Japan meer met zichzelf dan met steun aan Rusland bezig; Tokio eist stopzetting dumping Russisch atoomafval in zee

In Tokio begint morgen een tweedaags overleg van de ministers van buitenlandse zaken en van financiën van de G-7, de zeven grootste en rijkste industrielanden. Belangrijkste onderwerp is de economische hulp aan Rusland.

TOKIO, 13 APRIL. Terwijl Japan nog bezig is geld te sprokkelen voor Rusland, maakte het vandaag de grootste steunoperatie aller tijden bekend voor zijn eigen, kwakkelende economie, precies één dag voor de ministersconferentie van de zeven grote industrielanden (G-7) in Tokio begint.

Steeds heeft Japan zich op het standpunt gesteld dat het pas grootscheepse bilaterale hulp aan Rusland wil geven, als dat land de Japanse aanspraak op de Noordelijke Eilanden erkent (eilanden die Rusland steevast tot zijn Koerilen rekent, nadat Stalins Rode Leger ze na de Japanse capitulatie in 1945 nog gauw even bezette).

Als Japan intussen toch steun zou geven, dan zou dat alleen gebeuren in het kader van de G-7, waarbij internationale instellingen als het Internationale Monetaire Fonds (IMF) de toonaangevende rol moesten spelen. In economisch opzicht een wijze politiek, zo leek het, waarbij de territoriale aanspraak fungeerde als aanvaardbaar excuus. Dit werd vorig jaar zomer op de laatste wereldtop van de G-7 in München tot tevredenheid van Japan per slotverklaring vastgelegd, waarbij Japan loyaal meedeed aan het afgesproken hulppakket van 24 miljard dollar, inclusief zijn bilaterale aandeel van 2,82 miljard.

Maar toen dit jaar de ene na de andere Westerse leider zich opwierp als redder van de benarde Boris Jeltsin, keerde het Japanse standpunt zich tegen Japan. Tokio kreeg het gevoel alleen te staan op de wereld en, erger nog, de indruk ontstond dat het helemaal geen hulp gaf. Eerst was het Frankrijk, vervolgens Duitsland dat Japan gebrek aan initiatief verweet. De Franse president, François Mitterrand, stelde voor de wereldtop van de G-7, die voor deze zomer onder het Japanse voorzitterschap staat gepland in Tokio, te vervroegen. Frankrijk raadpleegde daarbij tot ergenis van Tokio niet vooraf de Japanse regering. De Duitse minister van buitenlandse zaken, Klaus Kinkel, verweet Japan vervolgens de Westerse hulp te frustreren. Japan was kwaad, zijn isolement een feit en de verwarring in Tokio groot.

Clinton zegde Jeltsin ruim een week geleden in Vancouver 1,6 miljard dollar aan bilaterale hulp toe, Canada volgde met 160 miljoen en Engeland met 180 miljoen dollar. Daarbij kreeg minimale aandacht de mislukking van het hulppakket waartoe in München was besloten door de G-7.

Vervroeging van de wereldtop heeft geen zin, zei Japan nog, want we zijn er niet klaar voor en zo'n top zou onvoldoende resultaat opleveren. Vervolgens sloot Japan vervroeging toch niet uit en kreeg het van Amerika steun voor een ministersconferentie in Tokio. Tenslotte hadden de Amerikanen aan één top-conferentie, in Vancouver, genoeg. Ook Frankrijk liet zich door Japan overhalen, nu het zijn initiatief in zekere zin zag beloond. Maar Frankrijk, Italië en Duitsland zouden geen geld meer hebben, meldden de Japanse media.

Herhaalde malen heeft Clinton in Vancouver verklaard dat Japan graag een leidende rol wil spelen bij nieuwe financiële hulp aan Rusland. Zelden zou een Japans standpunt zo helder door Tokio zelf zijn vertolkt. De leidende rol zag de Japanse regering bij voorkeur niet verder gaan dan het op “constructieve wijze” vorm geven aan het voorzitterschap van de G-7. Vanzelfsprekend stond Japan van harte achter de Russische hervormingen. Zo ongeveer had premier Miyazawa het telefonisch vooraf aan Clinton verteld.

De Amerikaanse president zei in Vancouver overigens ook dat Amerika Japan onverminderd steunde in zijn territoriale aanspraak. Clintons boodschap aan Jeltsin werd in Japan uitgelegd als een invitatie aan beide landen om deze week, in de marge van de tweedaagse ministersconferentie van de G-7, bilaterale besprekingen te voeren over de Japans-Russische problemen. Maar echt zeker was niemand en de verwarring was als gewoonlijk groot.

Eerste kabinetssecretaris Yohei Kono zei dat de eilanden niet op de agenda stonden. Later veranderde hij van mening. De nieuwe minister van buitenlandse zaken, Kabun Muto, die vorige week de zieke Michio Watanabe opvolgde, beklemtoonde op een persconferentie dat de eilanden wel op de agenda stonden. Maar hij wist niet of bilaterale besprekingen wel zouden plaatshebben. Japan zou in elk geval op zijn standpunt blijven staan dat grootscheepse bilaterale hulp aan Rusland onlosmakelijk is verbonden met de oplossing van het diplomatieke geschil.

Een regeringsfunctionaris sprak hem daarop weer tegen. Een andere functionaris zei dat praten op zichzelf al politieke vooruitgang betekende en bilaterale hulp mogelijk maakte. En de hoogste ambtenaar op het ministerie van buitenlandse zaken, de vader van de aanstaande vrouw van de kroonprins, maakte zaterdag de verwarring compleet door te verkondigen dat de eilanden en de hulp twee aparte kwesties waren die apart moesten worden geregeld.

Onder druk van de omstandigheden is Japan haastig begonnen zijn nieuwe bijdrage bijeen te sprokkelen. In Tokio circuleerde de afgelopen dagen een bedrag van rond de twee miljard dollar. Het zou meer worden dan de Amerikaanse bijdrage, zo meldden sommige Japanse kranten, als ging het opeens om een wedstrijd tussen de twee economische supermachten.

Verder wil Japan de dumping van Russisch atoomafval in de Japanse Zee aan de orde stellen. Tokio eist stopzetting van de dumping en heeft Moskou hulp aangeboden bij onderzoek naar de omvang van de inmiddels aangerichte schade aan milieu.

In totaal zou het nieuwe hulppakket van de G-7 neerkomen op ongeveer 30 miljard dollar. Het leeuwedeel zou de 15 miljard dollar zijn ter sanering van de buitenlandse schuld van Rusland, waartoe begin deze maand is besloten door de Club van Parijs (de club van regeringen waarbij Moskou in het krijt staat, de Duitse voorop). Internationale instellingen als het IMF, de Wereldbank en de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling zouden samen nog eens 7 à 8 miljard aan hulp bieden, waarbij ze dit keer minder strakke eisen aan Rusland zouden stellen.

Anders dan bij het vorige hulppakket zou dit keer de nadruk komen te liggen op micro- in plaats van macro-economische hulp. Dit keer geen betalingsbalanssteun en steun voor de roebel, waarvan bijna niets is terechtgekomen door chaos in Rusland en gebrek aan concrete Russische hervormingsplannen, maar tastbare en zichtbare hulp. Niet alleen tastbaar en zichtbaar voor de Russische bevolking, ook, zoals een regeringsfunctionaris in Tokio zei, tenminste wat de Japanse bijdrage aangaat, tastbaar en zichtbaar voor het Westen.