Bewust uitgehongerd Overtreden van de regels leidt tot dwangarbeid

Terwijl de regering van Noord-Korea miljarden uitgeeft aan nutteloze prestigeprojecten en een reusachtig leger, laat ze de eigen bevolking creperen. Een verslag van een bezoeker*.

In this photo taken on Sunday, April 8, 2012, North Koreans work in a field seen from a passing train on the outskirts of Pyongyang, North Korea. The United Nations has called for $198 million in donations for 2012 - mostly to help feed the hungry but also to invest in programs designed to prevent the chronic deprivation that has led to persistent malnutrition among North Korea's young. (AP Photo/Ng Han Guan)

Aan Noord-Korea , ofwel de Democratische Volksrepubliek Korea, worden veel artikelen gewijd. Er is zelfs een Noord-Koreaans restaurant geopend in Amsterdam. De meeste auteurs moeten zich noodgedwongen baseren op reisjes van een weekje naar het land. Tijdens die bezoeken wordt één groot toneelstuk opgevoerd.

De Voedsel- en Landbouworganisatie en het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties en in mindere mate de Europese Unie verlenen omvangrijke steun aan het land. Ook enkele andere internationale organisaties, zoals het Rode Kruis, doen dit. Het WFP importeert aanzienlijke hoeveelheden voedsel, om de altijd maar ondervoed blijvende bevolking te steunen. De EU is van voedselhulp overgegaan op bijstand bij het verbeteren van de landbouw, de drinkwatervoorziening en dergelijke. De Wereldgezondheidsorganisatie, het Rode Kruis en Unicef leveren grote hoeveelheden medicijnen, voeren grote vaccinatieprogramma’s uit en distribueren babyvoedsel.

Als je als toerist door Pyongyang rijdt, ziet alles er redelijk normaal uit voor een wereldstad met drie miljoen inwoners. Naarmate je meer waarneemt, wordt het een steeds onaardser oord. ’s Avonds zitten de meeste inwoners in het donker, omdat er maar een paar uur per dag elektriciteit wordt geleverd. Ook water is er maar een paar uur per dag. De mensen gebruiken daarom emmers, badkuipen en andere objecten om water in te bewaren. Dat water is niet te drinken, dus dat moet eerst worden gekookt. Zelfs het poetsen van je tanden is al zeer riskant.

Je hebt pas echt een probleem als je ziek wordt. Een normale gezondheidszorg is er niet. Ja, er zijn ziekenhuizen. Als je er voorbij rijdt, zien die er prima uit, los van het feit dat ook zij meestal in het donker zitten buiten de uren dat de zon schijnt. Als er al elektrische apparatuur is, werkt ze uiteraard meestal niet zonder stroom. Er zijn noodaggregaten als je ernaar vraagt, maar diesel – om die apparaten te laten werken – krijgen ze niet. Verder is het gewoon dat de hele medische staf tijdens de rijstoogst het land wordt opgestuurd. Als je geholpen wilt worden, roepen ze wel iemand van het land terug.

Geneesmiddelen zijn er vrijwel niet (ook geen verdoving voor operaties), evenmin als verwarming. Voor eten schijnen patiënten zelf te moeten zorgen. Voor de meeste mensen is dit genoeg reden om überhaupt niet naar een ziekenhuis te willen. Het alternatief is aanmodderen met huis- tuin-en-keukenmiddeltjes. Als dit niet helpt, ga je thuis naar de andere wereld.

Eigenlijk is er voor gewone mensen geen gangbare gezondheidszorg in Noord-Korea. De projecten van internationale organisaties kunnen dit alleen maar bevestigen. In de meeste gevallen wordt door buitenlandse donoren betaalde apparatuur niet gebruikt, of ze verdwijnt na verloop van tijd.

Op de zwarte markt schijnen wel heel veel medicijnen te koop te zijn, uiteraard tegen woekerprijzen. De elite moet toch ergens haar geld mee verdienen.

In het land zijn grote voorraden gemakkelijk winbare steenkool aanwezig, maar de mensen krijgen hier iedere herfst slechts een heel kleine hoeveelheid van. Ze moeten er nog op koken ook. Omdat bij de bouw van flats werd verondersteld dat er stadsverwarming zou zijn, heeft niemand een schoorsteen. Daarom moeten stedelingen op een paar kooltjes koken op hun balkon. Gasflessen zijn te koop, maar alleen voor het topje van de elite. Een gasfles van 25 kilo kost 15 euro. De gemiddelde Noord-Koreaan verdient 25.000 won per maand. Dit komt volgens de officiële koers overeen met 185 euro per maand, maar volgens de zwarte koers met zo’n 3 tot 5 euro per maand.

In de jaren negentig zijn 1 tot 3 miljoen mensen omgekomen van de honger. De regering schreef dit toe aan overstromingen, droogte en allerlei andere redenen buiten zichzelf. Internationaal wordt aangenomen dat de belangrijkste reden voor de hongersnood de rampzalige landbouwpolitiek van Noord-Korea zelf was, samen met de stopgezette import van voedsel en kunstmest uit de Sovjet-Unie. De Russen gingen plotseling betaling eisen – en niet in de waardeloze wons. Dit accepteerden de Noord-Koreanen niet. Je kunt geen andere conclusie trekken dan dat de regering niet geïnteresseerd was in het lot van haar eigen inwoners. Die regering liet prestigeprojecten gewoon doorgaan en wendde zich tot het buitenland met de vraag of het bereid was de bevolking in leven te houden. Dit ‘spel’ gaat door tot de dag van vandaag.

De prijzen in de winkels zijn voor de gemiddelde Noord-Koreaan onbetaalbaar. Dit geldt ook voor voedsel. Daarom zijn de meeste mensen voor hun basisbehoeften aangewezen op het staatssysteem voor voedseldistributie. Via dit systeem mogen ze dan bijvoorbeeld gemiddeld 200 gram graan – rijst, mais of tarwe – per dag kopen, tegen een gereduceerd tarief. De hoeveelheden die mensen met hun koopkracht kunnen aanschaffen, zijn volgens internationale normen te weinig om van te leven. Als mensen geen geld hebben, helpt ook dit discountsysteem niet. Voor families worden berekeningen gemaakt op hoeveel gram discountgraan ze recht hebben, afhankelijk van de leeftijd van de kinderen en van de volwassenen.

De regering geeft honderden miljoenen euro’s per jaar uit aan prestigeprojecten, zoals het potsierlijke stadscentrum aan de oever van de Taedong. Behalve dat hier miljarden euro’s zijn weggegooid, komen er ook honderden en wellicht duizenden arbeiders om het leven.

De enorme gebouwen in het centrum van Pyongyang worden gebouwd door ‘vrijwilligers’ die zonder veiligheidsmaatregelen moeten bouwen, in de winter vaak in het donker en met luide propagandamuziek. Bij gebrek aan stroom wordt op de bouwplaatsen heel veel gezeuld met zware spullen. Er werken diverse categorieën vrijwilligers, die in normaal taalgebruik allemaal dwangarbeiders dienen te worden genoemd. Op alle bouwplaatsen is het een gigantische chaos. Dit is te zien aan de kwaliteit van de gebouwen. Naarmate je langer naar de gebouwen kijkt, krijg je meer angst. Gezien de scheve stand van de muren is het een wonder dat ze overeind blijven staan. Het schijnt dat in de torens aan de Taedong mensen moeten gaan wonen. Voor ons is het moeilijk voor te stellen dat je vijftig verdiepingen te voet moet klimmen om bij je flat te komen. In Noord-Korea is dit normaal. Als je voor een flat ingeschreven staat, heb je geen keus. Stroom is er meestal niet, dus zelfs als de lift niet kapot is, heb je er niets aan. Mensen worden sowieso beschouwd als bevoorrecht als ze in Pyongyang mogen wonen. Als je je mond niet houdt, is de weg naar de dwangarbeidkampen heel erg kort.

Een van de indrukwekkendste nutteloze bouwwerken is het 330 meter hoge Ryugyonghotel, dat 105 verdiepingen telt. Het moet honderden miljoenen euro’s hebben gekost. Wegens bouwkundige fouten kan het niet worden gebruikt. Volgens de geruchten moet het weer worden afgebroken. Geen buitenlander weet hoeveel dwangarbeiders zijn gesneuveld tijdens de bouw, maar het zullen er honderden zijn. De nutteloze gigantomanie doet denken aan de piramides in Egypte, maar die werden tenminste wel goed gebouwd. Verder gaat er uiteraard veel geld naar het leger, dat behoort tot de grootste op aarde. De dienstplicht bedraagt ongeveer negen jaar. Kortom, er is wel geld voor dat enorme leger en voor de nutteloze prestigeprojecten, maar niet om de bevolking te voeden.

Angst is in Noord-Korea deel van het dagelijkse leven. In de hoofdstad staan op strategische plaatsen, zoals voetgangertunnels, groepjes mensen in blauwe uniformen die uit de voorbijgangers mensen halen en naar papieren vragen. Diezelfde mensen kammen ook wijken uit, op zoek naar elk woord van misnoegen of verzet. Het is de mensen strikt verboden om internet te gebruiken en dat is er ook simpelweg niet, zelfs niet in Pyongyang. Ook is het strikt verboden voor gewone Noord-Koreanen om te spreken met buitenlanders. De angst staat mensen in de ogen als je hun voorbijloopt.

Je kunt een jaar in Noord-Korea wonen zonder dat iemand het lef heeft om iets tegen je te zeggen. Het verbreken van deze regel alleen al komt de mensen op dwangarbeid te staan, schijnt het. Als je in zo’n kamp ook nog eens de pech hebt dat je een of andere regel overtreedt, heb je een goede kans dat je niet meer levend uit dat kamp komt. Dat de mensen geen geloof hebben in de mythe van de ‘slechte buitenlanders’ merk je als ze zich onbespied weten. Dan praten ze juist heel graag met buitenlanders en merk je ook dat er mensen zijn die wel buitenlandse talen spreken.

Niet alleen de bevolking leeft in angst, maar ook de regering. Om de tien kilometer heb je een checkpoint langs de provinciale wegen. Alleen inwoners met geldige papieren mogen erlangs. Inwoners van de provincies mogen niet zonder geldige papieren naar buurprovincies of naar de hoofdstad komen. De ‘bevoorrechte’ inwoners van de hoofdstad mogen overigens evenmin naar de landelijke gebieden reizen zonder speciale toestemmingen. Het organiseren van protesten wordt hiermee heel moeilijk gemaakt.

Als je langere tijd in het land bent, ontkom je niet aan de indruk dat de regering kunstmatig een krap aanbod aan voedsel en brandstof creëert, om de bevolking koest te houden. Degenen die loyaal zijn, krijgen net genoeg – en de anderen aanzienlijk minder. De weinige veldonderzoeken die internationale organisaties recentelijk mochten doen, tonen dat 5 procent van de jongeren in de provincies acuut ondervoed is en dat 15 procent chronisch ondervoed is.

Het collectieve landbouwsysteem functioneert heel slecht, net als in het verleden in andere landen. Het hoofd van een collectieve boerderij wordt vooral geselecteerd op ideologische zuiverheid. Kennis van landbouw staat heel laag op de prioriteitenlijst. Hierdoor zijn veel mensen vooral op zichzelf aangewezen. Dit betekent dat ze illegaal berghellingen omploegen en daarop allerlei gewassen kweken. Mensen in de stad moeten het hebben van familie en bekenden op het platteland. Verder heeft elke familie recht op honderd vierkante meter tuin, om groenten te telen. Deze afmeting lijkt alleen te kunnen zijn bedacht om de mensen bewust hongerig te laten zijn en totaal overgeleverd te laten zijn aan het openbare systeem van voedseldistributie. Zelfs op de vruchtbaarste grond heeft een familie van vier personen duizend vierkante meter nodig om rijst en groenten te kunnen verbouwen, en op onvruchtbare grond al gauw tweeduizend vierkante meter. In de Sovjet-Unie mochten plattelandsbewoners in 1974 drieduizend vierkante meter grond privé bewerken. Dit was waarschijnlijk de belangrijkste reden dat de productie van de formele en informele sector samen altijd voldoende was.

Het is ook opvallend dat er op dit moment in Noord-Korea bijna geen nieuwe tractoren meer worden geproduceerd en dat er tegelijkertijd wel enorme hoeveelheden geld worden besteed aan de prestigeprojecten. Het is moeilijk een andere conclusie te trekken dan dat het leiderschap van het land heeft besloten dat de mensen het land maar met de hand moeten omspitten en bewerken. Wel is er bij internationale instellingen gebedeld voor de levering van tractoren en andere machines.

Afgelopen herfst kregen de coöperatieve boerderijen de opdracht om eenvijfde van de oogst achter te houden in hun eigen opslagplaatsen. De uitleg van de internationale gemeenschap was dat deze voorraad ervoor bedoeld was om in april of mei plotseling te kunnen worden uitgedeeld in het kader van de viering van de nationale feestdagen. Rampzalige maatregelen als deze kunnen in een land waar toch al zulke grote problemen zijn, duizenden mensen de dood injagen. Internationale organisaties die hun mond opendoen, worden zonder pardon het land uitgezet, dus dat doen ze niet. Veel van de door hen geschreven rapporten mogen alleen door de VN en EU worden gelezen en worden niet publiekelijk verspreid in het buitenland, om de autoriteiten niet te mishagen.

Door de enorme, voor westerlingen onvoorstelbare angst van de mensen voor de regering is het onzinnig te beweren dat de leiders geliefd zijn. Noord-Korea is één groot toneelspel, van moderne torenflats en moderne ziekenhuizen tot geliefde leiders en heldendom van de arbeidersklasse. Het grootste deel van de mensen die verplicht moesten huilen tijdens de dood van hun geliefde leider Kim Jong-il heeft ’s avonds opgelucht ademgehaald. Iedereen weet dat hij en zijn vader de hoofdverantwoordelijken waren voor de dood van miljoenen landgenoten tijdens de jaren negentig en voor de ongekend belabberde leefomstandigheden van vrijwel het hele volk.

Noord-Korea bevindt zich in een uitzichtloos drama. Hieraan komt voorlopig geen einde. In het land zelf is oppositie uitgesloten. Met zijn enorme leger en kernwapenprogramma heeft het land internationaal toch veel invloed.

Van de nieuwe leider van het land, Kim Jong-un, is weinig bekend. Hij, en de mensen om hem heen, zouden compassie kunnen tonen met het lot van hun landgenoten en in plaats van honderd vierkante meter grond het tienvoudige kunnen toestaan per familie, via grondherverdeling.

China is het enige andere land dat verandering voor elkaar kan krijgen, maar dat land profiteert van goedkope grondstoffen en arbeidskrachten van het buurland. Hopelijk kan China de steun aan Noord-Korea op een gegeven moment niet meer verkopen in eigen land, en kan het een fluwelen revolutie creëren. Internationale voedselhulp – met harde eisen voor distributie, controle en monitoring – blijft waarschijnlijk nodig zolang beide mogelijke veranderingen niet optreden, ondanks alle nadelen die deze hulp met zich meebrengt.

Uw geliefde correspondent, om veiligheidsredenen anoniem gehouden.