Gratie beter dan uitbreiding cellen

De staatssecretaris van justitie Kosto heeft voorgesteld om duizend cellen extra te bouwen. De huidige capaciteit is ongeveer achtduizend. Volgens de laatste prognose uit 1990 zouden in 1994 8.355 cellen toereikend zijn en het bouwprogramma voorzag nagenoeg daarin. In dit aantal zijn niet meegeteld de plaatsen in jeugd- en tbs-inrichtingen (in 1995: totaal 1.524) en een onbekend maar groot aantal politiecellen. Onder druk van de publieke commotie over de invrijheidstelling van verdachten jegens wie een bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven, ging de Tweede Kamer in juni 1992 akkoord met een aanvullend bouwprogramma voor zeshonderd cellen. Deze extra inspanning is voorlopig begroot op 232,5 miljoen gulden tot 1997. De duizend cellen extra komen hier nog bovenop, de kosten zijn onbekend.

De redengeving voor nog meer cellen ligt in de heenzendingen van personen die eigenlijk in voorlopige hechtenis moeten zitten. In een vraaggesprek met redacteur Hans Moll kritiseerde een van ons het gebrek aan creativiteit bij Justitie en het gemak, waarmee tot voorlopige hechtenis wordt besloten (NRC Handelsblad, 4 maart).

De reactie van de officier van justitie mr. Koekman in deze krant van 9 maart is typerend voor justitie. Hij miskent dat de wet de overheid niet slechts de keuze laat tussen onmiddellijk en langdurig opsluiten en het laten gaan van verdachten. Het is nu juist het zoeken naar alternatieven voor vrijheidsbeneming - en strafrechtstoepassing - dat zo node wordt gemist in de discussie over criminaliteitsbestrijding.

Indien voorlopige hechtenis goed wordt toegepast heeft zij nauwelijks invloed op de capaciteit van het gevangeniswezen. Immers, het dwangmiddel moet uiterst terughoudend worden gebruikt en worden verrekend met de op te leggen straf. De prejudicerende werking van de ondergane voorlopige hechtenis bij de straftoemeting laten we maar buiten beschouwing. Een deugdelijke prioriteitsstelling voor voorarrest ontbreekt. Volgens Koekman gaat het "globaal gezien' om ernstige delicten, maar dat is niet interessant. Bij dergelijke ingrijpende inbreuken op burgerlijke vrijheden en rechten moet juist scherp worden gekeken, zowel naar de gedragingen als naar de personen. Dat is toch wel het minste wat mag worden verwacht van leden van een corps dat zich tegenover zijn minister, parlement, rechter en bevolking beroept op de magistratelijke status.

De minister van justitie doet het in de toelichting op de justitiebegroting 1993 voorkomen alsof de rechterlijke bevelen tot vrijheidsbeneming natuurverschijnselen zijn. Hij claimt volledige zeggenschap over alle handelingen van het openbaar ministerie, die gevolgen hebben voor het algemene opsporings-, vervolgings- en tenuitvoerleggingsbeleid, maar over de ontwikkelingen rondom de capaciteit van het vermeende cellentekort zegt hij niets, behalve dan dat meer geld moet worden uitgetrokken.

Dit is merkwaardig aangezien in het jaarverslag 1991 van het openbaar ministerie wordt erkend dat "de toeneming van behoefte aan detentieruimte zeker ook het resultaat is van gewenst beleid'. Voeg daar aan toe de beleidsvoornemens wat betreft de aanpak van niet legaal in Nederland verblijvende personen, beschikbaarheid van celruimte voor onbetaalde boeten en de eenzijdige repressieve aanpak van problemen met allochtonen.

Het heenzenden van mensen die eigenlijk in voorlopige hechtenis moeten zitten, heeft nog een ander aspect. Het is werkverschaffing. Het openbaar ministerie weet - om bij het voorbeeld van Koekman te blijven - dat slechts een "handvol cellen beschikbaar is', maar vordert wel voor dertig personen de voorlopige hechtenis. De keuze van invrijheidstelling wordt achteraf in plaats van vooraf gemaakt. Hierdoor maken politiemensen, parketpolitie, de administratie van het huis van bewaring, het rechter-commissariaat en het openbaar ministerie enorm veel overbodige uren. Capaciteit, die zinvol had kunnen worden besteed aan het wegwerken van de achterstanden en het bespoedigen van de berechting.

De enige echte remedie voor het cellentekort is de bevriezing van de celcapaciteit. Justitie zal moeten werken met de middelen die zij heeft. Is capaciteit beschikbaar dan wordt die gebruikt, zoals de groei van de laatste decennia heeft aangetoond. Het dwingt derhalve tot scherpere keuzes bij de toepassing van voorlopige hechtenis en bij de bestraffing. De officieren van justitie worden dan aangezet om minder voorlopige hechtenis en minder lange straffen te vorderen. Dit zal zonder twijfel leiden tot lagere straffen. En tevens tot de door de Coornhert-Liga noodzakelijk geachte uitbreiding van het aantal graties. In geval van oplegging van jarenlange gevangenisstraf zal regelmatig - bijvoorbeeld iedere drie jaar - de voortzetting van de tenuitvoerlegging moeten worden beoordeeld om bij gebreke van noodzaak tot verdere tenuitvoerlegging ambtshalve gratie te verlenen. Is de capaciteit van cellen beperkt dan worden de alternatieven voor vrijheidsbeneming levensvatbaar.

Justitie maakt veel ophef over de heenzendingen van voorlopig gehechten en geeft daarbij ten onrechte de suggestie dat zonder voorarrest berechten niet mogelijk zou zijn. Zonder twijfel is het politieke effect van het niet uitvoeren van rechterlijke bevelen sterker dan dat van het maken van een selectie van door het openbaar ministerie heen te zenden personen voorafgaand aan de voorbegeleiding bij de rechter-commissaris. Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat bij de keuzes met betrekking tot de heen te zenden personen het openbaar ministerie zich bewust is van dat effect. Justitie blijkt een sterke exponent in de punitieve stroming in de criminaliteitsdiscussie.