Göbel kent iedere millimeter van het parcours skiffhead

AMSTERDAM, 13 APRIL. Frans Göbel kent iedere millimeter van de Amstel van Ouderkerk tot Amsterdam. De dertien bochten van het parcours van de skiffhead roeide hij duizenden keren. Hij stuurt slim en heeft zijn techniek afgestemd op de lengte van de wedstrijd. Daarom werd hij zondag voor de elfde achtereenvolgende maal gekroond tot koning van de Amstel. Hij won de lange-afstandwedstrijd (7,5 kilometer) die wordt georganiseerd door zijn eigen club, De Hoop, van zijn 22ste tot zijn 33ste jaar.

In het "echte' seizoen zijn de wedstrijden 2.000 meter lang, is de baan kaarsrecht. In het "winterseizoen' is er plaats voor de skiffhead. Lang en kronkelend. De roeiers bedwingen de Grote Bocht (de "hoerenbocht') en ronden langs 't Kalfje. Honderd fietsers deelden zich op in een peloton-Göbel en een peloton-Aardewijn.

Wat voor de concurrentie vooral een jaarlijks terugkerende kans is om Göbel te verslaan, is voor Göbel een geperfectioneerd specialisme. Dit keer kon hij zelfs "verdedigend roeien', hoefde hij niet voluit te gaan. De laatste die hem de zege ontnam, was Ronald Florijn in 1982. Florijn was vorig jaar tweede, maar traint nu voor de Holland acht. Van degenen die dit seizoen in de skiff zullen doorbrengen, ontbrak Koos Maasdijk, tweede in 1991. Hij traint nog een week voor een studentenwedstrijd, de Varsity.

De jonge troonpretendent Pepijn Aardewijn (22 jaar) finishte op een minuut van de winnaar. Hij kwam tien dagen geleden ziek terug van een trainingsstage in Mexico. Bovendien raakte hij zondag tot tweemaal toe met een riem verstrikt in de over het water hangende treurwilgen. Daarna gaf hij zichtbaar de moed op. Zijn nek ontspande zich, zijn kin rustte een tel op zijn borst. “Ik ben te lui om te sturen”, verzuchtte hij na afloop. De bronchitis, die hij had opgelopen van de smog rond Mexico-Stad, dwong hem bovendien in een laag tempo te varen. Sneller zou zijn ademhaling verwarren.

Steffen Brandt (25 jaar) was vanuit Zwolle een week voor de wedstrijd al naar Amsterdam gekomen om het parcours te verkennen, maar stuurde nog steeds te ruim. “Hij roeide een kilometer te veel”, schatte Göbel tevreden. Brandt weet de speling aan het verschil tussen training en wedstrijd. Al roeiend word je gesloopt, raak je je concentratie kwijt, maak je toch fouten. Brandt moest Aardewijn inhalen en werd tweede op zestien seconden. Verrassend derde was senior-B Dennis Stroombergen.

Göbel, tweevoudig wereldkampioen lichte skiff, traint dit jaar met een gehalveerde frequentie ten opzichte van het vorige - olympische - seizoen. Van ongezond trainen, zo zei hij, schakelde hij over op een gezonde hoeveelheid arbeid. Van veertien keer per week naar zes keer. De wereldkampioenschappen hoeven dit jaar niet meer. “De kinderen willen naar de speeltuin in plaats van naar de roeibaan.”

Hij roeit de lange-afstand met een hoog tempo (veel halen per minuut) en - dat is de truc - met een korte haal. “Om met kleine tikjes het vliegwiel te laten rollen. Het is een half uur roeien. De kracht moet uit mijn benen komen, die worden niet moe. Het laatste stukje van de haal - waar ik met mijn armen trek - laat ik daarom zitten. Anders krijg ik stijve onderarmen.”

Met die techniek heeft hij succes op de Amstel én op de twee grote internationale lange-afstandwedstrijden. In 1989 won hij de Head of the Charles, waar de zeven kilometer van de Charles (bij Boston in de Verenigde Staten) door honderduizend toeschouwers worden bevolkt. In 1991 werd hij vierde en in 1992 tweede (achter Lange) over de altijd sterk bezette 10 kilometer bij Bern in Zwitserland.

Op de Amstel is Göbel vrijwel onverslaanbaar, zegt de 28-jarige Henk-Jan Zwolle, die vierde werd. “Iedereen wil de skiffhead winnen, omdat het een bijzondere wedstrijd is. Maar ik ga er geen speciale techniek voor aanleren, want over twee weken beginnen de 2000-meters. Bovendien eindigde ik hier op 20 seconden achterstand. Ik zou niet weten hoe ik zo'n gat zou kunnen dichten.”