Emoties sturen computerbeelden in "kunstlaboratorium' in Tokio

De toeschouwer kan met zijn gevoelens computerbeelden beïnvloeden in het Artlab in Tokio, een project van het Japanse elektronica bedrijf Canon, waaraan ook een Nederlandse kunstenaar meewerkte.

Twee kijkers nemen plaats in "luie' televisiestoelen die zo'n vijf meter van elkaar verwijderd staan en krijgen een helm op waarop sensoren zitten die de hersenen aftasten. Terwijl de stoel licht begint te schudden, verschijnen op een klein tv-scherm voor hem beelden van ruige berglandschappen waarvan de toppen wild bewegen op de maat van opwindende popmuziek: house music. Af en toe lijkt de kijker met grote snelheid op een bergtop of helling af te vliegen. Op het moment dat hij denkt te pletter te vallen, stopt het beeld. Vervolgens verschijnen lieflijke groene hellingen waarover hij traag scheert, daarna versnelt het beeld en verschijnen weer de bergtoppen. Dit herhaalt zich een aantal keren. De sensoren registreren intussen de hersenactiviteit van de kijker. Ze meten of het getoonde de toeschouwer opwindt of koud laat. In totaal onderscheiden de sensoren vijf gemoedstoestanden, van inertie tot exaltatie. Door zulke gevoelens bij zichzelf op te roepen, kan de kijker de beelden benvloeden en zijn eigen beeldverhaal schrijven. Tussen beeld en gevoelens bestaat wisselwerking, want de beelden laten de kijker niet onberoerd, terwijl diens gevoelens weer van invloed zijn op de beelden. Door een paar keer achterelkaar in de stoel te klimmen en als het ware met zijn gevoelens te spelen, begint de kijker pas duidelijk te zien hoe beeld en muziek kunnen veranderen van sloom tot spannend. De gevoelens van beide kijkers tellen, maar die met de heftigste gevoelens bepalen de compositie het meest. Dat neemt niet weg dat het beeldverhaal voor elk paar kijkers uniek is.

Het kunstwerk, waarbij de onregelmatigheid van technologie centraal staat, is te zien op de tentoonstelling "Psychoscape (psychologisch landschap): waarneming van de geest door kunst' in Tokio. Het is de schepping van de kunstenaar Keisuke Oki en de technicus en musicus Henry Kawahara. Beiden zijn van het Instituut voor Digitale Therapie (DTI), dat eind 1991 is opgericht door mensen uit de kunst, therapie, muziek, wetenschap en techniek. Eerder werk van de groep draagt titels als "Video Drug' en "Video God' en "Gesublimeerde Sex'.

De tentoonstelling, waarbij het publiek actief meedoet, is georganiseerd door Artlab, een initiatief uit voorjaar '91 van het Japanse bedrijf Canon dat kunstenaars toegang wil geven tot zijn digitale beeldtechnologie en ze daarbij financieel, technisch en met tentoonstellingen helpt, op zoek naar “onbekende dimensies”. Het is Artlab's derde tentoonstelling. Aan de tweede, vorig jaar zomer, deed de Nederlandse kunstenaar Gerald van der Kaap mee, met de "Total Hoverty Show', een vervolg op zijn "Hover Hover' expositie in '91 het Stedelijk in Amsterdam, waar hij digitaal gemanipuleerde foto's exposeerde.

Van de 65 inschrijvingen voor deze "kunstlaboratorium'-tentoonstellingen zijn tien geselecteerd door twee kunstcritici en medewerkers van Artlab en uiteindelijk drie projecten gekozen. Daarbij hebben de kunstenaars acht maanden lang samengewerkt met de technici van Artlab.

Behalve van DTI is, voor het eerst, werk te zien van Hideaki Motoki (1966). Hij heeft een reusachtig scherm (9 meter breed en 2,25 meter hoog) van grijs silicon-rubber van boven tot onderen vol geschreven met regels in een merkwaardige taal, dat met opzet geen enkele betekenis of symbolische functie heeft en puur is bedoeld als psychische ontregeling. Halverwege het scherm worden de regels de een na de ander constant sterk vergroot geprojecteerd in een vloeiende beweging van rechts naar links.

Tenslotte exposeren op deze tentoonstelling Kenjiro Okazaki en Yoshinori Tsuda, die twee jaar geleden Bulbous Plants oprichtten en al vijf exposities in Japan hebben gehad. Zij bouwden een machine die onwetenheid produceert, een psychoanalitische machine die volgens hen emoties verdraait, arrangeert, verdeelt, uitvlakt of dupliceert. Gezeten aan een scherm kan de kijker een video-documentaire volgen en die op elk gewenst moment onderbreken, waarbij hij telkens de keuze heeft uit vier, nog onbekende vervolgverhalen, die echter buiten hem om onregelmatig worden onderbroken door weer een ander verhaal.

Volgens directeur Yukiko Shikata van Artlab is het idee voor Artlab ontstaan op een bloemententoonstelling in 1990 in Osaka. Canon was daar ook met een simpele presentatie over natuurfotografie, waarbij met behulp van een computer achtergronden veranderden. Canon deed eigenlijk alleen aan hardware, niet aan software. Toen ontstond het idee om kunstenaars te laten samenwerken met technici om hen aan te sporen tot creativiteit, waarbij nadrukkelijk werd gesteld dat kunst niet per se tot innovatie hoefde te leiden. Shikata: “De technici wisten niets van kunst, wat kunst kan teweegbrengen, de betekenis en het genot van kunst, hoe kunst nieuwe ideeën tot uitdrukking kan brengen.”

Op Artlab werken nu negen ingenieurs van Canon. Volgens Shikata zijn zij enthousiast. Maar ondanks het ideaal dat de president van Canon verkondigt over samenwerking tussen kunst en techniek, komt een brede uitwisseling van ideeën tussen kunstenaars en de technici van Canon niet goed op gang. “Het zijn steeds dezelfde mensen. Het zou natuurlijk beter zijn met wisselende mensen te werken. Maar er komen niet zo veel technici van Canon op Artlab af.”