Karadzic vindt optreden Navo "volmaakt zinloos'

BELGRADO, 13 APRIL. “Zeer riskant en volmaakt nutteloos” noemde de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic dit weekeinde het begin van de NAVO-actie in het luchtruim boven Bosnië-Herzegovina, en voor één keer lijken bijna alle waarnemers in Belgrado, binnen- en buitenlandse, het met hem eens.

De afdwinging van het vliegverbod boven het al meer dan een jaar door burgeroorlog geplaagde republiek dient geen taktisch doel en zal het verloop van de strijd, die gisteren in Srebrenica een nieuw gruwelijk hoogtepunt beleefde, vermoedelijk niet beïnvloeden. Inmiddels zijn er wel eerste aanwijzingen dat de NAVO-actie een escalerend effect op de oorlog kan hebben, naarmate de partijen zich geroepen voelen de dreiging vanuit de lucht te trotseren of een grootscheepse militaire interventie uit te lokken.

De Bosnisch-Servische generaal Manojlo Milanovic bevestigde gisteren voor Radio Belgrado het begin van de NAVO-actie. Om 14.15 werden boven de stad Jajce de eerste twee Amerikaanse, straaljagers waargenomen door Servische eenheden. De patrouilles, bedoeld om vliegtuigen die het vliegverbod schenden zonodig uit de lucht te schieten, worden in formaties van twee uitgevoerd, aldus de Servische generaal. Hij veronderstelde dat het tweede toestel bedoeld is om een vergeldingsaanval op de grond uit te voeren, mocht het andere door luchtafweer worden beschoten.

Schieten op de Amerikaanse, Franse en Nederlandse toestellen die gisteren met de actie Deny flight begonnen, zijn Serviërs niet van plan, aldus hun leiders. Volgens de Bosnisch-Servische bevelhebber, generaal Ratko Mladic, vormt de NAVO-actie “wel een uitgelezen gelegenheid voor de Kroaten of de moslims op de vliegtuigen te schieten, en daar vervolgens dan de Serviërs de schuld van te geven”. Samenvattend omschreef hij de NAVO-actie als “een carnaval”.

De commandant van de Servische luchtmacht in Bosnië, Zivomir Ninkovic, beloofde de vliegtuigen van de door de Serviërs in Bosnië-Herzegovina uitgeroepen "Servische republiek' aan de grond te zullen houden. Het betreft hier enkele tientallen toestellen die, toen het federale leger zich vorig jaar terugtrok op Joegoslavië (Servië en Montenegro), aan de Bosnische Serviërs werden overgelaten. Grotendeels gaat het om langzame vliegtuigen als de Jastreb, de Galeb of de Orao en wat helikopters. De meeste staan op het vliegveld van Banja Luka.

Ook zouden de Bosnische Serviërs de beschikking hebben over enkele straaljagers van het type MiG-21, die echter sinds de instelling van het vliegverbod door de Veiligheidsraad in oktober vorig jaar aan de grond zijn gebleven. Het is trouwens sterk de vraag of deze MiG's nog kunnen vliegen, als gevolg van een gebrek aan reserveonderdelen.

In de openbaarheid hebben de Bosnisch-Servische leiders op de komst van de NAVO-vliegtuigen met een zorgvuldig afgemeten bravado gereageerd. “De grote landen denken dat zij met intimidatie een klein volk als de Serviërs op de knieën kunnen dwingen. Dat is hun Nieuwe Wereldorde. Maar dat zal ze niet lukken, met de Serviërs valt alleen te onderhandelen', aldus generaal Mladic op een persconferentie in Belgrado. Ook Karadzic zag zijn "Servische republiek' als een “terrein voor schietoefeningen door de NAVO”.

Opvallend ingehouden is de reactie van het naburige Joegoslavië (Servië en Montenegro). Niet alleen zag Belgrado af van demonstratieve patrouilles in de lucht langs de grenzen met Bosnië-Herzegovina, zelfs bleven gisteren de binnenlandse vluchten van de maatschappij JAT tussen Belgrado, Podgorica en Tivat aan de grond - alle buitenlandse vluchten zijn door het luchtvaartembargo verboden - opdat de NAVO zich toch maar vooral niet kon vergissen.