Het gaat goede kant op met Van Loen

ROTTERDAM, 13 APRIL. Goed nieuws voor fans van John van Loen: uitgebreid medisch onderzoek heeft uitgewezen dat er met hem niets mis is. Lichamelijk althans. De problemen waarmee de 28-jarige spits van Feyenoord kampt, zitten in het hoofd. Hetzelfde hoofd waarmee hij gistermiddag een niet onbelangrijk aandeel had in de 3-1 overwinning van zijn club op Cambuur Leeuwarden.

Het was in de 58ste minuut dat Van Loen voor zichzelf baanbrekend werk verrichtte. Zo voelde hij dat ten minste zelf na de wedstrijd. Hij stond in het strafschopgebied van Cambuur te wachten op dat ene kansje dat hem in staat stelde voor even af te rekenen met de kritische, ja zelfs spottende geluiden van Het Legioen.

Al weken lang vocht hij steeds venijniger tegen de hoon. Maar hoe harder hij vocht en hoe feller hij tackelde, het leidde hem, zo leek het wel, steeds verder van recuperatie. Zo gaat dat, als je geforceerd iets wilt bereiken; de onmacht lijkt bij elke kleine tegenslag te groeien. “En dan hebben mensen snel hun oordeel klaar, dan ben je ineens niets”, zegt Van Loen.

Juist in zo'n situatie zit het de boomlange voetballer dan ook niet mee. Buiten-sportieve elementen gaan zich dan bij hem wreken. Oké, hij is lang, kan daardoor “wel goed koppen.” Hij bezit werklust, daar kan niemand iets op aanmerken. En hij is allesbehalve zelfzuchtig. Ook gistermiddag niet. Maar het oogt niet. Verwacht van Van Loen geen doelpunt à la Bergkamp (of het moet per ongeluk zijn), geen sprint als van clubgenoot Van Gobbel (te lange, te dunne benen) en geen uitstraling als van een Italiaanse prof (rood haar). Soms pakken zijn fysiek en clowneske bewegingen in zijn en Feyenoords voordeel uit. Zoals tegen RKC, vorige week, toen hij in blessuretijd met zijn achterwerk een blokkade opwierp tegen het schot van Waalwijker Marco Boogers en zo de 2-1 zege veilig stelde.

Van Loen moet het hebben van de maximale uitbuiting van zijn, voor profvoetbal, minimale capaciteiten. Lukt dat niet, dan vraagt iedereen zich af wat hij op het veld doet. Dan dicht men hem andere functies toe. Zoals bij Anderlecht, waar de supporters en de pers in hem meer een stuk Brusselse straatverlichting zagen. De "lantaarnpaal' vluchtte naar Ajax en halverwege het seizoen 1992-'93, met één doelpunt achter zijn naam, naar Feyenoord.

Bij de Rotterdamse club startte hij voortvarend, met doelpunten tegen Roda JC en FC Groningen. Daarna kon hij al snel geen goeds meer doen. Geert Meijer, samen met Willem van Hanegem het trainersduo bij Feyenoord vormend, weet hoe dat komt: “John wil zich in te korte tijd waar maken. Hij wil zo graag scoren, dat hij alleen daar zijn aandacht op richt. Dan wil hij in verdedigend opzicht nog wel eens zijn mannetje laten lopen en dat wordt hem niet in dank afgenomen door zijn collega's. Wat de technische staf vervolgens moet doen is kijken of we hem dan nog wel kunnen gebruiken als onderdeel van het elftal.” Van Loen weet zelf ook waarom hij al snel onvrede wekte: “Ze zijn hier nu eenmaal erg kritisch.”

Feyenoord tegen Cambuur Leeuwarden. Het was de 58e minuut (Feyenoord stond met 1-0 achter) en de bal zeilde naar Van Loen. Op zo'n drie meter van het doel stond hij, gevaarlijk dreigend voor doelman Fred Grim. Hij kopte, maar niet op doel. Collega-spits Kiprich stond er beter voor, en dan behoor je de bal af te leggen. Dat begrepen ook de andere Feyenoorders die Van Loen massaal kwamen omhelzen terwijl Kiprich, achterna gezeten door een enkele ploeggenoot, zijn eigen feestje vierde. 1-1, het was de aanzet tot een sterke periode van nog geen twintig minuten waarin Feyenoord via een daverend afstandsschot van Ruud Heus (61ste minuut) en een sluw hakballetje van Kiprich (70ste) de kampioenskansen overeind hield.

Bijblijven, was het verlossende woord dat Meijer na afloop uitsprak. Bijblijven in de titelrace, totdat de spelers gaan merken dat zoiets eigenlijker veel gemakkelijker gaat dan ze verwacht hadden. Met Van Loen als vaste kracht? Meijer, cryptisch: “In deze fase kunnen we iedereen goed gebruiken.” Een basisplaats, daar durft Van Loen zelf nog niet aan te denken. Een medisch onderzoek na de bekerwedstrijd tegen Ajax wees uit dat hij lichamelijk gezond was. “Daar twijfelde ik aan omdat niets leek te lukken, maar nu weet ik dat het hierboven zit”, wees Van Loen na afloop op de nog natte haardos.

Een paar intensieve gesprekken met mensen die hij vertrouwt (“Ook met Van Hanegem, die begrijpt me heel goed.”) hielpen hem weer op weg. “Al was het heel vervelend toen ik zag dat ik voor deze wedstrijd weer niet op het bord stond.” Gelukkig waren de supporters zijn vrienden na zijn invalbeurt. Hij bedankte ze uitvoerig na afloop. “Voor het eerst voelde ik dat zij mij steunden. Dat was een lekker gevoel.”