JACHT

Vogelbescherming Nederland, de Vereniging van Natuurmonumenten en het Wereld Natuurfonds hadden zich de kosten van het onderzoek onder de Nederlandse bevolking naar het "draagvlak' voor de jacht kunnen besparen (NRC Handelsblad, 5 april).

In Nederland worden jaarlijks slechts ca. 30.000 jachtactes afgegeven. De jagers vormen in ons land dus een uiterst kleine minderheid van 0,2 procent. De Jachtwet bepaalt dat de jacht slechts is toegestaan wanneer de jager het jachtrecht heeft op ten minste 40 ha aaneengesloten bejaagbare grond. Gezien de daarbij, in dezelfde jachtwet, vastgelegde regels jegens het begrip "bejaagbaar' is het totale areaal bij 30.000 jagers volledig in gebruik.

De jachtwet maakt een duidelijk onderscheid tussen "wild' en "schadelijk wild'. Voor het gewone wild gelden slechts beperkte jachttijden; het schadelijk wild kan het gehele jaar worden bejaagd. Tot het schadelijke wild worden die soorten gerekend die hetzij aan de landbouw danwel de fauna schade kunnen berokkenen. De begrippen "trekwild' en "vogels' kent de Nederlandse jachtwet niet. In Nederland heersen dan ook geen "Italiaanse' toestanden waarbij jagers "voor hun lol' en zonder pardon allerlei overvliegende trekvogels doden. De hoofdmoot van het kleinwild dat in Nederland geschoten wordt, is standwild: hazen, konijnen, eenden en houtduiven.

Het jachtrecht moet voor een periode van zes achtereenvolgende jaren worden gehuurd van de grondeigenaar. Een wettelijke regeling “om de jacht in natuurgebieden” te verbieden is dus overbodig. Iedere eigenaar van een "natuurgebied' mag immers zelf beslissen of hij dat jachtrecht al dan niet wil verhuren. Overigens biedt dit de beste garantie dat de Nederlandse jager met verstand en terughoudendheid zal jagen. Met een onoordeelkundige of een onweidelijke bejaging benadeelt hij immers zichzelf. Daaron zal een jager, al is het maar uit welbegrepen eigen belang, de wildstand eerder in stand houden dan vernietigen. En dus zal hij, ten faveure van het standwild, ook het schadelijk wild zoals de eksters, de kraaien en de vossen kort houden.