonden in de krant van vrijdag nummer twee en drie op de wekelijkse ranglijst van dalers. Beide fondsen met een percentage van min 3,6 procent. Op bepaalde opties heeft zo'n lichte daling een dramatisch effect. De Unilever put (april uitoefenprijs 210), die vrijdag zal aflopen, ging in één week van 1 naar 5 gulden, een stijging van 400 procent! De Heineken put (april- 195) steeg ook 4,00 gulden; van 2,50 naar 6,50. Dat is niet mis als je tenminste aan de goede kant zit.

Philips steeg vorige week 3,7 procent tot 25,30, maar de calls gingen nauwelijks omhoog. De hogere koers zat al in de opties verwerkt. Bij de genoemde put-opties was dat niet zo. De daling kwam onverwacht.

In Beurszaken van 2 maart werden juli-straddles (combinatie van een hausse en een baisse positie) op zwakke en sterke fondsen als voorbeeld gegeven.

Onder andere de koop van de call Philips 22,50 voor 1,70 en Unilever put 200 voor 1,50. Nu doen die opties 3,50 en 4,00. Een winst van 3,30 of circa 100 procent. Een combinatie met Hoogovens calls en Ahold puts ging van 3,90 naar 8,00, een even grote winst. Beleggers kunnen dus met een betrekkelijke geringe investering nog iets verdienen in opties.

Hoe zal het verder gaan met de koersen?

Optimisten verwachten een mooi 1993, omdat de rente verder zal dalen, en pessimisten huiveren en geloven dat vandaag of morgen iets of iemand de idylle wel weer komt verstoren. Twee ijverige kamerleden zijn al genoeg om deelnemers in rustige rentegroeifondsen de stuipen op het lijf te jagen. Mensen die meer rendement willen maken dan een spaarrekening biedt, moeten dus op blijven letten. Je krijgt het zelden cadeau op een beurs.

Actieve beleggers kunnen nog steeds een combinatie van sparen en beleggen/speculeren met opties (zonder aandelen) overwegen. Een veel verhandeld fonds dat een paar keer per jaar op een neer beweegt, om welke reden doet niet ter zake, biedt kans op winst. Bekend is Philips waar een belegger veel combinaties in kan opzetten.

De koers liep in de afgelopen tijd op tot 25,30 gulden. Philips heeft de beurswind van nu even achter en dus stromen de kopers van alle kanten toe. De lange call oktober 1995 (looptijd 2,5 jaar) uitoefenprijs 20 gulden kost 880 gulden per contract van 100 aandelen en bestaat uit 530 gulden intrinsieke (werkelijke) waarde en 350 tijds- of verwachtingswaarde. Dat tweede bedrag, 14 procent van de koers van het aandeel, betaalt men extra aan de verkoper als premie/vergoeding voor eventuele koersstijgingen.

Wie 1 (ongunstig vanwege de hoge kosten!) optie koopt in plaats van 100 aandelen, kan ongeveer 1650 gulden op een spaarrekening zetten en daarvan rente trekken. De optie profiteert van koersstijgingen. De KLM call oktober 1995 uitoefenprijs 20 gulden voor 11,70 (aandeel 29,40) biedt dezelfde kansen als die lange Philips call-optie.

Particulieren vinden 880 en 1170 gulden of veelvoud meestal te veel geld voor een optie. Ze betalen liever minder voor een optie die nog maar een paar maanden loopt. Je moet niet dan lukraak kopen, maar kiezen voor een visie tot bij voorbeeld juli dit jaar. De voorbeelden van Heineken en Unilever tonen aan dat het kan.

Het lijkt er een beetje op, zeker is dat echter niet, dat de fondsen in de staart van het peleton weer wat aantrekken, mede door de positieve stemming die Wall Street gisteren ten toon spreidde. De fondsen die zorgden voor nieuwe index-records staan enigszins onder druk: bij minder goed nieuws vallen ze terug. Conclusie: koop calls op zwakke en puts op sterke aandelen, en kies fondsen waar voldoende in om gaat. Tot slot enkele voorbeelden met de slotkoersen van vorige week (donderdag) als uitgangspunt.

De Philips call juli 27,50 (aandeel 25,30) op 80 cent. De juli put KLM (29,40) 27,50 op 1,30 en/of de juli call 30 op 1,80. Hoogovens (28,80) juli call 30 op 2,30 en/of put 27,50 op 1,80.

Voor het kopen van puts lijkt de tijd nog niet rijp. Immers wanneer de beurs reageert op Wall Street gaan de koersen omhoog en worden de puts goedkoper.